Duizend Nederlandse Homofonen

Aristoteles: 'Als een ding twee namen heeft, dan is dat ding synoniem. Een krant is synoniem, want hij heet ook: een dagblad. Als twee dingen dezelfde naam hebben, dan zijn ze homoniem. Een krant en een boomblaadje zijn homoniemen, want ze heten beide: blad.'

Wat leren we hiervan? Dat we ons van Aristoteles niets hoeven aan te trekken. Natuurlijk zijn het niet de dingen maar de woorden die synoniem of hononiem kunnen zijn. De begrippen homoniem en synoniem zijn moeilijker dan men denkt. Is courant een synoniem van krant, of is het alleen een oudere vorm? Is een blad papier homoniem met een dag-blad, of gaat het hier om dezelfde betekenis?

Een woord heeft twee zijden: een inhoud en een vorm. De inhoud is de betekenis die het woord in je hoofd oproept. De vorm is de rij klanken waarmee je het woord uitspreekt en die je kunt horen. Het verband tussen die twee is niet logisch, anders heette een paard in alle talen 'paard'.

Als de wereld was zoals hij moest zijn, dan hoorde in een taal bij elke betekenis precies één klankenrij, en bij elke klankenrij precies één betekenis. Maar de wereld is niet zoals hij moest zijn. Er zijn klankenrijen, zoals bijvoorbeeld deken, laken, kussen, sloop, die ieder twee betekenissen hebben. Behalve de beddespullen betekenen ze ook nog: een katholieke rang, afkeuren, zoenen, en de verleden tijd van sluip. Zulke woorden noemen we homoniemen.

Omgekeerd zijn er ook paren klankenrijen die, hoewel ze heel verschillend klinken, toch hetzelfde betekenen; kat en poes, krant en dagblad, zoenen en kussen, arts en dokter. Zulke paren woorden noemen we synoniemen.

Drie woordkanten

Als een taal alleen maar gesproken werd en gehoord, dan waren we klaar. Maar u leest meer woorden dan u hoort. Voor schrift en geluid geldt helaas hetzelfde als voor betekenis en geluid: het zou ideaal zijn als een woord drie aspecten had (betekenis, uitspraak en schrift) die maar op één manier bij elkaar hoorden, maar dat is niet zo. Elke mogelijke abnormaliteit in de verhoudingen tussen de drie woordkanten doet zich in een taal als het Nederlands ook inderdaad voor. In de tekening heb ik acht mogelijkheden op een rijtje gezet. In de drie vakjes van de betekenis (de seem), de klankvorm (de foon) en de spelling (de graaf) kunnen woorden samenvallen of juist verschillen.

Bovenaan zien we de ideale situatie. Of je nu aan suiker of streep denkt, of je de woorden suiker en streep hoort of zegt, of je ze leest of schrijft, je krijgt de twee andere kanten van de woorden er zonder mankeren ondubbelzinnig bij. Niets aan de hand.

Daaronder zien we drie gevallen, waarin één van de drie woord-kanten verdubbeld is. De taaltrein rijdt hier even op dubbel spoor met als gevolg: een dubbele betekenis (wat we net homoniem noemden), een dubbele uitspraak, een dubbele schrijfwijze. Arm (lichaamsdeel, en niet-rijk) en rijk (land, en niet-arm) zijn hononiemen die ook nog hetzelfde geschreven worden. Auto en notulen zijn woorden die twee uitspraken bezitten: 'oto' en 'ouwto', 'NÓtuelen' en 'noTÚlen'. Moeten we de twee uitgesproken woorden oto en ouwto werkelijk synoniemen noemen omdat ze naar hetzelfde vervoermiddel verwijzen? Paarlmoer en parelmoer zijn twee schrijfwijzen van hetzelfde woord. Ik stel voor om deze drie abnormaliteiten te noemen naar de woordkant waar ze verdubbeld zijn: alloseem, allofoon en allograaf.

Daaronder zien we drie gevallen waarin twee van de drie kanten van het woord dubbel zijn. De taaltrein rijdt hier even op enkel spoor. De woorden ijs en eis klinken hetzelfde, maar ze betekenen iets totaal verschillends en je schrijft ze ook nog anders. Moeten we ze homoniemen noemen? Toch niet als we naar hun schrijfwijze kijken.

Bij de woorden beken of golf is er wel één schriftvorm, maar zo gauw je ze uitspreekt moet je kiezen tussen twee betekenissen en uitspraken: het meervoud van beek of de eerste persoon van bekennen, de sport met de Engelse naam of de waterheuvel. Als, zoals in het zevende geval, alleen de betekenissen van twee woorden samenvallen, krijgen we de synoniemen. Ik stel voor om deze drie abnormaliteiten te noemen naar de woordkant waar ze hetzelfde zijn: homofoon, homograaf en homoseem.

