Hete zomers nekken kasteelheer

ROTTERDAM, 7 MAART. Jarenlang gold het Deense kasteel Aalholm als ontmoetingsplaats voor de gekroonde hoofden der aarde. De koning van Siam logeerde er, koning Edward VII van Engeland speelde er golf en een marmeren buste van Wilhelm II herinnert aan de tijd dat de Duitse keizer een graag geziene gast was op het slot.

Het roemrijke verleden heeft niet kunnen verhinderen dat kasteelheer John graaf Raben-Levetzau zich genoodzaakt ziet zijn bezit te verkopen. Bijna driehonderd jaar nadat de familie Raben-Levetzau het middeleeuwse kasteel plus inventaris op een veiling kocht, gaat de uitgebreide inboedel van 20 tot 23 mei opnieuw onder de hamer, ditmaal van het veilinghuis Sotheby's. De waarde van de inventaris die circa achttienhonderd objecten omvat, wordt geschat op 11 miljoen kronen (bijna 4 miljoen gulden).

De dood van de vorige graaf Raben-Levetzau, het geldverslindende onderhoud en twee snikhete zomers hebben de huidige kasteelheer de das omgedaan. “Toen mijn vader in 1992 stierf, moest de erfenis worden verdeeld onder zes kinderen en drie (ex-)echtgenotes”, laat de graaf over de telefoon weten. “U begrijpt dat er dan per persoon weinig overblijft.” Graaf John (46), die zichzelf betitelt als landeigenaar en boer, moest als nieuwe kasteelbewoner bovendien een “enorm bedrag” aan successierechten betalen.

Om in het onderhoud te voorzien had de vorige graaf Raben-Levetzau al een derde van het kasteel plus het museum met tweehonderd oldtimers naast het slot opengesteld voor publiek. Aalholm, gelegen op het eiland Lolland aan de Baltische kust en met achtduizend vierkante meter vloeroppervlak het grootste kasteel van Denemarken, groeide uit tot een toeristische attractie van formaat. Per jaar trok het ruim 100.000 bezoekers. Na twee warme zomers, die de toerist naar de kust joegen en het bezoekersaantal drastisch deden dalen, besloten de banken onlangs om de geldkraan dicht te draaien voor de adellijke familie die al sinds 1988 in de schulden zit. Het kasteel met honderdvijftig kamers, de bijbehorende 2.700 hectare grond en de oldtimers zijn enkele weken geleden al voor een onbekend bedrag verkocht aan Husted Andersen, een Deense industrieel die naam maakte in de branche van ziekenhuisapparatuur.

Het fort Aalholm dateert uit 1375 en maakte deel uit van een verdedigingslinie langs de Baltische kust. Het slot, eigendom van het Deense vorstenhuis, werd in 1725 door koning Frederik IV van de hand gedaan om zijn oorlogsschulden te kunnen betalen. Sindsdien is het kasteel in bezit geweest van de familie RabenLevetzau. Beroemdste telg uit het geslacht was de diplomaat Frederik Christopher (1850-1933) die van 1905 tot 1908 minister van buitenlandse zaken was en menig staatshoofd op Aalholm ontving.

Aalholm is niet de grootste kasteelveiling uit de 250-jarige geschiedenis van Sotheby's. In oktober 1993 verkocht Sotheby's de inboedel van het eveneens middeleeuwse slot St. Emmeram in Beieren, eigendom van het Duitse vorstenhuis Thurn und Taxis, een spraakmakend evenement dat negen dagen in beslag nam en 31,4 miljoen D-mark opbracht. Behalve duizenden 18de en 19de eeuwse meubels en glas- en zilverwerk gingen toen ook twee in felle kleuren geschilderde Harley Davidsons van de met belastingschulden kampende prinses Gloria von Thurn und Taxis onder de hamer, die samen 135.000 mark opleverden.

De inventaris van slot Aalholm is wat dat betreft minder spannend. Blikvanger op de veiling is een zilveren soepterrine uit 1752, die niet minder dan 150.000 pond moet opbrengen. Eveneens te koop: zilveren kandelaren uit 1675 van Hollandse makelij. De kunstcollectie omvat veel familieportretten plus een schilderij van de bulldog van wijlen Frederik Christopher Raben-Levetzau, dat op tweeduizend pond geschat wordt. Voorts worden circa zevenhonderdvijftig meubelstukken geveild, waaronder vijftig bedden. Pronkstuk is het bed waarvan wordt gezegd dat de bezoekende koninklijke gasten er in mochten slapen en dat circa duizend pond moet kosten. Wie van oude serviezen houdt, kan zich op de kijkdagen vergapen aan twee complete Royal Copenhagen serviezen, elk met ruim tweehonderd borden, en een zeldzame collectie blauw en wit Delfts aardewerk uit de 18de eeuw.

En graaf John? Hij verlaat zijn geboortegrond en zal zich in Engeland vestigen. De ex-boer en grootgrondbezitter heeft een baan aangeboden gekregen bij veilinghuis Brooks, gespecialiseerd in oldtimers.