Nieuw kabinet Oostenrijk van SPÖ en ÖVP

WENEN, 7 MAART. Na een marathon-vergadering van 16 uur hebben de Sociaaldemocratische partij van Oostenrijk SPÖ en de conservatieve Oostenrijkse Volkspartij ÖVP vanochtend vroeg overeenstemming bereikt over een nieuw kabinet.

Dat heeft bondskanselier Franz Vranitzky bekend gemaakt. Vranitzky (SPÖ) onderhandelde sinds 12 januari met vice-kanselier Wolfgang Schüssel (ÖVP) over voortzetting van de grote coalitie die de republiek al negen jaar regeert.

Een van de belangrijkste punten van het regeerakkoord is de vermindering van de overheidsuitgaven met 100 miljard schilling (16 miljard gulden) voor 1996 en 1997. Doel van de bezuinigingen is het vervullen van de voorwaarden voor toetreding tot de Economische en Monetaire Unie (EMU).

Bij parlementsverkiezingen op 17 december liet de SPÖ met 38,1 procent van de stemmen de ÖVP ver achter zich, die maar 28,3 procent behaalde. De vervroegde verkiezingen in december waren noodzakelijk geworden na een regeringscrisis in oktober over de begroting. Schüssel wilde meer bezuinigingen dan Vranitzky. Toen Schüssel de regering liet vallen, kon hij volgens opiniepeilingen erop hopen dat zijn partij de meeste stemmen zou krijgen en hij kanselier zou worden.

De nieuwe regering wordt waarschijnlijk dinsdag beëdigd. Daarna zal Vranitzky een regeringsverklaring afleggen voor de Nationale Raad, het Oostenrijkse parlement. In de Raad, die in totaal 183 zetels telt, hebben de twee partijen een meerheid van 124 zetels.

Veel details over kabinet en regeerakkoord waren vanochtend nog niet bekend. Duidelijk werd wel dat twee ministeries - voor transport en familiezaken - opgeheven zullen worden en zullen samengaan met andere ministeries.

Onduidelijk is ook nog hoeveel van zijn hervormingswensen de conservatieve voorman Schüssel heeft kunnen verwezenlijken Tijdens de verkiezingen pleitte hij voor flinke ombuigingen: een hard spaarprogramma om het financieringstekort en de tot 67 procent van het bruto nationale produkt uitgegroeide staatsschuld in bedwang te krijgen, vermindering van de sociale uitgaven, later ingaande pensioenen evenals een actief beleid tot privatisering van bedrijven die nog altijd in staatshanden zijn of via de door de overheid beheerste banken in feite onder controle van de staat staan. Na afloop van de onderhandelingen beperkte Schüssel zich tot de mededeling dat er zijns inziens een “goed [onderhandelings] resultaat is geboekt dat een goede basis vormt voor de komende vier jaar.” (Reuter, AFP)