Pragmatici staan tegenover conservatieven bij verkiezingen; Lot hervormingen centraal in Iran

'Steun aan (president) Rafsanjani' tegenover 'Onder het vaandel van de Gids': de twee stromingen die elkaar morgen het hoofd bieden in de Iraanse parlementsverkiezingen, zijn op het eerste gezicht buitengewoon moeilijk van elkaar te onderscheiden. Te meer daar de groeperingen die deze leuzen hanteren, respectievelijk de Associatie van de Strijdende Geestelijkheid en de Dienaren van de Wederopbouw van Iran, in feite het tegenovergestelde bedoelen.

De 'Gids', dat is de Opperste leider van de Islamitische Republiek, ayatollah Ali Khamenei. Onderschrijving van het principe van zijn leiderschap is een van de eisen die aan iedere kandidaat-parlementariër worden gesteld, onmiddellijk na aanvaarding van het islamitisch systeem - dat hoort er gewoon bij. Maar formele steun voor het principe is nog niet hetzelfde als steun voor de politieke lijn van de Gids.

Khamenei en hojatoleslam Ali Akbar Hashemi Rafsanjani vormden in de eerste jaren van hun samenwerking, eerst als president en parlementsvoorzitter en vervolgens (1989) als Opperste Leider en president, een bijna onafscheidelijk duo. Maar in de loop der jaren zijn zij uit elkaar gegroeid tot wat zij nu zijn: onverzoenlijke boegbeelden van (Khamenei) de conservatieven, bezorgd om verdunning van het islamitisch erfgoed en tegenstanders van vergaande economische hervorming, en (Rafsanjani) van de pragmatici, die zonder liberalisering de Iraanse economie en daarmee het islamitische bestel zien instorten.

De conservatieven van de Associatie van de Strijdende Geestelijkheid brachten vier jaar geleden de linkse geestelijkheid die tot dan het parlement domineerde, een vernietigende nederlaag toe. Zij leverden ongeveer 60 procent van de parlementariërs, net niet de tweederde meerderheid die nodig was om president Rafsanjani en zijn kabinet van hoofdzakelijk pragmatische technocraten werkelijk de voet dwars te zetten bij hun beleid van economische (en een beetje sociale) liberalisering en toenadering tot het buitenland. Wel zijn zij erin geslaagd Rafsanjani's hervormingen te vertragen en af te vlakken, wat, samen met de lage olieprijzen en de Amerikaanse boycot (wegens steun voor terrorisme) heeft bijgedragen tot de huidige slechte economische toestand. En nu gaat het erom: rukken de conservatieven verder op en manoeuvreren zij zich daarmee meteen in een goede uitgangspositie voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar of kunnen de pragmatici zich handhaven? Wordt de islamitische lijn verscherpt of zet de sociale, politieke en economische normalisering door?

Meer dan 3.200 Iraniërs zijn door de Hoeders van de Grondwet, het orgaan dat toeziet op het islamitisch gehalte van het Iraanse bestuur, geaccepteerd als kandidaat voor de 270 zetels in de Majlis, het Iraanse parlement. Aan de andere kant zijn er ruim 2.000 afgewezen, wat leidde tot woedende Iraanse publikaties waarin de 'Hoeders' een ideologische schoonmaak wordt verweten. Een lid van de 'Hoeders', de conservatieve ayatollah Jannati, repliceerde dat sommigen te veel fouten maakten in een schriftelijke test, en dat anderen “problemen hadden met de praktische toewijding aan de islam” of connecties onderhielden met de oppositie in ballingschap. Onder de afgewezenen waren veel kandidaten van een door het regime gedoogde liberale oppositiegroep, de kleine Beweging voor de Bevrijding van Iran - zoveel dat de groep besloot zich maar geheel uit de verkiezingen terug te trekken.

De linkse geestelijkheid, van wie de radicale ex-minister van Binnenlandse Zaken Mohtashemi een prominente vertegenwoordiger is, was ditmaal niet eens begonnen aan een kandidaatstelling, de nederlaag van vier jaar geleden indachtig en “gezien de huidige politieke situatie”. Daarmee leken de conservatieven de weg vrij te hebben naar de almacht.

Maar hun weigering pragmatische kandidaten op hun lijst toe te laten leidde in januari tot de geboorte van de 'Groep van Zestien', genoemd naar de zestien medestanders van Rafsanjani onder wie drie van zijn vice-presidenten, negen ministers, de president van de Centrale Bank en de burgemeester van Teheran, die verzet aantekenden tegen het “monopolie van een zekere groep” en zich in de verkiezingsstrijd wierpen. De conservatieven brandmerkten hun initiatief als een belediging van het parlement en in strijd met de grondwet, en dreigden zelfs de parlementaire procedure op gang te brengen om Rafsanjani en zijn kabinet af te zetten. Khamenei gedoogde het initiatief echter. Wel bezwoer hij iedereen “alles te vermijden dat misverstanden en spanningen in de publieke opinie zou kunnen veroorzaken”, wat werd uitgelegd als aanmaning aan de Groep van Zestien zich rustig te houden.

De Groep van Zestien heeft zich inmiddels getransformeerd tot Dienaren van de Wederopbouw - een wederopbouw die zich naar hun mening slechts kan voltrekken via verdere economische liberalisering. “Wij denken dat de problemen van de bevolking, bij voorbeeld op economisch gebied, kunnen worden opgelost door ontwikkeling van het land”, aldus de burgemeester van Teheran, Gholam Hossein Karbaschi, dezer dagen op een persconferentie. “Wij denken dat we aandacht moeten besteden aan subsidies voor de bevolking, maar ontwikkeling moet prioriteit hebben.”

De regering-Rafsanjani heeft zich de afgelopen jaren ingespannen om de subsidies op eerste levensbehoeften zoveel mogelijk af te bouwen, in overeenstemming met richtlijnen van het Internationaal Monetair Fonds, en van zijn buitenlandse schuld van inmiddels 30 miljard dollar af te komen. De conservatieven zijn juist voorstander van de subsidies om het lot van de allerarmsten, die de ruggengraat vormen van de Islamitische Revolutie, te verbeteren.

Karbaschi, een pragmatist pur sang die Teheran heeft opgeruimd, wordt al geruime tijd genoemd als potentieel opvolger van Rafsanjani. Deze is volgens de grondwet volgend jaar niet herkiesbaar. Maar een grote overwinning voor de conservatieven zal hun leider, parlementsvoorzitter Ali Akbar Nateq-Nouri, in de beste uitgangspositie voor het presidentschap brengen.

Wat de kiezers er allemaal van denken is hoogst onduidelijk. Het is niet eens zeker of het hun allemaal helder is, aangezien alle kandidaten als individuen te boek staan, van wie sommigen op lijsten staan van genoemde groeperingen en nog enkele kleine facties, maar ook enkelen op méér lijsten voorkomen. Volgens het officiële persbureau IRNA bleek bij een peiling onder 450 kiezersin spe dat eenderde van hen geen idee had welke stromingen aan de verkiezingen deelnemen. Hun opkomst zal in elk geval uitwijzen of het hun nog wat uitmaakt.