Ruzies moslims-Kroaten bedreigen vredesproces

SARAJEVO, 7 MAART. Het vredesproces in Bosnië wordt bedreigd door de zwakte van de Bosnische federatie, het samenwerkingsverband van de Bosnische Kroaten en moslims. Dat heeft gisteren de opperbevelhebber van de NAVO-vredesmacht IFOR, admiraal Leighton Smith, gezegd.

De aanleiding voor de waarschuwing van Smith was de poging, dinsdagavond, van Bosnisch-Kroatische politiemannen om op eigen gelegenheid de controle over Hadzici, een van de Servische wijken van Sarajevo, over te nemen. De Kroaten trokken zich pas terug na een ultimatum, waarin IFOR dreigde hen met geweld te verdrijven als ze niet vrijwillig zouden gaan. Daarop werd de controle over Hadzici namens de moslim-Kroatische federatie overgenomen door een gemengde politiemacht van moslims, Bosnische Serviërs en Bosnische Kroaten. De Kroaten hadden eerder geëist dat hun aandeel in deze politiemacht zou worden uitgebreid; toen die eis werd afgewezen, waren ze op eigen houtje de wijk binnengetrokken.

Smith zei gisteren dat “het hele vredesproces in Bosnië is gebouwd op het fundament van de federatie”. Als de federatie mislukt omdat de Kroaten en de moslims het onderling niet eens kunnen worden, zei hij, is het hele vredesproces gedoemd te mislukken. “Ik heb heel weinig tekenen gezien die wijzen op de politieke wil om de federatie te laten slagen.” Hij riep de moslims en Kroaten op aan tafel te gaan zitten, hun problemen op te lossen en het eens te worden over een gezamenlijke militaire commandant.

De moslim-Kroatische federatie, een van de twee territoriale eenheden waaruit Bosnië bestaat, werd in februari 1994 onder druk van de Verenigde Staten gevormd. De samenwerking tussen de beide groepen hapert echter aan alle kanten, hetgeen onder andere blijkt uit het incident in Hadzici, maar ook - en meer - uit de moeizame pogingen de tussen moslims en Kroaten verdeelde stad Mostar te herenigen.

Smith noemde Mostar gisteren “het symptoom van een nationale ziekte”. Zelfs als men erin slaagt het probleem-Mostar op te lossen, zei hij, is dat nog maar vergelijkbaar met “het leggen van een noodverband waar een belangrijke operatie nodig is”. Het incident in Hadzici bestempelde admiraal Smith als “een gevaarlijk teken” van de hapererende samenwerking. “De federatie wordt een probleem, tenzij iemand begrijpt hoe ernstig het is als deze zaak niet van binnenuit wordt opgelost.” (Reuter)