Delft haakt in op de Haagse Vermeer- tentoonstelling; Op zoek naar Het Straatje

In Delft wordt ten tijde van de Vermeer-tentoonstelling veel twijfelachtigs beweerd; over de lokatie van het geboortehuis, het graf en een aantal werken van de schilder. Een waarschuwing voor wie in de geboortestad van Vermeer intekent op een van de vele 'activiteiten': 'Als je zijn persoon wilt reconstrueren, heb je maar weinig houvast.'

Als Johannes Vermeer vandaag op station Delft uit de trein zou stappen, zou hij dan de weg naar de Oude Langendijk, waar in de zeventiende eeuw zijn huis stond, nog kunnen vinden? Vermoedelijk wel, want de plattegrond van het centrum van de stad is in ruim drie eeuwen nauwelijks veranderd.

“Tijdens een verblijf in Delft waant u zich terug in de tijd van Vermeer”, staat er in een folder vol 'Vermeer-activiteiten', waarmee de Delftse VVV inhaakt op de veel besproken overzichtstentoonstelling in het Mauritshuis. Dat gaat net iets te ver: De muren van veel gebouwen staan al eeuwen op dezelfde plaats, maar slechts enkele daarvan zijn in hun oorspronkelijke staat bewaard gebleven. Alleen de Prinsenhof, het vroegere huis van Willem van Oranje dat nu een museum is, de Oude Kerk en de Nieuwe Kerk, zou de schilder meteen herkennen. Dat waren ook in zijn tijd de meest karakteristieke gebouwen van Delft.

De VVV-folder bevat meer onjuistheden, zoals de zinsnede “Vermeer stierf in 1675 en ligt begraven in de Oude Kerk.” De schilder werd inderdaad in dat jaar in die kerk begraven, maar zijn graf is reeds lange tijd geleden geruimd. De gedenksteen in de vloer van de Oude Kerk, waar bezoekers nu vier gulden voor moeten betalen om ernaar te mogen kijken, is daar pas op zijn driehonderdste sterfdag, in 1975, neergelegd.

Als Vermeer vanuit het station meteen naar rechts over de Oude Delft (waar in zijn tijd de welgestelde burgers woonden) zou lopen, dan zou hij aan het eind daarvan waarschijnlijk stevig schrikken. Alleen de naam van de straat, de Zuidwal, herinnert hier nog aan de stadsmuur-met-poorten die hij zo fraai vastlegde op zijn beroemde schilderij 'Gezicht op Delft'. Er loopt nu een drukke verkeersweg, die schril contrasteert met de rust die het schilderij uitstraalt. In de jaren dertig van de vorige eeuw besloot het gemeentebestuur van Delft dat de muur en de poorten moesten verdwijnen omdat ze een uitbreiding van de stad in de weg stonden. Bovendien vonden de bestuurders dat het onderhoud teveel geld kostte.

De enige twee gebouwen op Gezicht op Delft die nog overeind staan, zijn de Oude Kerk en de Nieuwe Kerk. Het torentje links op het schilderij lijkt verdacht veel op dat van het voormalige St. Barbaraklooster aan de Oude Delft. Het behoorde echter toe aan brouwerij De Papegaey - bierbrouwen was een belangrijke bron van inkomsten voor Delft in de zeventiende eeuw - die verderop in dezelfde straat stond. De bierbrouwerij staat er niet meer, het kloostercomplex wel (het werd in 1962 gerestaureerd). Omdat uit tekeningen niet op te maken was hoe het torentje van het klooster er vroeger uitgezien had, besloot men toen maar het door Vermeer geschilderde torentje (dat van de bierbrouwerij dus) te reconstrueren. Het voormalige klooster is nu een studentensociëteit.

Hoewel weinig langs de vroegere stadsmuur nog herinnert aan de tijd waarin Vermeer zijn schilderij maakte, organiseert een plaatselijk ondernemer dezer dagen 'Rondvaarten langs Gezicht op Delft'. Dat is vragen om teleurgestelde toeristen. De keuze van Vermeer om Delft te schilderen vanaf het zuiden - terwijl andere schilders hun stadsgezichten steevast vanaf de noord- of westzijde maakten - zou volgens kunsthistorici te maken hebben met de 'Delftse Donderslag', de ontploffing van een buskruitmagazijn die in 1654 in het noordoosten van de stad een enorme ravage aanrichtte. De schade was in 1660 toen Vermeer zijn schilderij maakte nog niet geheel hersteld. “Vermeer moet de knal ook gehoord hebben”, zegt Bas van der Wulp, adjunct-gemeentearchivaris van Delft. Bij de ontploffing werden honderd tot duizend - de schattingen variëren nogal - mensen gedood. Het voorval inspireerde Vondel tot een gedicht:

In puin, en menschevlees, en golven Van gloeiende assche en glas gedolven. Wie wort van bitter schreien moe? De woeste hooftstadt huilt u toe, En gaept en stinckt, in zoo veel wycken, Gelyck een kerckhof, zadt van lycken, Geplet, geknot, gescheurt, gezengt. Een Chaos, onder een gemengt.

