TNO door rechter in het gelijk gesteld

ROTTERDAM, 7 MAART. TNO kan niet met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) gedwongen worden informatie te verschaffen over onderzoek dat zij voor particuliere instellingen of bedrijven uitvoert. Zulk onderzoek is geen 'bestuurlijke aangelegenheid' in de zin van de WOB.

Dat heeft bestuursrechter mr. W.P. Derksen van de Arnhemse rechtbank geoordeeld in een WOB-procedure die ing. T.J. Sanders tegen TNO had aangespannen. Sanders, die een conflict heeft met TNO en ANWB over de beoordeling van een 'caravan-stabilisator' die hij ontwierp, had gevraagd om inzage in correspondentie tussen TNO en ANWB en om een kopie van het verslag van een keurmerkonderzoek dat TNO aan concurrerende produkten uitvoerde. TNO valt als bestuursorgaan onder de WOB, maar een beroep op deze toestand bij de organisatie leverde weinig op.

De rechter heeft het beroep op de WOB ongegrond genoemd omdat volgens hem bij het betreffende TNO-onderzoek geen sprake was van 'beleid' en dat een relevant verband met een terrein van overheidszorg ontbrak. De verhouding tussen ANWB en TNO was louter privaatrechtelijke van aard.

Anderzijds weigerde de rechter om Sanders op verzoek van TNO in de proceskosten te veroordelen, omdat een 'kennelijk onredelijk' gebruik van het procesrecht zou zijn gemaakt. Weliswaar heeft TNO op verzoek van Sanders al veel informatie verstrekt, noteert hij met zoveel woorden, maar het was niet onredelijk van Sanders om aan de waarde van die informatie te twijfelen.

TNO toont zich in een reactie gelukkig over het feit dat twijfels over de status van haar onderzoek zijn weggenomen. Sanders laat weten dat hij in hoger beroep gaat tegen de beslissing.