Planbureau: EMU binnen bereik; Meer investeringen vereist voor banen

DEN HAAG, 7 MAART. De investeringen van het bedrijfsleven en de overheid moeten omhoog om de werkloosheid te bestrijden. Dit schrijft het Centraal Planbureau (CPB) in een eerste versie van het Centraal Economisch Plan. De CEP-voorspellingen zijn van belang voor de besprekingen over de begroting 1997.

Het overheidstekort, zo meldt het CPB, daalt in 1997 meer dan voldoende om Nederland in aanmerking te laten komen voor toetreding tot de Economische en Monetaire Unie (EMU), terwijl de koopkracht voor alle inkomensgroepen daalt.

Het overheidstekort volgens de EMU-norm daalt in 1997 naar twee procent van het bruto binnenlands produkt; ruim voldoende om toe te treden tot de EMU. De overheidsschuld blijft met 77,5 procent van het binnenlands produkt ruim boven de referentiewaarde.

Nederland is recordhouder als het gaat om besparingen. Deze bedragen 23,8 procent van het binnenlands produkt, ruim 170 miljard gulden. De investeringen blijven daar met 20 procent, ofwel ruim 140 miljard gulden per jaar, ver bij achter.

Het planbureau vraagt zich in een aparte bijlage af waarom de besparingen niet worden ingezet om de werkloosheid te bestrijden. “Er wordt jaar in jaar uit meer gespaard dan geïnvesteerd”, aldus het CPB. “Dit roept de vraag op of niet een groter deel van de besparingen binnenlands kan worden benut om het structurele niveau van de investeringen te verbeteren.” De belangrijkste reden voor de gewenste verhoging van de investeringen is volgens het CPB “de omvangrijke inactiviteit”.

De exporten overtreffen de importen al sinds 1981. Dat heeft inmiddels geleid tot het grootste overschot op de betalingsbalans van de Europese Unie. Dit jaar zal het overschot naar verwachting 5 procent van het binnenlands produkt bedragen, 32,5 miljard gulden.

In de middellange-termijnscenario's die in het Centraal Economisch Plan zijn opgenomen wordt gerekend met “een overschot van 6 à 7 procent binnenlands produkt in het jaar 2000”. Opgeteld heeft Nederland in de periode 1985-1993 115 miljard gulden meer aan het buitenland verdiend dan aan het buitenland uitgegeven. Dit heeft volgens het CPB echter lang niet in die mate geleid tot meer Nederlandse bezittingen in het buitenland. “De jarenlange overschotten zijn als het ware in een zwart gat verdwenen”, schrijft het CPB.

Nederlandse bedrijven investeren vooral in de Europese Unie. Het aandeel van die landen nam toe van 29 procent in de periode 1982-1987 tot 46 procent in de afgelopen jaren.

Deze toename ging ten koste van investeringen in de Verenigde Staten. Het CPB begrijpt niet dat bedrijven, gezien de hoge winstgevendheid, niet meer in Nederland investeren. Met België vormt Nederland volgens het CPB één van de aantrekkelijkste vestigingsplaatsen van Europa.

Pagina 23: Planbureau verwacht afname schuldquota

In het verdrag van Maastricht, dat voorziet in vervanging van nationale valuta door één Europese munt, is een aantal eisen gedicteerd ten aanzien van de overheidsfinanciën. Zo mag het begrotingstekort niet hoger zijn dan drie procent van het binnenlands produkt. Het CPB verwacht een daling van het EMU-tekort van 3,2 naar 2 procent in 1997 “ruim beneden de 3 procent bovenwaarde van het verdrag van Maasticht”, schrijft het CPB. De daling is met name een gevolg van een overschot bij de sociale fondsen van 3,5 miljard. Daarnaast wordt de tekortreductie mogelijk gemaakt omdat er op de rijksbegroting een bescheiden lastenverzwaring op het programma staat.

Volgens het verdrag van Maastricht moet het quotiënt van staatsschuld en binnenlands produkt lager zijn dan zestig procent - en zo niet dan tenminste in een bevredigend tempo zakken naar dat percentage. Voor 1996 voorspelt het CPB een schuldquote van 78,4 die afneemt naar 77,6 in 1997. De raad van ministers van financiën van de Europese Unie heeft gesteld dat een 'bevredigend tempo' in de praktijk betekent dat de verhouding tussen staatsschuld en binnenlands produkt jaarlijks met tenminste twee procentpunten moet dalen. Van 1996 op 1997 daalt de quote met 0,8 procent en zou Nederland dus niet aan dit criterium voldoen. De Miljoenennota 1997 moet de basis leggen om toe te treden tot de derde fase van de EMU. Deze muntunie moet op 1 januari 1999 van start gaan en de koersen van de deelnemende valuata fluctueren dan niet meer en worden vervangen door één munt, de Euro.