Nederlander let op zijn centjes

Waar zijn de Nederlanders eigenlijk mee bezig?, zo vroeg CBS-econoom drs. E.F. Rietzschel zich gisteren hardop af. Het bedrag dat Nederlanders leenden bij bank of financieringsmaatschappij voor de aanschaf van duurzame consumptiegoederen steeg in 1995 tot recordhoogte. Topdrukte bij de detailhandel zou een logisch gevolg zijn, maar het tegenovergestelde is het geval. Autodealers, witgoedhandelaren en meubelverkopers klagen steen en been over de wegblijvende klant.

De Vereniging van Financieringsondernemingen (VFN) liet gisteren juichende geluiden horen. De consumptieve kredietverlening steeg vorig jaar met zeven procent tot 14,3 miljard gulden. Bovendien wilden veel Nederlanders in het laatste kwartaal van vorig jaar profiteren van de lage rente en sloten een extra hypotheek af voor consumptieve doeleinden. Er was sprake van een explosieve stijging van het aantal 'kleinere' hypotheken tot vijftigduizend gulden. In de eerste twee maanden van dit jaar bleven Nederlanders zich massaal in de schulden steken. VFN-voorzitter W. van den Heuvel repte over groeipercentages van het consumptief krediet van 17 tot 20 procent.

Maar terwijl in de jaren zeventig en tachtig jaarlijks miljarden guldens aan geleend geld aan de consumptie werden toegevoegd, vertaalt de toegenomen kredietverlening zich sinds enkele jaren niet in toegenomen bestedingen. Een belangrijke graadmeter daarbij is de verkoop van auto's. Zeventig procent van het totale consumptieve krediet in Nederland wordt aangewend voor de aankoop van een nieuwe auto. Terwijl de kredietverlening fors steeg, werden er vorig jaar maar 0,8 procent meer auto's verkocht in Nederland. Ook bij de detaillisten in witgoed, video-apperatuur en meubels zijn sombere geluiden te horen. Een grote verkoper van duurzame consumptiegoederen, Macintosh, maakte vorige week teruglopende rendementen bij de meubelhallen van Piet Klerkx in Waalwijk bekend.

De paradox is dat Nederlanders niet alleen meer lenen dan ooit, maar ook meer aflossen en sparen. Terwijl consumenten vorig jaar 14,3 miljard gulden voor consumptieve doeleinden leenden, losten ze tegelijk 16 miljard gulden af van eerder afgesloten leningen. Per saldo werd er dus vorig jaar 1,7 miljard gulden aan de consumptie onttrokken. En dat geld werd vooral gebruikt om spaarrekeningen te spekken. Per huishouden werd vorig jaar bijna 2.200 gulden gespaard, ruim duizend gulden meer dan in 1994. Tegen elke geleende gulden Nederland staan nu 10 gulden gespaard geld. Gemiddeld hebben Nederlandse huishoudens 36.000 gulden op de bank staan. Die spaarlust van de Nederlander wordt bovendien extra aangewakkerd door fiscale regelingen zoals het spaarloon. De detailhandel schat dat de bestedingen als gevolg van de populariteit van het spaarloon vorig jaar met circa 3,5 miljard gulden zijn gedrukt.

De voorzichtigheid van consumenten blijkt ook uit het succes van doorlopende kredietfaciliteiten, die vorig jaar driekwart van het consumptieve krediet voor hun rekening namen. Het ouderwetse krediet met een vaste looptijd wordt in hoog tempo van de markt gedrukt. De consument wil zelf kiezen of hij veel of weinig opneemt en veel of weinig aflost.

En meestal wordt gekozen voor weinig schulden, iets dat de juichende geldverschaffers toch niet vrolijk moet stemmen. De maximale leenlimiet voor doorlopende kredieten ligt tien keer hoger dan het bedrag dat werkelijk wordt opgenomen door consumenten. De bestedingsruimte van 5,7 miljard die creditkaartmaatschappijen aan de houders van de kaarten verschaffen, wordt maar voor circa acht procent benut. En bij postorderbedrijven wordt maar 14,3 procent van de geboden kredietruimte opgenomen.

Nederlanders blijven een spaarzaam volkje, maar er zijn uitzonderingen. Uit gegevens van de fiscus over de rente-aftrek blijkt dat de laagste inkomensgroepen en 'veelverdieners' (bruto meer dan twee ton) de meeste rente betalen. Dat bevestigt het beeld dat de zeer hoge inkomens via hoge rentelasten hun belastbaar inkomen zo veel mogelijk trachten te drukken en lagere inkomensgroepen in Nederland tot hun nek in de schulden zitten.