Uitgezette asielzoeker (17) in Turkije 'opgepakt'

ANKARA/DEN HAAG, 7 MAART. Mehmet Akyüz is gekleed in een te dunne jas voor het koude winterweer in Ankara en voorzien van een tas met wat kleding. Op 28 februari werd Mehmet door het Nederlandse ministerie van Justitie uitgezet naar Turkije. Vanaf dat moment brengt hij de nachten door op kartonnen dozen in bouwstellingen in Ankara. “Ik kan niet naar een hotel”, zegt hij. “Ten eerste heb ik geen identiteitsbewijs en ten tweede ben ik bang dat de politie me daar zal vinden.”

Over de uitzetting van Mehmet Akyüz is grote beroering ontstaan. De jongen is na zijn aankomst in Turkije direct door de Turkse politie opgepakt en vastgehouden, zo zegt hij. Naar eigen zeggen is Mehmet daar mishandeld. De jongen die zegt dat hij zeventien jaar oud is, verklaart niet alleen te zijn geslagen, maar er zouden tevens elektriciteitsdraden op zijn rug zijn aangesloten. Gedurende de ondervraging was hij “naakt en geblinddoekt”. Verschillende keren verloor hij naar eigen zeggen het bewustzijn, waarna hij “met een waterstraal weer werd bijgebracht”. Maar zijn lichaam toont geen sporen van folter; op een van zijn schouderbladen is slechts een wondje te zien.

De organisatie Defence for Children International meent dat het Nederlandse ministerie van Justitie onzorgvuldig heeft gehandeld bij de uitzetting van de jongen. De organisatie vraagt in een brief die gisteren naar staatssecretaris Schmitz (Justitie) is gestuurd, dan ook om een nieuw onderzoek. Het ministerie van Justitie heeft vanochtend desgevraagd laten weten hierop te studeren.

Mehmet Akyüz kwam anderhalf jaar geleden naar Nederland, nadat hij in Turkije twee keer was opgepakt wegens het plakken van affiches met daarop leuzen voor de verboden Koerdistan Nationale Vrijheidsstrijders (KUK). De toen vijftienjarige jongen arriveerde alleen en viel zodoende in de categorie 'alleenstaande minderjarige asielzoekers' (ama's). Over het algemeen krijgt deze groep een verblijfsvergunning. Mehmets asielaanvraag werd echter niet gehonoreerd. Hij ging daartegen in beroep bij de rechtbank voor asielzaken, de Vreemdelingenkamer. Maar ook de rechter oordeelde dat “het niet aannemelijk is geworden dat hij gegronde reden heeft te vrezen voor vervolging”.

Daarna lag de weg voor de 'verwijdering' van Mehmet open. Wel stelde Justitie de uitzetting met een week uit omdat ze het adres van Mehmets ouders wilde controleren. Volgens een woordvoerder van Justitie heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken vervolgens het adres gecontroleerd, waarbij de ouders aanwezig waren.

Maar in Ankara blijft Mehmet volhouden dat hij niet weet waar zijn ouders zich ophouden. Nadat hij door de politie in Istanbul werd vrijgelaten, heeft hij hen gebeld op hun oude adres in Adana aan de Zuidkust van Turkije, waar hij opgroeide en naar school ging. “De mensen daar gaven me te verstaan mijn familie niet te kennen en vroegen me met klem hen niet meer lastig te vallen.” Diverse instanties en familie hadden voor de uitzetting ook al hun twijfels geuit over het juiste adres van Mehmets ouders. Advocaat W. Hendriks die bij de ministeries vroeg om het adres (“dan zou ik me al een stuk geruster voelen”) kreeg echter nul op request.

Overdag loopt Mehmet nu in Ankara rond. Geld heeft hij vrijwel niet meer, nadat de Turkse politie hem na aankomst in Turkije ook tweehonderd gulden afnam. Naar zijn zuster durft Mehmet niet te gaan. “Uit angst voor de politie weigert de man van mijn zuster mij in huis op te nemen.” Verder heeft hij nog een oom in een dorp in de provincie Mardin, in het zuidoosten van Turkije, maar die vertrouwd hij niet. “Die oom is dorpswachter en werkt dus met de staat samen tegen de PKK, de Koerdische Arbeiders Partij. Voor hem ben ik een separatist.”