Prognose van Planbureau: Iedereen gaat in koopkracht er op achteruit

DEN HAAG, 7 MAART. De koopkracht gaat volgend jaar, als het kabinet geen aanvullende maatregelen zou nemen, voor iedereen achteruit. Dit blijkt uit berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) in het concept van het Centraal Economisch Plan.

De CPB-prognoses zijn van belang voor de besprekingen over de begroting voor volgend jaar die op Prinsjesdag wordt gepresenteerd.

Vice-premier Dijkstal (VVD, Binnenlandse Zaken) zei deze week dat de koopkracht voor mensen met de laagste uitkeringen binnen het kabinet politieke prioriteit moet krijgen. “Ik vind het een teken van beschaving of hoe je het ook wilt noemen om voor mensen met de laagste uitkeringen koopkrachtbehoud na te streven. Dat is voor mij een politieke prioriteit”, zei Dijkstal in een vraaggesprek met deze krant. Hij ondersteunde het pleidooi van de fracties van PvdA en D66 om de koopkracht van de laagstbetaalden niet verder achteruit te laten gaan.

Het CPB gaat er vanuit dat de sociale uitkeringen volgend jaar worden gekoppeld aan de loonontwikkeling in het bedrijfsleven. Alleenstaanden met een modaal inkomen (55.000 gulden) zien hun koopkracht volgend jaar met twee procent afnemen; de andere werknemers met een modaal inkomen gaan er 0,75 procent op achteruit. Mensen met minimum-uitkering en kinderen gaan er 0,75 procent op achteruit. Voor minima zonder kinderen neemt de koopkracht met één procent af. “Met een beetje goede wil moet dat te repareren zijn”, zei het Tweede Kamerlid Van Zijl (PvdA) vanmorgen in een reactie op de CPB-prognoses. Voor dit jaar komt de koopkracht over de hele linie iets lager uit dan geraamd door het CPB in de Macro Economische Verkenningen van september 1995.

De inkomensachteruitgang is een gevolg van het streven van het kabinet om de tekorten bij de sociale fondsen en volksverzekeringsfondsen weg te werken. “Het in twee jaar op orde brengen van de vermogenspositie van de volksverzekeringsfondsen heeft een opwaarts effect op het tarief van de eerste schijf van circa 1,25 procent, met een negatief effect op de koopkracht van één procent voor modale alleenverdieners en 0,75 procent voor die op minimumniveau”, aldus het CPB. In 1995 hadden de sociale fondsen een tekort van 3,5 miljard gulden, voor dit jaar wordt een tekort voorspeld van 0,5 miljard gulden. Het CPB houdt rekening met een overschot van 3,5 miljard gulden in 1997.

De CPB verwacht dat de prijzen volgend jaar met 2,5 procent stijgen, evenveel als dit jaar. De Nederlandse economie kan zich niet onttrekken aan de aarzelende conjuncturele ontwikkeling in West-Europa. Met een verwachtte groei van twee procent dit jaar en 2,5 procent volgend jaar doet Nederland het beter dan het Europese gemiddelde.

De werkgelegenheid stijgt volgend jaar met 117.000 personen. Ondanks de sterke groei van de werkgelegenheid blijft de werkloosheid hoog. Door het eveneens krachtig toenemende arbeidsaanbod is sprake van een slechts bescheiden daling. Ten opzichte van de piek in 1994 loopt de werkloze beroepsbevolking tot 1997 in totaal met ruim 100.000 personen terug. De werkloze beroepsbevolking daalt van 540.000 naar 535.000 in 1997.

De trendmatige stijging van de arbeidsdeelname is volgens het CPB goed voor ongeveer 25.000 personen per jaar. De rest is een gevolg van beleidsmaatregelen, zoals strengere keuringen bij arbeidsongeschiktheid. De verhouding tussen mensen met een uitkering en mensen met een betaalde baan (inactieven / actieven-ratio) daalt van 82,3 in 1995 via 81,3 dit jaar naar 80,1 in 1997.