Stof in poolijs wijst op droge, harde wind tijdens ijstijd

Stofdeeltjes in de ijskappen van Antarctica en Groenland hebben duidelijk gemaakt dat het tijdens het glaciale maximum veel en hard heeft gewaaid, terwijl het weinig regende (Science, 16 feb.). De concentratie stofdeeltjes in het ijs blijkt ongeveer dertigmaal zo hoog als in ijs dat na de laatste ijstijd is gevormd.

Een Amerikaans/Chinees onderzoeksteam heeft uitgezocht waaraan de verschillen zijn te danken. Het stof dat in de ijskappen ligt opgeslagen, moet daar terecht zijn gekomen door windstromen die ter plaatse in kracht afnamen of 'uitregenden'. Maar de huidige wind is niet in staat om zulke grote hoeveelheden stof uit Zuid-Amerika naar Antarctica te vervoeren.

Stof is er in Zuid-Amerika nog steeds genoeg. Het opgewaaide stof regent echter zo snel uit dat slechts 1% Antarctica bereikt. Uit simulaties blijkt dat die hoeveelheid met een factor 5 toeneemt bij 50% minder neerslag. Minder regen komt door minder verdamping. De geringe verdamping zou optreden als de oceaan 5 ß8C kouder is dan thans. Dit komt niet overeen met de temperatuurdaling van het veelgebruikte CLIMAP-model (2 ß8C lager dan thans), maar wel met veranderingen van de hoogte van de sneeuwlijn, vegetatie, concentraties edelgassen en de koraalgroei.

Bij minder neerslag neemt ook de aangroei van de ijskap af. Samen met de factor 5 verklaart dit dat de stofconcentratie in het ijs uit het glaciale maximum een factor 10 hoger is dan in het recente ijs. Voor het resterende verschil (een factor 3) noemen de onderzoekers twee oorzaken. De zeespiegel stond tijdens het glaciale maximum lager dan nu, waardoor het continentale plat deels droogviel, wat een bron van stof was. Daarnaast moet de wind toen sterker moet zijn geweest - in het glaciale ijs komen veel grotere stofdeeltjes voor dan nu. Er zit bovendien viermaal meer zout in, opgewaaid uit zee.

Niet duidelijk is of de stofstormen een gevolg zijn van de koude omstandigheden, of daaraan juist hebben bijgedragen (wegfilteren van zonlicht). Op Mars bepaalt stof in de atmosfeer in hoge mate het klimaat aan het oppervlak van de planeet.