'Kwaliteit hartoperaties De Klokkenberg staat buiten kijf'; Te weinig longoperaties in Breda

BREDA, 7 MAART. De kwaliteit van de hartoperaties in het thoraxcentrum van medisch centrum De Klokkenberg in Breda staat niet ter discussie. Dit stelt de Inspectie voor de Gezondheidszorg in Noord-Brabant. “De vaardigheid voor het uitvoeren van hartoperaties staat buiten kijf”, zegt inspecteur M. Westerouen van Meeteren.

Deze week stelde de inspectie in een rapport het niet langer verantwoord te vinden dat in De Klokkenberg longchirurgische zorg wordt verleend. De raad van toezicht van het multi-categorale ziekenhuis besloot daarop alle longoperaties op te schorten. Met andere ziekenhuizen worden afspraken gemaakt over het waarnemen van de operaties.

In De Klokkenberg worden jaarlijks ongeveer ruim vijftienhonderd hartoperaties en ongeveer twintig longoperaties uitgevoerd. Een belangrijk argument voor de inspectie om zich tegen longoperaties in De Klokkenberg uit te spreken, is dat er te weinig operaties worden uitgevoerd om er zeker van te kunnen zijn dat de thoraxchirurgen, die zowel hartoperaties als longoperaties uitvoeren, hun expertise op peil houden. Bij hartoperaties is dit bezwaar niet aan de orde.

Een landelijke interdisciplinaire werkgroep van heelkundigen, thoraxchirurgen en longartsen stelde drie jaar geleden criteria op waaraan moet worden voldaan om longchirurgische zorg te verlenen. Deze criteria zijn onder meer dat er per jaar minimaal twintig patiënten en minimaal tien patiënten per thoraxchirurg worden behandeld. Ook stelde de werkgroep als eis een optimale samenwerking tussen thoraxchirurgen en longartsen.

In De Klokkenberg wordt volgens de inspectie aan deze criteria niet voldaan. Er worden te weinig longoperaties uitgevoerd en de samenwerking tussen de thoraxchirurgen, de longartsen, de anesthesisten en de verpleegkundigen bij deze operaties is “te vrijblijvend, te weinig gestructureerd”, aldus Westerouen van Meeteren. Dat gebrek aan samenwerking wordt versterkt doordat patiënten na een longoperatie niet in het thoraxcentrum maar elders in De Klokkenberg, in de long- en astmakliniek Schoondonck, worden verpleegd.

Niet bekend

De professionele deskundigheid van de thoraxchirurgen bij het uitvoeren van hartoperaties staat buiten de discussie, benadrukt Westerouen van Meeteren. Bovendien houden de chirurgen na hartoperaties anders dan bij longoperaties zicht op de patiënten, die binnen het thoraxcentrum worden verpleegd.

Het thoraxcentrum van De Klokkenberg is van de tien Nederlandse hartcentra de enige categorale instelling, dat wil zeggen dat de chirurgische zorg niet is ingebed in de structuur van een ziekenhuis. Volgens inspecteur Van Meeteren hoeft dit geen bezwaar te zijn. “Het alleen bezig zijn met waar je heel goed in bent, kan voordelig zijn. Maar als zich complicaties tijdens de operatie voordoen, kan het ook risico's met zich meebrengen. Dus moet je waarborgen vastleggen en samenwerkingsverbanden aangaan met andere ziekenhuizen. Dat is in het thoraxcentrum nog steeds niet gebeurd.”

Het thoraxcentrum werkt samen met een algemeen ziekenhuis in Breda, het Ignatiusziekenhuis. Deze samenwerking beperkt zich tot het op afroep beschikbaar stellen van algemeen chirurgen, internisten en radiologen. Van Meeteren: “In het geval van de longkankerpatiënt kwam een algemeen chirurg van het andere ziekenhuis 's avonds kijken. Dat is niet goed. Er moeten veel vastere verbanden met zo'n chirurg zijn. Dan kun je ook meer eisen stellen.”

Het rapport van de inspectie over de longchirurgie werd ingesteld na het overlijden van een longkankerpatiënt als gevolg van een niet zorgvuldig genoeg uitgevoerde voorbereidende operatie door het medisch team van het thoraxcentrum, als gevolg waarvan per ongeluk de slokdarm werd geperforeerd. Deze perforatie werd aanvankelijk niet opgemerkt. Het niet onderkennen van deze complicatie was het begin van een reeks incidenten die in twee weken tot het overlijden van de man hebben geleid. De inspectie omschrijft de behandeling van de man als een “opeenstapeling van fouten, tekortkomingen en nalatigheden”.

De familie van de overleden patiënt stelt het ziekenhuis aansprakelijk voor de derving van inkomsten die van zijn overlijden het gevolg zijn. De patiënt had een bakkersbedrijf. Ook overweegt de familie een klacht in te dienen bij het Medisch Tuchtcollege tegen de eerst-verantwoordelijke thoraxchirurg.