Glamour en topkunst op de TEFAF; Een knisperende kunstbeurs

Wie denkt dat het allemaal slempen en lonken is op de TEFAF, The European Fine Art Fair in Maastricht, vergist zich. Er worden zaken gedaan - vaak alop de avond vóór de opening. Vooruitblik op een van 's werelds belangrijkste en grootste kunst- en antiekbeurzen.

The European Fine Art Fair (TEFAF), Congrescentrum MECC, Maastricht, 9 t/m 17 maart, ma t/m vr 11-20u, za en zo 10-18u. Entree ƒ 50 incl. catalogus, 2 pers. ƒ 70 met één catalogus. CJP en 65+ ƒ 17,50, jeugd tot 18 jaar ƒ 5, beide zonder catalogus.

In het weekeinde zijn er lezingen, onder meer door Irina Sokolova van het Hermitage-museum, St. Petersburg. Op de beurs is ook een kleine tentoonstelling van kunstwerken uit het jubilerende Koninklijk Huis-Archief. Voor inlichtingen en private view-kaarten: 073-6145165.

Met limousines komen ze aangezoefd uit Brussel, Keulen en Amsterdam, de kunstminnende rijken die elkaar eens per jaar treffen op de TEFAF in Maastricht. Deze kunst- en antiekbeurs (de negende al weer) is een van de belangrijkste ter wereld geworden, en een van de grootste bovendien. Vanaf zaterdag wordt hier weer gekeken, gekeurd en gekocht in een sfeer die een kunsthandelaar omschrijft als 'knisperend'. Alles is van het hoogste niveau: de kunstwerken, maar ook de stoffering, de technische voorzieningen, en niet te vergeten spijs en drank.

Wat dat laatste betreft mist de gewone sterveling die volgende week de beurs bezoekt, het uitbundigste festijn. Dat is de private view, morgenavond (vrijdag) vanaf vijf uur. Dan kost de entree niet vijftig maar honderdvijftig gulden, waarbij een groot buffet is inbegrepen.

Maar wie denkt dat het allemaal slempen en lonken is op de TEFAF, vergist zich. Er worden zaken gedaan, juist op de private view, waar ook kopers graag komen. Een kunsthandelaar herinnert zich hoe hij vorig jaar op die avond met drie transacties tegelijk bezig was: terwijl een verzamelaar hem verzocht had om een schilderij van meer dan een miljoen gulden één uurtje voor hem te reserveren zodat hij met zijn vrouw kon overleggen, liepen er kopers voor twee andere objecten binnen.

Ook museum-mensen komen in groten getale op de beurs. Menigeen heeft trouwens vooraf al kunnen rondkijken, want voor de diverse keuringscommissies (die moeten garanderen dat uitsluitend topkwaliteit wordt aangeboden) put de organisatie stevig uit museumkringen. Bij de contacten die aldus ontstaan vaart iedereen wel. Van de 160 tentoonstellers komt een kwart (41) uit Nederland, en bijna een kwart uit Engeland (38). Het aantal aanvragen overtreft het aantal plaatsen altijd ruimschoots.

De oude meesters zijn vanouds belangrijk op de TEFAF. Zoals bekend heeft de Newyorkse handelaar Naumann een mansportret van Rembrandt te koop. Eveneens uit New York komen Paulus Potters koeiebeesten onder een dreigende wolkenlucht, een mooi schilderij dat nog maar kort geleden op de Potter-tentoonstelling in het Mauritshuis hing (French & Company). Uit de 19de eeuw is er (bij Bühler uit Stuttgart) een fraai, stippelig landschap van Corot, wat natuurlijk leuk is nu in het Parijse Grand Palais net een tentoonstelling van Corots werk is geopend.

