Dood in de pot

NA HET ECHEC van de stadsprovincie Rotterdam ruiken de provincies hun kans. Het bestuurlijke middenveld tussen het rijk en de gemeenten was al bijna afgeschreven. Een aantal gedeputeerden verklaarde nog niet zo lang geleden openlijk dat deze bestuurslaag slechts een 'piasfunctie' vervult. Toch hebben de provincies, behalve een traditie die teruggaat tot de Zeven Verenigde Provinciën uit de Gouden Eeuw, veel wat spreekt voor een beleidsmatige wederopstanding. Welhaast ongemerkt heeft de bestuurlijke lichtgewicht van weleer de laatste jaren allerlei taken toebedeeld gekregen, van de ruimtelijke inrichting tot de jeugdhulp en van vervoer tot het milieu.

IN AANLEG is de provincie de ideale instantie om te bemiddelen tussen kibbelende gemeenten, terwijl de verschuiving van nationaal beleid in de richting van 'Europa' helemaal een gat in de markt biedt voor bovenlokale belangenbehartiging. Het voornaamste pluspunt is toch wel de helderheid van de klassieke driedeling van het binnenlands bestuur die teruggaat tot Thorbecke. Volledige benutting van de provincie zou een einde kunnen maken aan de wildgroei van speciale en moeilijk te doorschouwen bestuurlijke regio's, met als grote voorbeeld de politiekorpsen. De provincie heeft tenminste een direct gekozen bestuur. STAATSSECRETARIS Van de Vondervoort (Binnenlandse Zaken) heeft het elan bij de provincies direct na het aantreden van het links-liberale kabinet aangewakkerd. Zij wil af van de wir-war van gegroeide hulpstructuren en terug naar de Thorbeckiaanse driedeling. “De provincies zitten weer op de eerste rij”, deelde de bewindsvrouw mee. Drie hoogleraren adviseerden alvast tot een “actieve, assertieve en klantgerichte rolopvatting”.

Tussen studeerkamer en bestuurlijke werkelijkheid gaapt nog een hele kloof. In deze werkelijkheid zijn omzichtigheid, conflictmijding en introvertie troef bij de provincie - de “onzichtbare bestuurslaag” zoals het blad Binnenlands Bestuur het treffend uitdrukt. Een visitatiecommissie met als leden onder meer de commissarissen van de koningin Van Kemenade en Hendrikx, signaleerde onlangs dat Statenleden meer ambtenaar zijn dan politicus. De dood in de pot, noemden zij dat eerlijk. GEEN WONDER dat de toegedachte pacificerende rol van de provincie binnen het openbaar bestuur tot dusver niet van de grond is gekomen, al zijn er waarlijk wel een paar brandjes te blussen. Het blijkt helemaal niet eenvoudig op provinciaal niveau gebiedsgericht te denken. En dat is juist waar de grootstedelijke knooppunten behoefte aan hebben. Van de Vondervoort liet het afgelopen weekeinde dan ook weten dat het concept van de stadsprovincie ondanks het echec van Rotterdam niet geheel verlaten is. Het is zeker te vroeg om mét dat echec de hele Kaderwet voor de grootstedelijke gebieden af te schrijven.