Helemaal onderaan zien we, als achtste geval, twee woorden die in alle drie de aspecten geheel gescheiden zijn. De woorden mannequin en manneke hebben een verschillende betekenis, verschillende uitspraak en verschillende spelling. Toch hebben ze iets gemeen: de Fransen leenden ons manneke, paspop, en wij leenden later hun mannequin, pasdame, weer terug. De categorie afkomst is een vierde zijde van het woord, die wij er niet bij halen.

Om de acht gevallen in hun samenhang te zien moet je ze in een kubus tekenen. De links-rechts-richting correspondeert met de spelling, de achter-voor-richting met de betekenis, de beneden-boven-richting met de uitspraak. Ik heb het blokje boven-voor-rechts uit de kubus weggesneden. Dat is namelijk ons achtste geval van twee verschillende woorden, zoals manneke en mannequin. De drie blokjes die hier aan grensden zijn de homo-blokken. Het onzichtbare blokje achter-links-onder, waar ondubbelzinnige woorden als suiker en streep in zitten, grenst aan de drie allo-blokken.

Aantallen

Hoe vaak komen de abnormaliteiten voor? Ik heb, in de laatste kolom, hun aantallen geschat, als machten van tien. Er zijn ongeveer een miljoen Nederlandse woorden. Er zijn ongeveer tienduizend allosemen. Ik weet maar een tiental allofonen. In de heersende spelling zijn er duizenden allografen, maar als straks de voorkeurspelling de enige toegestane is, houden we nog maar een honderd gevallen over. Er zijn, zoals u straks zult leren, duizend homofonen. Een homograaf is niet eenvoudig te vinden - ik stel hun aantal op tien. Er zijn duizend homosemen, maar over elk paar kan getwist worden.

Al een halve eeuw verzamel ik homofonen: woorden die verschillen in betekenis en in spelling, maar die qua uitspraak hetzelfde zijn. Sinds kort kan ik mijn verzameling vergelijken met een andere. Anneke Neijt en Riemer Reinsma hebben namelijk in hun kortgeleden verschenen Nieuwe Spellingsgids van de Nederlandse Taal (uitgeverij: alle woordenboekenuitgeverijen min de groeneboekje-uitgever SDU) achter elk homofoon een waarschuwing gezet. Zo staat bijvoorbeeld achter het woord boud: 'zie ook bout'. Ik had geen electronische versie van hun boek, dus ik heb de twaalfhonderd bladzijden, met veel genoegen, gelezen. Er zou over die woordenlijst meer te zeggen zijn, maar ik benut hem hier alleen als homofonenbron. Ik heb een paar gevallen weggelaten - het gaat de samenstellers niet zozeer om zuivere homofonen, maar om woorden die wat uitspraak betreft in elkaars buurt komen. Wie van een woord niet weet hoe hij het moet schrijven, kan het eigenlijk niet opzoeken in een alfabetische lijst. Dus is het handig dat bij panacee staat: 'zie ook panache'. Maar ik vind panacee en panache niet gelijkluidend. Aan de andere kant heb ik het homofoonpaar bout-boud tot een kwartet vergroot met de twee woorden baud-bouwt.

Systematische homofonen

De Nederlandse homofonen kunnen verdeeld worden in de systematische en de onsystematische. De systematische zijn te voorspellen en je kunt daarin de kleine betekenisverandering die gepaard gaat met een kleine schriftverandering, precies beschrijven.

Zo hebben we een tiental woorden uit het Frans geleend, die daar verleden deelwoorden waren: introducé, logé, invité. Als je daar nog een e achter zet, krijg je de homofone woorden introducée, logée, invitée, die hetzelfde klinken maar een vrouw aanduiden. Omgekeerd kun je uit maintenée, prostituée, née de manlijke vormen maken door de laatste e weg te laten.

De bulk van de systematische homofonen vind je in het Nederlands bij de werkwoordsvormen. Daarbij zijn er die expres zo door de onderwijzers onderwezen worden: hij biedt en ik bied, hij wende en hij wendde, het gebeurt en het is gebeurd, en de gevreesde verschillen tussen de agent beboette de overtreder en de beboete overtreder. Neijt en Reinsma hebben alle, of bijna alle, gevallen van die laatste soort als spellingsrisico gemarkeerd. Het gaat om werkwoorden op d of t die een verleden deelwoord maken zonder ge. Eigenlijk interesseert dat kunstmatige verschil tussen vergrootte en vergrote mij niet zo. Wel had ik in mijn lijst de woorden grootte en grote staan, maar dat is niet zo'n systematisch geval als bij de boer onderbemestte zijn overbemeste grond.

