'Directie van Verto niet schuldig aan wanbeleid'

ROTTERDAM, 7 MAART. Directie en commissarissen van het inmiddels failliete beursgenoteerde staalkabelbedrijf Verto hebben zich niet schuldig gemaakt aan wanbeleid.

Dat heeft de Ondernemingskamer van het Amsterdamse Gerechtshof vanochtend geoordeeld. De procedure was aangespannen door een dertigtal door het faillissement gedupeerde beleggers onder leiding van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). De gerechtelijke uitspraak maakt het voor de VEB nu onhaalbaar schadeclaims in te dienen tegen de oud-bestuurders van Verto.

De eis van wanbeleid hangt samen met de aankoop door Verto in 1988 van De Regt Special Cable, een specialist in aramidekabels. Verto kocht De Regt voor 12 miljoen gulden en stootte het drie jaar later met acht miljoen gulden verlies af. Verto, waar 1200 mensen werkten, ging begin 1993 op de fles nadat onderhandelingen met verschillende geldschieters op niets waren uitgelopen.

Twee deskundigen, de advocaat mr. R. Schimmelpenninck en registeraccountant G. Timmer, onderzochten op last van de Ondernemingskamer de ondergang van Verto. Zij deden geen uitspraak over de schuld of onschuld van de directeuren en commissarissen.

De aandeelhouders claimen dat Verto bij de overname van De Regt roekeloos heeft gehandeld. Verto deed geen financieel onderzoek, had geen doordacht beleidsplan na de aankoop en had bij de verkoop de weg van de minste weerstand bewandeld, aldus de beleggers.

De Ondernemingskamer oordeelt dat de commissarissen van Verto over de transactie De Regt tijdig door het bestuur zijn geïnformeerd. Ook heeft het bestuur niet gehandeld in strijd met de statuten. Wel geeft de kamer toe dat de formulering van de aanbiedingsbrief over de overneming geen schoonheidsprijs verdient. Volgens de Kamer kan Verto worden verweten dat zij niet voldoende onderzoek bij De Regt heeft verricht. Dit verwijt is echter niet voldoende om tot wanbeleid te concluderen, omdat Verto de De Regt-groep reeds lang van nabij kende en de beschikking had over een kritisch rapport van derden waarin het bedrijf omstandig was geanalyseerd.

Ten slotte verwerpt de Ondernemingskamer het verwijt van klagers dat Verto met het afstoten van De Regt in 1991 de weg van de minste weerstand zouden hebben gevolgd. Sanering van het bedrijf bood namelijk geen uitzicht op succes en het bedrijf zou nog jaren verliezen lijden.

Van Doorn Trust, een van de gedupeerde beleggers, reageerde vanochtend uiterst negatief op de uitspraak. “Anders dan de Ondernemingskamer oordeelt, was er wel sprake van apert wanbeleid”, aldus mevrouw mr. B.M. Rubens, juridisch medewerker van Van Doorn Trust. “De ondernemingsraad is bijvoorbeeld niet juist voorgelicht. Nou, blijkens de uitspraak van vanochtend mag dat dan allemaal maar in Nederland.”

De VEB was vanochtend onbereikbaar voor commentaar, evenals de leden van de voormalige directie, de raad van commissarissen en Mr. J. Dingemans, een van de bewindvoerders van Verto. De bewindvoerders hebben een aansprakelijkheidsprocedure lopen tegen directeuren en commissarissen van Verto.