Ministerieel advies over dienstwapen genegeerd

ROTTERDAM, 7 MAART. Het advies van de minister van Binnenlandse Zaken, om politiefunctionarissen hun dienstpistool niet langer doorgeladen bij zich te laten dragen, wordt door lang niet alle korpsbeheerders opgevolgd. Dit blijkt uit een telefonische enquête langs verschillende regiokorpsen.

Volgens politiebonden zijn korpsbeheerders eerder geneigd naar hun eigen wapendeskundigen te luisteren dan naar de minister. Alleen Friesland laat weten het zogeheten 'Walther-advies' van de minister op te volgen.

In het verleden is het ettelijke malen voorgekomen dat de Walther P-5 ongewild afging. Wanneer het pistool viel en onder een bepaalde hoek de grond raakte, bleek het risico te bestaan van een onverwacht schot. In een periode van zestien jaar hebben zich evenzovele 'valincidenten' voorgedaan. Met de fabrikant van Walther in Duitsland is overlegd welke 'modificaties' het wapen moet ondergaan opdat deze incidenten worden voorkomen.

In afwachting van de daadwerkelijke modificatie van het pistool heeft de minister begin dit jaar de korpsbeheerders geadviseerd om, in de interne korpsvoorschriften over de draagwijze van het pistool, voor te schrijven dat zich in de kamer van het wapen geen patroon bevindt. “Dit betekent concreet dat het pistool voor gebruik eerst moet worden doorgeladen”, aldus de minister.

In het interne bulletin van het regiokorps Amsterdam-Amstelland, het Korpsbericht, legt F. Kappe, wapendeskundige van Amsterdam-Amstelland, uit waarom het advies van de minister niet zal worden opgevolgd. Wanneer het pistool is doorgeladen moet op de trekker een druk van bijna viereneenhalve kilo worden uitgeoefend. “Dat is een ingebouwde veiligheid die vooral bij hectische acties op straat belangrijk is”, aldus Kappe. Wanneer geen patroon in de kamer zit en het pistool doorgeladen wordt op het moment dat dit nodig is, is er nog maar twee kilo nodig om de trekker over te halen. Dat wordt door de vuurwapendeskundige onder 'spannende omstandigheden' ongewenst en onveilig gevonden.

Volgens de Nederlandse agent van Walther zijn vanaf eind jaren zeventig circa veertigduizend P(olice)-5 pistolen aan de Nederlandse politie verkocht ter vervanging van de FN. Een deel van deze vuistvuurwapens heeft, na incidenten in Duitsland, reeds bij de fabrikant een 'valveiligheidsmodificatie' ondergaan. De circa 25.000 niet gemodificeerde dienstwapens moeten nog een aanpassing ondergaan.

De minister van Binnenlandse Zaken verwacht dat hij samen met zijn collega van Justitie binnenkort uitsluitsel zal kunnen geven omtrent de voorgenomen modificatie. Hierbij zullen kleinere onderdelen in de Walther P-5 worden vervangen en afsluiter, trekkerstang en slagpin een nabewerking ondergaan. Met deze operatie is volgens een woordvoerder van Binnenlandse Zaken tien miljoen gulden gemoeid.