Drugs in het dorp

NOORD-BEVELAND. Han was zo anders dan vroeger. Uren was hij onaanspreekbaar, staarde hij doods voor zich uit. Van zijn werk op school kwam niets meer terecht. “Totaal onbereikbaar”, zegt zijn moeder Ineke S. achteraf. “Ik herkende hem niet meer.”

Therapeuten speurden naar de oorzaak. Het gezinsleven werd uitgeplozen. Hans korte bestaan, van baarmoeder tot puberteit, kwam onder de loep. Ineke S. kreeg opvoedingsadviezen, verwijten over fouten die zij in het verleden zou hebben gemaakt. Waarom zou haar man, een zeekapitein, zijn baan niet opgeven? Maar geen van de deskundigen kwam op de achteraf voor de hand liggende conclusie: Han was verslaafd.

Moeder S. betrapte hem bij een strandfeestje. Zij zag hem een poeiertje opsnuiven. Plotseling begreep ze alles. Haar wereld stortte in. Ze raakte in paniek. Ook haar oude kerkdorpje dat achter nieuwbouwwoningen schuil gaat, heeft grote-stadsproblemen. Het verbaast haar nu niet meer. Cocaïne, ecstasy, speed en hasj vinden afzet in Zeeland. Het naburige Goes heeft pillen, poeiers en wiet in en rond coffeeshops voorhanden. In Middelburg en Vlissingen hangen junkies rond.

De zoon van Cor D. uit Middelburg hield het bij hasj, een softdrug, dus ongevaarlijk volgens officieel Nederlands beleid. Maar “het stickie van de jaren negentig is heel anders dan het stickie van de jaren zeventig”, zegt Cor, die in zijn jonge jaren ook wel eens wat gebruikte. Zijn hippie-achtige uiterlijk - lange baard, lange haren - maakt hem des te overtuigender. Nederwiet komt harder aan dan de kruimels hasj van vroeger.

Cors zoon, die nu “ergens in Rotterdam” zwerft, begon al op zijn negende met het rondbrengen van wiet voor schoolgenoten. Al gauw gebruikte hij zelf ook en het ging van kwaad tot erger. Cor kan het gebruikerspatroon van zijn zoon reconstrueren aan de hand van zijn gedrag. Het schoolwerk van de jongen ging achteruit en hij raakte zijn oude vrienden kwijt. Cor waarschuwt nu wel eens andere ouders als hij te weten komt dat hun kind ook gebruikt. Maar vaak krijgt hij dan als antwoord dat het “moet kunnen”.

Het is niet verbazend dat hulpverleners en ouders niet zo gauw denken aan drugs als oorzaak van grillig gedrag. De stereotype verslaafde is een warrig, onverzorgd figuur met littekens van naalden in zijn armen, iemand die met rode ogen en speldenknop-pupillen op zoek naar zijn volgende fix een autoruit inslaat om de radio te stelen. Maar heroïne met haar dodelijke besmettingsgevaren is uit de mode. Jongeren blowen en slikken designer-drugs. De overlast van dergelijke drugs blijft binnenskamers, zodat de overheid zich er niet bezorgd over maakt.

De moderne drugs zijn goedkoper dan heroïne, want er zijn onderling concurrerende varianten. Een tevreden roker is geen onruststoker in de klas, maar wel thuis. De verslaafde wiet- en pilgebruiker is te vergelijken met de stille alcoholist, die thuis wegsluipt naar de jenever.

De Nederlandse overheid heeft een scherpe scheiding gemaakt tussen soft- en harddrugs en onder dat laatste werden vooral heroïne en cocaïne verstaan. Officieel heeft Nederland een klein verslavingsprobleem, zeker vergeleken bij het kritische buitenland, maar daarbij wordt vrijwel alleen de vergrijzende groep geregistreerde heroïneverslaafden geteld. In de drugsnota staan trots de lage Nederlandse verslavingspercentages gemeld: slechts 1,6 procent van de bevolking. Frankrijk heeft 2,6 procent, maar Duitsland tegen de 1,5 procent. Het puriteinse Zwitserland moet met zijn schatting van tussen de vier en zeven procent verslaafden heel eerlijk zijn. De cijfers, alle verslavingscijfers, zijn fictie. Het bureau Interval heeft de Nederlandse schatting al verhoogd tot 2 procent (30.000 verslaafden), maar niemand weet het precies. De zonen van Cor en Ineke zijn in ieder geval niet meegeteld.

De Amsterdamse Jellinek-kliniek en andere afkick-instellingen behandelen groepen hasjverslaafden. Het heeft lang geduurd voor hasjverslaving in Nederland als probleem werd erkend omdat critici van hasjgebruik als “intolerant” golden. Drugs zijn het theoretische speeltje van pantoffel-radicalen die zelf niet gebruiken. In de Verenigde Staten hebben bijna alle laat-dertigers en veertigers, van links tot rechts, geblowd en zij erkennen dat er een geestelijke verslaving kan ontstaan. Daar draaien de afkick-groepen voor het zo softe marihuana al vijftien jaar voor degenen die het niet bij een enkel stickie kunnen laten. Ineke en Cor, die ter bescherming van hun kinderen hun volledige naam niet in de krant willen, zijn geen tegenstanders van het Nederlandse gedoogbeleid. Ze begrijpen dat het probleem niet door een enkel verbod wordt opgelost. Wel moeten kinderen zo ver mogelijk van drugs worden gehouden. Ze erkennen dat dit moeilijk uitvoerbaar is, omdat meerderjarigen de drugs voor hun kunnen kopen. En wie controleert vanachter de “coffeebar” identiteitsbewijzen?

Uiteindelijk voeren alle landen een snertbeleid, want het gaat om een snertprobleem. De vraag blijft groot, ongeacht de wettelijke regeling. Het past in de tijdgeest om bij verdriet iets te consumeren. Pubers worden niet gezien als kwetsbare wezens maar als potentiële klanten, voor brommers, bier, house-muziek en ook voor drugs. Ze moeten zelf maar zien.

Ineke en Cor vinden dat leraren, ouders, sociale werkers en therapeuten meer gespitst moeten zijn op mogelijke drugsverslaving. Ze zijn actief lid geworden van de organisatie Ouders van Drugsverslaafden. In gesprekskringen houden de ouders elkaars hand vast als ze bijvoorbeeld een totaal onhandelbaar en verslaafd kind de deur moeten wijzen. De vereniging richt nu kringen voor ouders van hasj-verslaafden op. Sommige van die ouders hebben elfjarigen met verslavingsproblemen. Soms worden die psychotisch en agressief en slaan ze de meubels stuk. Bij hun werk ontmoeten Cor en Ineke nog wel lokale politici die zeggen dat softdrugs-verslaafden niet bestaan. Het idee van de verstokte blower is strijdig met het Nederlandse dogma van onbezorgd gebruik. Ineke's 26-jarige zoon is inmiddels afgekickt en hij studeert fanatiek. Hij moet wel, want hij heeft zeven jaar van zijn leven verloren met niets.