Prostaatkanker (2)

Of de toen 68-jarige huisarts van de anoniem ingezonden brief (W&O 22 feb.)1996 voor zichzelf de juiste keuze heeft gemaakt, waag ik te betwijfelen. Hij schrijft dat hij 2,5 jaar geleden zijn matig gedifferentieerde, niet zeer kleine want te palperen niet uitgezaaide prostaatkanker niet heeft laten behandelen, en dat hij zich daar wel bij voelt.

Wat wij, urologen, hard nodig hebben zijn de uitkomsten van een paar grote, prospectieve, gerandomiseerde onderzoeken bij dergelijke patiënten met een vervolgtijd van minstens tien jaar, om te kiezen tussen geen behandeling, bestraling en radicale prostatectomie. Zo'n onderzoek is bijna niet te verwezenlijken: wie wil nou dat het domme lot beslist over zijn leven? Ik ken slechts één dergelijk, en alom bekritiseerd, Amerikaans onderzoek met als vraag: wat is beter, bestraling of radicale prostatectomie? Uitkomst: een hogere overlevingskans op termijn voor de radicale prostatectomie met als prijs een kans van een op tien op incontinentie na de operatie. Tot nu toe moeten wij het dan ook doen met de veel minder zekere gegevens van onderzoeken achteraf.

Als uroloog moet je je patiënt de drie behandelingsmogelijkheden voorleggen, met de (complicatie)kansen en deze onzekerheid. Voorwaar geen eenvoudig gesprek met een uit het lood geslagen patiënt en zijn familie, die vaak liever een recht toe, recht aan verhaal hebben op dat ogenblik.

De ingezonden brief van de oud-huisarts gaat over zijn geval. Eén geval kan nooit de richtlijn zijn voor een behandelingskeuze. Dat moet een oud-huisarts beseffen wanneer hij zo'n felle persoonlijke brief instuurt, en een redactie wanneer ze zo'n brief plaatst.