Te laat voor de catalogus was een imposant werk dat Willem van de Velde de Oude, de grote zeeschilder, in 1684 maakte voor admiraal Cornelis Tromp. Zeegezichten-specialist Rob Kattenburg verwierf het in Engeland. “De voorstelling lijkt op een zeeslag, maar heeft in feite een symbolisch karakter”, vertelt hij. Het doek zal zeker niet minder dan 1,7 miljoen gulden kosten. Duidelijk is dat kunsthandelaren als hij niet zo véél stukken hoeven te verkopen om hun beursdeelname tot een succes te maken.

Pagina 3: Kunstbeurs op niveau

De grootste afdeling op de beurs is Antiques & Works of Art, oftewel kunstnijverheid. Voor het eerst is dit jaar een antiquair uit Hong Kong aanwezig, Grace Wu Bruce. Mevrouw Wu toont onder meer twee wonderlijk modern ogende Chinese leunstoeltjes uit de zeventiende eeuw. Het ontwerp, met gladde ronde stijlen in de rug- en armleuningen, is uit de Ming-periode.

Eveneens nieuw is de Blumka Gallery uit New York, die een weergaloos ivoren reliëfje heeft - Duits, zeventiende-eeuws - waarop te zien is hoe de naakte vrouw van Potifar probeert om Jozef aan zijn kleren in haar rijk gestoffeerde bed te trekken. Voor 35.000 dollar is het te koop - nog steeds, want Blumka heeft het niet willen verkopen voordat de beurs begint, wat met menig ander object waarvan een foto in de catalogus staat, wel is gebeurd. Zo zijn vier Delftse boterpotjes met 18de-eeuwse mensenfiguurtjes op de deksels, die de Amsterdamse kunsthandelaar Aronson in het boek liet opnemen, al weg. Maar Aronson brengt nog meer mee: twee zeldzame soepterrines bijvoorbeeld, een in de vorm van een wildzwijnskop, en een snoekenterrine. Prijzen? Die noemt hij liever niet.

De beurs, 20.000 m groot, heeft zeven afdelingen. Wie sommige dingen goed wil zien, moet andere overslaan. Misschien de juwelenafdeling, een beetje een buitenbeentje waar huizen als Cartier en Garrard, de Engelse hofjuwelier, hun flonkerende waren aanbieden. De sectie 20ste-eeuwse kunst, met grote namen als Picasso, Matisse en Asger Jorn schijnt door moderne-kunstliefhebbers niet au sérieux te worden genomen - wellicht omdat 'klassiek-modern' hier het sleutelwoord is.

Klein maar bijzonder zijn de afdelingen Oudheid (vijf deelnemers) en Boeken en manuscripten (zeven). De groep textilia (zeven) mag geen liefhebber missen. Hier zijn alleen buitenlandse tentoonstellers te vinden; voor de weinige in textiel gespecialiseerde Nederlanders zijn de deelnamekosten, minimaal 30.000 gulden, vermoedelijk een beletsel.

Naast Europese wandkleden en tapijten zijn op deze afdeling ook etnografica te zien. Spectaculair zijn de antieke zijden mantels uit China van Linda Wrigglesworth (Londen), die uitsluitend kleden, doeken en kledingstukken uit het Verre Oosten verkoopt. De prijzen voor mantels beginnen bij vijfduizend Engelse ponden. Maar de twee met kraanvogels geborduurde exemplaren die in de catalogus staan afgebeeld (en nog niet verkocht zijn) moeten wel een veelvoud daarvan opbrengen.

Een beurs die leeft, kijkt naar de toekomst. Op de TEFAF zijn voor het eerst speciale, en niet geringe, voorzieningen voor kinderen van acht tot achttien jaar. Verdeeld in leeftijdsgroepen kunnen zij onder professionele begeleiding schilderen en plakken, maar ook luisteren naar verhalen over kunst, en mee gaan op rondleiding. Bovendien staan in het Youth Centre CD-i en CD-rom-lezers waarmee de museumcollecties van bijvoorbeeld het Louvre en de Hermitage kunnen worden verkend. Als daar niet genoeg jongelui op af komen, zo belooft een TEFAF-dame, mogen grote mensen ook eens kijken.