Italië betaalt achterstallig pensioen uit in staatsschuld

ROME, 7 MAART. De Italiaanse overheid moet ongeveer twintig miljard gulden aan achterstallige betalingen overmaken aan pensioentrekkers, maar omdat zij dat geld niet heeft, zal het in termijn worden uitbetaald in de vorm van staatsschuldbewijzen. Het Constitutionele Hof had twee jaar geleden bepaald dat het instituut voor sociale zekerheid INPS een hervorming uit 1983 van het minimumpensioen en van de behandelingen met mensen met meer dan één pensioen, ten onrechte in haar voordeel heeft uitgelegd. In Italië krijgt bijna iedereen zijn pensioen via de staat. Meer dan één miljoen pensioentrekkers hebben recht op extra geld.

Premier Lamberto Dini probeerde aanvankelijk om de hete brij heen te lopen. Nominaal komen de achterstallige betalingen neer op ongeveer twintig biljoen lire, ruim twintig miljard gulden. Dat op zich is al twee derde van de bezuinigingsoperatie van dit jaar. Als rente en correctie voor inflatie mee worden geteld, stijgt dat bedrag naar 47 biljoen lire.

De INPS is de afgelopen twee jaar overspoeld met rechtszaken van mensen die geld wilden zien. Het kabinet heeft daarom gisteren besloten dat de correctie op de lopende pensioenen meteen zal worden toegepast. De INPS kan zelf die kosten dragen, al stijgen haar uitgaven met twee miljard gulden.

Het kabinet wil binnenkort een decreet uitvaardigen over de achterstallige uitkeringen. Verwacht wordt dat alleen het nominale deel in aanmerking wordt genomen. Minister van Arbeid Treu zei dat er een speciale emissie zal komen van staatsobligaties en dat die direct verhandelbaar zullen zijn.

Het is niet de eerste keer dat de overheid op die manier een financiële crisis probeert op te lossen. Dat is tien keer eerder gebeurd. De meest opzienbarende daarvan was de tegemoetkoming voor een volgens de rechter niet gerechtvaardigde ingreep in het systeem van inflatiecorrectie, in de tweede helft van de jaren zeventig. Toen werd het achterstallige geld uitbetaald in schatkistbewijzen die niet direct verhandelbaar waren.

Het rechtse blok heeft het besluit aangevallen als een verkiezingsmanoeuvre om stemmen van gepensioneerden te winnen, terwijl het land na de verkiezingen van 21 april de rekening krijgt.