Ivanisevic frustreert opmars beste Belgische tennisser; Dewulf dringt door tot top-50 wereldranglijst

ROTTERDAM, 7 MAART. Filip Dewulf was al in Rotterdam toen Goran Ivanisevic in Milaan nog de finale moest spelen. Maar de Belg weigerde afgelopen zondag de wedstrijd van zijn eerstvolgende tegenstander te bekijken op televisie. “Beetje saai”, noemt hij het tennis van Ivanisevic.

Gisteravond was het wachten van Dewulf voorbij. Is de Kroaat eindelijk moegeslagen, had Dewulf zich afgevraagd. Laat hij dit keer eens een wedstrijdje lopen, geeft hij mij een kans? Ivanisevic, die dit jaar al drie toernooien heeft gewonnen, was moe en spaarde zijn krachten, maar won de eenzijdige wedstrijd met 7-6 en 7-5.

Net zoals Paul Haarhuis dinsdagavond klaagde over het ontmoedigende servicegeweld van Richard Krajicek, raken ook de opponenten van Ivanisevic gefrustreerd door de vele aces die zij in een wedstrijd om hun oren krijgen. De Kroaat slaat gemiddeld zo'n duizend aces per seizoen. Dit jaar is hij zo flitsend begonnen dat de teller begin maart, na 29 wedstrijden, al op 456 staat. Gisteravond sloeg hij er 20 in 12 servicebeurten.

“Hij was vermoeid”, constateerde Dewulf na afloop. “Ik vond hem vandaag al duidelijk minder spelen, en vooral minder serveren, dan twee weken geleden in Antwerpen. Maar hij blijft onberekenbaar. In de rally's kan ik wel met hem meekomen. Maar als ik een breekbal heb, slaat hij twee aces. Dat is frustrerend. Je begint ieder game met een 30-0 achterstand. En zeker de laatste weken moet zijn vertrouwen gegroeid zijn, hij moet zich bijna onklopbaar wanen.”

De service van Ivanisevic, met een korte opgooi en snelle polsbeweging, is buitengewoon moeilijk te 'lezen', vertelde Dewulf. “En als je in de goede hoek zit, is de bal moeilijk te controleren omdat hij zo hard slaat.” Dewulf verloor twee weken geleden in Antwerpen ook al van Ivanisevic, toen met 6-3 en 6-2. Voorlopig wil hij de Kroaat eventjes niet meer tegenkomen. “Daarom speel ik volgende week in Kopenhagen.”

In Denemarken zal hij mogelijk zijn goede spel van de laatste maanden weer op kunnen pakken. De 23-jarige Dewulf, die debuteerde in Rotterdam, is al twee jaar de nummer één van België en kon deze week vieren dat hij voor het eerst in zijn carrière doordrong tot de top-50 van de ranglijst. Hij kijkt dan ook met lichte jaloezie naar de situatie in Nederland. “Er komen nog een paar Belgen aan, hoop ik. Johan van Herck en Kris Goossens, die twee jaar jonger zijn dan ik, staan te trappelen aan de rand van de top-100. In Nederland is Krajicek doorgebroken en is de rest gevolgd. Dat heb je nodig, een voorbeeld. Het geeft de anderen motivatie.”

Dewulf dankt zijn goede klassering voornamelijk aan een “superweek” in Wenen in oktober vorig jaar. Het resultaat van anderhalf jaar hard werken met een vaste coach, de Spanjaard Gabriel Gonzales. In Wenen worstelde hij zich door het kwalificatietoernooi. Drie keer moest er een derde set aan te pas komen. Vervolgens groeide hij in het toernooi. En in de finale versloeg hij in het hart van Oostenrijk de lokale favoriet Thomas Muster.

“Ik wist van te voren dat ik een goede wedstrijd ging spelen. Ik had op gravel al eens twee matchballen tegen hem gehad en indoor gaf ik mezelf nog betere kansen. Bovendien was ik al zo tevreden dat ik in de finale stond, dat ik er voor mijn plezier stond te spelen. Toen het beter ging, kwam ik in een roes terecht. Ik heb niets gehoord van het chauvinistische publiek.” Sinds die overwinning heeft hij vertrouwen. Hij weet dat hij tegen topspelers goed kan spelen en hij weet dat hij regelmatig wint van spelers die 60 à 70 staan.

Dewulf, een fan van Standard Luik, had vroeger liever willen voetballen maar mocht niet van zijn ouders. Die waren bang voor kwetsuren bij hun zoon. Dewulf heeft soms wel spijt dat hij naar zijn ouders luisterde. Hij houdt van groepssporten, wil zich graag inzetten voor een team, zoals bij een Davis-Cupwedstrijd.

Ook de aandacht voor zijn persoon, die bij individueel succes nu eenmaal groot is, maakt hem nerveus. Hij is nog geen bekende Belg, maar wel al een bekende Limburger. “Als ik in mijn dorp Leopoldsburg op straat loop, spreken de mensen me aan. Dat vind ik wel tof, dat leken plotseling het tennis volgen. Maar uitnodigingen voor tv-shows wimpel ik zoveel mogelijk af.”

Ivanisevic heeft andere problemen. Hij speelt al ongeveer acht weken achter elkaar, haalde twee finales en won drie toernooien. “Iedere keer neem ik me voor om het volgende week rustig aan te doen. Na Antwerpen dacht ik: rustig aan in Milaan, en ik win daar het enkelspel en het dubbel. Na Milaan denk ik: rustig aan in Rotterdam. Dus zal ik wel weer de finale halen.”