Misjelangelo en de minachting op tv

De Nederlandse televisie biedt nog maar weinig programma's waarnaar nog zonder plaatsvervangende schaamte kan worden gekeken: door hun vulgariteit en platvloersheid beledigende quizzen en spelprogramma's dragen dagelijks een steentje bij aan de voortgaande infantilisering van de televisie. Films van niveau beginnen traditioneel pas om elf uur 's nachts: wie kwaliteit wil, moet nachtrust offeren.

Slecht gespeelde soaps veroveren de laatste uithoeken van de beeldbuis en er is een wildgroei ontstaan in emotieshows van haaien in vrouwengedaante als Ricky Lake en Jenny Jones, die bij RTL met een verbijsterend gebrek aan terughoudendheid en fatsoen en onder instemmend gejoel van een live-volksgericht geilen op de emoties en problemen van de naïeve sukkels die zich daar in ruil voor een kwartiertje roem-op-de-beeldbuis voor laten strikken.

Hier en daar ontkomen een verdwaalde documentaire of een enkel praatprogramma met niveau nog aan de kaalslag, en de VPRO roeit soms - soms - nog dapper tegen de stroom in, maar al zappend komt de kritische kijker elke avond weer tot de conclusie dat de omroepen zijn gewikkeld in een race om de programma's vooral zo platvloers mogelijk te maken.

De gestage debilisering van de Nederlandse televisie krijgt ook het NOS-journaal en de sportprogramma's steeds duidelijker in haar greep. Het journaal heeft nooit uitgeblonken door een kritische instelling, originaliteit of kennis van zaken. Gebeurt er eens iets in het vaderlandse, dan bestaat een journaal lang het wereldnieuws niet meer. Het journaal moest bovendien ingewikkelde problemen altijd binnen drie of vier minuten afdoen en dat stelt eisen waaraan de makers - anders dan bijvoorbeeld de collega's van de BBC of de ARD - maar zelden kunnen voldoen. En steeds weer blijkt dat het nog erger kan.

Sportwedstrijden bekijk ik al sinds jaar en dag het liefst op de Duitse, Belgische of de BBC-televisie, waar men niet alleen over betere achtergrondinformatie beschikt, maar ook beter dan bij ons weet a. dat er niet altijd hoeft te worden geschreeuwd, b. dat de commentator af en toe zijn mond moet houden, en c. hoe vreemde namen moeten worden uitgesproken. Er is best wat aan te merken op de Duitse televisie, maar in de sportuitzendingen heet Kluivert Kluivert, en Waterreus Waterreus.

Het was ooit, in de tijd dat Kindvall als Tsjindvall werd uitgesproken, Herman Kuiphof die op de Nederlandse televisie de correcte uitspraak van buitenlandse namen introduceerde. Dat is héél lang geleden. Onlangs werd in een Nederlands sportprogramma van een Roemeense turnster gezegd: “Ze is afkomstig uit Baia Mare, dat is een badplaats, die ligt dus aan de Zwarte Zee.” De commentator zou bij wijze van straf op zijn knieën van Baia Mare naar de Zwarte Zee moeten kruipen. Hij zou daar een maand of wat over doen, maar als hij in die tijd niet op de buis komt is dat mooi meegenomen.

Het is voor de kijker afzien geblazen wanneer op het Nederlandse journaal Engels wordt gesproken: dat resulteert in gehaspel. Als op de Nederlandse beeldbuis een verslaggever aan een Duitse zin dreigt te beginnen, zap ik liever haastig naar een belendende zender om mezelf heel veel schaamte en ergernis te besparen. Het niveau van het Duits op de Nederlandse televisie doet steevast denken aan die middelbare scholier die in een proefwerk de zin Der Zug donnerte vorüber vertaalde als 'De zeug donderde voorover'.

Het heeft jaren geduurd voordat in het Nederlandse journaal de namen van Milosevic en Karadzic min of meer correct werden uitgesproken. Vorige week was Vogosca een hinderpaal van jewelste. In de talen van ex-Joegoslavië wordt de s als sj, de c als tsj en de c als ts uitgesproken, en Vogosca dient dus te worden uitgesproken als - fonetisch gespeld - Vogosj-tsja. Heel simpel voor wie de moeite doet het eerst even na te vragen. Maar in het journaal kregen we afgelopen week een verbluffende variatie opgedist: Vogosja, Vogoska, Vogotsja, zelfs Vagotsja.

Srebrenica is nog zo'n moeilijk woord. Hoe vaak zijn daar Nederlandse tv-verslaggevers geweest, in de loop der tijden? Tijdens al die bezoeken hadden Gerri E. of Harmen R. toch één keer een willekeurige passant kunnen vragen hoe Srebrenica of het nabijgelegen Bratunac eigenlijk moeten worden uitgesproken? Maar nee, al die maanden is de kijkers niet verslag gedaan over Srébrenitsa en Bratoenats, zoals het hoorde, maar over Srebrenitsja en Bratoenatsj, een belediging voor het oor en een belediging van de kijker.

Geen BBC- of ARD-verslaggever zou zoiets gebeuren: zij doen het minimum aan moeite dat van de Hollandse Gerri's en Harmens kennelijk niet kan worden verwacht. De uitspraak van vreemde namen is misschien maar een detail - maar een van de niveaubepalende elementen in alle mensenwerk is de aandacht voor het detail.

Eind vorige week bereikte het culturele analfabetisme op het Nederlandse journaal een nieuw dieptepunt. In een verslag over tekeningen van Michelangelo repte een van de meisjes van het NOS-journaal van Misjelangelo. Dat onlangs bij een item over Brâncusi de naam van deze van oorsprong Roemeense beeldhouwer werd uitgesproken als Brankoezi in plaats van het correcte Brunkoesj is nog tot daar aan toe. Maar dat het journaal op een tentoonstelling van werk van een van de grootste kunstenaars van dit millennium iemand afstuurt die kennelijk nooit van hem heeft gehoord en die ook niet wordt gecorrigeerd als ze voor een miljoenenpubliek zijn naam verhaspelt, is een blijk van diepe minachting voor de kunst, het vak en vooral de kijker.