Europa mist de boot bij de wederopbouw van Bosnië

Drie maanden geleden werd het vrede in Bosnië, maar wat is er sindsdien gebeurd? Veel te weinig, vindt A.C.A. Dake. Geef de Bosniërs bijvoorbeeld een televisie-satelliet, zodat ze zich zonder tussenkomst van politici of bureaucratie kunnen informeren.

Drie maanden na het sluiten van de Dayton Akkoorden ziet het er naar uit dat Europa opnieuw de boot gaat missen in Bosnië-Hercegovina. Eerst was er een Verenigde Staten voor nodig om aan een vier jaar durende, mensonterende terreur-oorlog in dat land een einde te maken, met Europa gereduceerd tot een beschamende waarnemersrol. Maar goed, daarna beter.

Want er zou gerevancheerd kunnen worden. Europa zou wel even terugkomen op een gebied waar het van ouds sterker is: op politiek-economisch terrein. Het Civiele Europa. Het begon razendsnel te ritselen van de conferenties: algemene conferenties, technische conferenties, donorconferenties, conferenties van ministers, conferenties zonder ministers, conferenties in Londen, Rome, Brussel, Parijs, Sarajevo en niet te vergeten in Davos. Er werden gelden ter beschikking gesteld. Een half miljard voor de eerste noden. In totaal zou er wel drie miljard dollar, nee, vijf miljard dollar, nee, noem maar op nodig zijn.

Nu zou het onrechtvaardig zijn om na zo'n korte tijd - drie maanden pas - te verwachten dat er iets tastbaars is gebeurd in Bosnië-Hercegovina op het gebied van herstel en verzoening, het terrein dat Europa is toegewezen. Waar wel iets over te zeggen valt, is dat er na zoveel tijd nog steeds geen besef bij de Europese besluitvormers te vinden is wat nu werkelijk onmiddellijk moet gebeuren. En dat is heel simpel gezegd: het bevorderen van pluriforme politieke machtsvorming als alternatief voor de heersende regimes en mini-regimes. Als dat namelijk niet zeer snel gebeurt, is het resultaat niet moeilijk te raden: Bosnië-Hercegovina zal dan onherroepelijk uiteenvallen in een Kroatisch en in een Servisch deel, spoedig te annexeren door daarvoor gereed staande buurlanden en in een islamitisch rompstaatje. Niet alleen heeft Europa en de wereld dan de oorlog daar verloren, maar ook de vrede.

Allereerst dit. Hoe kan de buitenwereld nu iets doen aan de interne ruzies, binnen het land, binnen de twee 'entiteiten', Republika Srpska en de Kroatisch-Moslim Federatie, binnen de gebieden en gebiedjes waarin het land uiteengevallen is? Is dat niet een beetje te veel gevraagd? Misschien, maar dan valt toch wel te signaleren dat er een sterke stroming in Bosnië-Hercegovina is die zich tot het uiterste inspant en zal inspannen om te komen tot politieke machtsvorming in het centrum, een coalitie van gematigden die zich in alle groeperingen bevinden om het even welke etnische, religieuze of sociale achtergrond in het spel is.

Het is dat proces, die bijna wanhopige poging - want zo ziet het er naar uit als men sedert de laatste maanden regelmatig ter plaatse poolshoogte heeft kunnen nemen - die het Westen en in het bijzonder dan Europa, moet steunen met alle middelen die ter beschikking staan. Er is op dit punt ook veel onzichtbaars aan de gang, veel goed werk dat achter de schermen gedaan wordt om bijvoorbeeld het electorale systeem dat Dayton heeft bedacht zo goed mogelijk voor niet-extremistische machtsvorming te benutten.

Maar er is ook iets heel concreets te doen, en hier - op een terrein dus dat bij uitstek het mandaat van de Europese Unie en van zijn uitvoerend apparaat, de Europese Commissie is - laat Europa steken vallen. Of dreigt dat te doen.

