Rambo's en softies

Born en Moelker (27 februari) zijn van mening dat de vermaatschappelijking van onze krijgsmacht geen verlies aan gevechtskracht tot gevolg heeft. Volgens hun inzicht vormen traditionele begrippen als moed, eer en discipline niet meer de achtergrond van de gevechtswaarde van een professioneel modern leger. Zij zouden zijn vervangen door het 'voorbeeldgedrag van de leider, buddy-relations en de cohesie van de groep'.

Het lijkt niet toevallig dat deze stellingname komt van een tweetal KMA-medewerkers. Het is begrijpelijk dat zij hun 'creatie' verdedigen: een keurig, technologisch competent, vermaatschappelijkt leger waarin voor Rambo's geen plaats is.

De schrijvers gaan hierbij voorbij aan het feit dat niet alle potentiële tegenstanders met deze zelfde doctrines zijn opgegroeid. Wellicht zijn zij (zie Bosnië, Somalië) niet eens geïnteresseerd om tegenover Nederlandse troepen een 'schone' lange-afstands-oorlog te voeren van achter hun computerschermen, met koffie op de juiste tijd.

Hoe goed ons leger is in schietwedstrijden met andere sportieve, gelijkgestemde, technologisch geavanceerde tegenstanders lijkt na Bosnië volkomen irrelevant. In rapid deployment zal men niet steeds kunnen rekenen op een 'gentlemen's war' tegen wellevende tegenstanders. Ook bij een dreigende confrontatie met bezeten Rambo's is een verpletterende vlucht in een YPR niet het enige juiste antwoord.

Hebben moed, eer en discipline er dan toch iets mee te maken?