Waarom sla ik de systematische homofonen, waarvan ik het aantal op 500 schat, verder over? Omdat ze geen verrassingen bieden, op schoolmeesterij gebaseerd zijn, en het verschil in betekenis, bij de verschillende schrijfwijze en dezelfde klankenreeks, zo gering is. Natuurlijk lijkt er verschil in betekenis te bestaan tussen bied (ik) en biedt (hij), maar vindt u dat er betekenisverschil is tussen de woorden bied en biedt in de twee zinnen: Bied jij toch op die Rembrandt? en Jij biedt toch op die Rembrandt? ?

Veel amusanter is de verzameling onsystematische homofonen - ook een vijfhonderdtal.

Ik vind het aardig dat he-man net zo klinkt als hymen, dat crack, dope en coke homofoon zijn met krek, doop en kook, dat chiromantie en giromantie gelijk klinken, dat men naast de playboy een pleeboy heeft gezet, dat men in het bagno banjo speelt, dat wij de Oostenrijkse Schilling net zo uispreken als de Engelse shilling, dat je in je cilicium op silisium kunt liggen, dat naast de sceptische annalist een septische analist staat, en dat filosofen moeten zwijgen en schrijven als ze verschil willen maken tussen intensie en intentie.

Onsystematische homofonen

Ik heb de onsystematische homofonen voor u gesystematiseerd. Je kunt het schriftverschil aantreffen bij de klinkers, bij de beginmedeklinkers, bij de middenmedeklinkers en bij de slotmedeklinkers. In de tabel heb ik afgeronde aantallen gegeven. Die getallen slaan op het aantal homofoonparen. Er zijn ook homofone drietallen en kwartetten. Zo kom ik op het getal vijfhonderd. Tel je ze los, dan zijn het er duizend. Tel je de systematische erbij, dan zijn het er ook weer duizend, maar nu als homofone groepjes geteld.

Meer-dan-twee-lingen

Bij de homofone groepen met meer dan twee leden is de helft het gevolg van het feit dat er op twee punten in het woord een andere spelling wordt gekozen. Dat kan een puur Nederlands geval zijn zoals in het viertal vond-vont-fond-font, maar er zit vaak een Engels woord bij: raid-reed-reet, of een Frans woord: moesje-mouche-mousse. De andere helft van de meerlingen ontstaat door variatie in één plaats. Puur Nederlands zijn hier gevallen als kou-kouw-kauw, met Frans: maison-meson-maçon, met Engels: put-putt-pud, en met Frans en Engels: poel-poule-pool. De mooiste zijn toch de toevallige zoals de drietallen met nasi, lazer en makkie.

Om zeslingen te vinden moeten we de systematische homofonen erbij nemen. Al mijn zesvouden zijn homofonen die rijmen op Neijt. De werkwoorden wijden, wijten en weiden geven, met het woord weit (een soort koren) het volledige sexplet wijd, wijt, wijdt, weid, weit, weidt. De werkwoorden leiden en lijden en de werkwoordsvorm leit geven, alleen als we Cats (lijt=lijdt) en Vondel inroepen, het rijmende sextet dat met de letter l begint. Nemen we van Hooft de vorm zeidt, dan gaat het ook met zijd. De schrijvers Rotgans en Huygens leveren de spelling meidt voor meid, die met de werkwoorden mijden en meien (=met groen versieren) het zestal met de letter m maakt. Ook de zes homofonen vlijd, vlijt, vlijdt, vleid, vleit en vleidt komen voor, waar helaas geen flei-vormen bij bestaan. Tot vijf keer komt men met de werkwoorden rijden, rijten, reien en reiten, want de vorm reidt is wel heel obscuur.

Het nut der homofonen

Zijn homofone woorden erg? Nee, ze maken het juist mogelijk om woorden, die hetzelfde klinken maar iets verschillends betekenen, in ieder geval verschillend op te schrijven. Dat is dan ook de rechtvaardiging voor het verschil tussen ij en ei, en tussen ou en au. Als daar geen homofonen bij bestonden, waren die, op oude verschillen van uitspraak gebaseerde, schriftverschillen allang aan een spellingshervorming opgeofferd. Waarom schrijven we bod met een d aan het eind? Als je dat vraagt hoor je altijd dat die d er staat omdat in het meervoud de d gehoord wordt. Maar bod heeft geen meervoud. Het homofone bot maakt dat we blij zijn met die d aan het eind.

Wij hebben een bijna volmaakte spelling. Hou toch op met zeuren. Maar dat het principe 'schrijf wat je hoort' niet opgaat, blijkt uit de twee fragmentjes die ik voor u snijd uit mijn grote overzichten hoe letters elkaar kunnen vervangen met behoud van uitspraak. Voor vier keer vier klinkers en voor vier keer vier kelige medeklinkers geef ik de homofoonparen, waarbij u zult merken dat ik mij enige vrijheden en blijheden veroorloofd heb. In beide schema's is een van de zestien vakjes nog niet ingevuld.