Zo wordt met de mond beleden dat er met het oog op de verkiezingen later dit jaar zo spoedig mogelijk een voorziening moet zijn voor minder eenzijdig, door de lokale machthebbers van alle pluimage gedomineerd televisienieuws. Zonder veel overdrijving kan gezegd worden dat de drie oorlogen binnen ex-Joegoslavië - in Slovenië, in Kroatië en in Bosnië-Hercegovina - zonder het medium televisie niet zo snel zo gruwelijk hadden kunnen ontaarden. Met Belgrado en Zagreb, in die volgorde als voornaamste verantwoordelijke partijen. Maar zal het, nu de wapens voorlopig zwijgen, wel beter gaan? Of zal ook nu de macht over het medium televisie opnieuw, misschien op een wat minder bloederige wijze, de toekomst gaan bepalen? En omdat het bovendien om een monopolie gaat en de extremisten van diverse huize - letterlijk - aan de knoppen zitten en onweersproken zullen blijven, is er dan niet een grote kans dat die verkiezingen vóór of in spetember, net zo goed niet gehouden zouden kunnen worden?

Misschien is er nog iets aan te doen. Maar dan moet er wel razendsnel op grond van deze politieke topprioriteit niet verder met papier geschoven worden, maar maatregelen genomen worden. En daar lijkt het - kijkende naar Brussel, waar de motor van de Bosnische reddingsoperatie te vinden zou moeten zijn - op dit ogenblik niet op. Andere prioriteiten, zo luidt het argument van de Europese Commissie, zijn toch ook prioriteiten en wij doen al zoveel!

Dat is helaas dan niet genoeg. Binnen vier weken moet de Europese Commissie een keus hebben gemaakt tussen twee opties om de televisie-infrastructuur van Bosnië-Hercegovina te herstellen, zodat ten minste een belangrijk deel van het land één onafhankelijk televisieprogramma kan ontvangen. De ene mogelijkheid is het bestaande zenderpark, voor een zeer groot deel door de oorlog verwoest (er is zelfs om bergtoppen gevochten in deze oorlog, om de televisie-toren in handen te krijgen), houtje-touwtje op te knappen en de voornaamste zenders in de buurt van de steden via een satellietverbinding weer als één netwerk te laten fungeren. Een nadere inventarisatie - de eerste werd reeds van particuliere zijde afgerond - is aan de Generale Staf van IFOR gevraagd, voorlopig onofficieel, met hoop dat het Nederlandse ministerie van Defensie instapt waar andere instanties zoals de Europese Unie met andere dingen bezig zijn.

De andere optie is drastischer en misschien wel de enige die echt op korte termijn uitvoerbaar is. Daarbij gaat het om het inzetten van een DTH-satelliet (direct-to-home) over Bosnisch grondgebied. De ontvangstschotels zullen dan, zwaar gesubsidieerd, in de markt gezet moeten worden. Dit project wordt, naar eerste schattingen aantonen, ongeveer tweemaal zo duur als het herstel van het aardse zenderpark. Maar er is met deze satelliet-toepassing nog iets heel anders aan de gang.

In de eerste plaats zal inzet van een satelliet die direct de burgers van het land zonder tussenkomst van welke bureaucratie ook weet te bereiken een kleine revolutie, vooral politiek, kunnen veroorzaken. Vandaar dat de 'gevestigde belangen' in Sarajevo en elders zich al aan het ingraven zijn. Behalve dan de nieuwe minister-president, dr. Hassan Muratovic, die kortgeleden in een gesprek liet weten deze optie te verwelkomen, zolang de kosten door de Europese Unie bestreden zouden kunnen worden. Dat is dus al iets.

Een niet minder belangrijk tweede effect, vriendelijk aangereikt door de wetten der natuurkunde, gaat de heren Milosevic en Tudjman aan. Mits een beetje opgelet bij de keus van de satelliet bestrijkt deze met zijn footprint ook Belgrado en Zagreb. Deze voorvechters van het onvrije woord en beeld zullen dan genoodzaakt worden de satelliet neer te halen om hun bevolking te beschermen tegen ongewenste berichten. Voor de buitenwereld treft het dan bovendien heel gelukkig dat het Servo-Kroato-Bosnisch tenslotte één taal is.

Technocratische geneuzel? Dagdromen van een doorgedraaide fanaat? Leg dan het oor te luisteren bij mensen die na vier jaar oorlog de opdeling van hun land zien opdoemen en de diaspora als enig alternatief zien. Misschien wordt het tijd de hard werkende bureaucraten in Brussel hun prioriteiten nog eens te laten herschikken. Kan het openbare debat daarover niet aangezwengeld worden door het Europese Parlement? Of is het ons liever: niet geschoten, altijd mis?