Menselijke beetwonden geven de meeste kans op infectie

Uit een overzichtsstudie van Amerikaanse artsen in de Journal of the American Academy of Dermatology (dec. '95) blijkt dat de kans op infectie bij menselijke bijtwonden veel groter is dan bij die van een hond of kat. Zo is 46% van de menselijke bijtwonden (waarbij de patiënt geen antibioticum toegediend heeft gekregen) na 24 uur ontstoken. Bij katten- en hondenbeten is dat veel zeldzamer. De artsen bevelen daarom aan menselijke beetwonden te behandelen met breed spectrum-antibiotica.

In de VS komt 1% van de patiënten bij de Eerste Hulp met een bijtwond. Daarvan gaat het in 3,6 tot 23 procent om een menselijke beet (in de stad het vaakst). Maar honden staan bovenaan in de bijtorde. In de VS zijn dat Duitse herder, Doberman pinscher en Bullterriër. Hondenbeten raken, hoewel ze soms diep zijn, zo zelden ontstoken dat de auteurs niet eens antibiotica aanbevelen. Het aantal infecties bij kattenbeten is beduidend hoger dan bij hondenbeten: 30 tot 50 procent.

Menselijke beten zijn berucht om het infectierisico. Er komen frequent complicaties bij voor, zoals abcessen en onderhuidse ontstekingen. Vergeleken met de bek van hond of kat krioelt de menselijke mond van de bacteriën en virussen. Uit elke menselijke bijtwond worden gemiddeld 5 aparte micro-organismen geïsoleerd. Daarbij komen ook herpesvirussen voor en het hepatitis B- en C-virus. Er is nooit met zekerheid aangetoond dat een AIDS-besmetting optreedt na een menselijke beet, hoewel HIV wel aanwezig is in het speeksel van seropositieven.