Niet, niets en weinig zijn de meest gebruikte woorden in de talloze boeken die over het leven en werk van Vermeer verschenen zijn. Wie zijn leermeester was, weten we niet. Over zijn jeugd is niets bekend. “Als je zijn persoon wilt reconstrueren, heb je maar weinig houvast, afgezien van zijn talent om overweg te kunnen met zijn sterk dominerende en twistzieke schoonmoeder”, schreef John Michael Montias, die van alle biografen de meeste gegevens verzamelde, enkele jaren geleden in Vermeer en zijn milieu. Ze kennen de Amerikaanse onderzoeker nog goed in het gemeentearchief aan de Oude Delft. “Wekenlang stond hij hier 's morgens vroeg voor de deur te wachten en 's avonds laat moesten we hem wegsturen”, zegt Van der Wulp. De laatste weken is het bij het gemeentearchief een dringen van binnenlandse en buitenlandse cameraploegen die het doopboek komen filmen waarin Vermeers naam vermeld staat. “Van de BRT moest iedereen heel stil zijn, omdat ze zelfs het geluid van het omslaan van het papier wilden opnemen”, aldus de archivaris.

Op dezelfde pagina in dat doopboek is ook de naam te vinden van een bekende stadgenoot van Vermeer, de natuurkundige Anthony van Leeuwenhoek. Die werd na de dood van de schilder in 1675 benoemd tot curator van zijn nalatenschap. “Op de schilderijen De astronoom en De geograaf is een persoon te zien die een beetje lijkt op Van Leeuwenhoek, zoals we die kennen van andere portretten. Het is verleidelijk om aan te nemen dat hij het is en dat de twee elkaar gekend hebben, maar dat is, zoals alles bij Vermeer, niet zeker”, zegt Michel van Maarseveen, conservator stads- en oranjegeschiedenis van Museum Het Prinsenhof en auteur van het vorige week verschenen boekje Vermeer in Delft, een schilder en zijn stad.

Hij maakte voor de VVV van Delft een wandelroute langs 'Vermeer-plekken', waaronder de plaatsen die mogelijk model hebben gestaan voor Het Straatje, Vermeers andere beroemde stadsgezicht. Van Maarseveen zet in zijn boekje de negen belangrijkste theorieën daarover op een rijtje, zonder een keuze te maken welke volgens hem de juiste is. “Het straatje moet aan een gracht hebben gelegen omdat op de voorgrond van het schilderij een goot te zien is, en waar moet die anders heen hebben gelopen dan naar een gracht?” Een gracht die van oost naar west loopt, om precies te zijn. “Dat valt af te leiden uit de lichtval.”

Van Maarseveen concludeert dat Het Straatje op drie plekken kan hebben gelegen: Voldersgracht 19-20, Voldersgracht 21 of Nieuwe Langendijk 22-24-26. Op de laatste plaats staan nu moderne appartementen. De Voldersgracht oogt daarentegen behoorlijk oud. Van Maarseveen: “Er zijn hier weinig huizen echt afgebroken. De gevels zijn nieuw, maar de binnenmuren staan in ieder geval al heel lang op dezelfde plaats.”

Even verderop op de Voldersgracht, op nummer 25, stond de herberg van Vermeers ouders, De Vliegende Vos. Volgens Van Maarseveen is het zeer waarschijnlijk dat de schilder hier geboren is. Achter een nieuwe witte gevel is nu een computerzaak gehuisvest.

Het grootste deel van zijn leven heeft Vermeer vermoedelijk gewoond aan de Oude Langendijk, in het huis van zijn schoonmoeder. Zijn atelier was op de eerste verdieping. Als de schilder vandaag op station Delft uit de trein zou stappen en hij zou, misschien met wat hulp van voorbijgangers, de weg daarheen weten te vinden, wat zou hij daar dan aantreffen?

Het zelfde als de toeristen die hier tijdens hun Vermeerwandeling langskomen en hun gids horen zeggen: “Bij de muur van deze neo-gothische kerk uit 1877 stond het woonhuis van Vermeer.”

In Stedelijk Museum Het Prinsenhof, St. Agathaplein 1, is t/m 2 juni de tentoonstelling 'Delftse meesters, tijdgenoten van Vermeer' te zien, met schilderijen van onder andere Pieter de Hooch en Jan Steen. Er hangen tachtig werken, waarvan er 55 zijn uitgeleend door buitenlandse musea. De schilderijen zijn ingedeeld in drie categorieen: stadsgezichten, architectuur-stukken en genrestukken. Di t/m za 10-17u, zo en feestdagen 13-17u. Toegang ƒ 12,50 voor volwassenen, ƒ 5 voor kinderen 6-12 jaar. Inl 015-2602358

Op dezelfde openingsuren is in het museum Lambert van Meerten (Oude Delft 199) een reconstructie te zien van een woonkamer uit ongeveer 1660, waarin aan de hand van een audiovisuele presentatie, wordt getoond hoe Vermeer de driedimensionele wereld vertaalde naar het platte vlak. Toegang volwassenenƒ 3,50, kinderen tot 12 gratis. Inl 015-2602358

De Oude Kerk (Heilige Geestkerkhof) is geopend, ma t/m za, 9-18u. Toegang volwassenen ƒ 4, t/m 12 jaar ƒ 1,50.

In de Oude Kerk wordt van 6 april t/m 15 juni om de week op zaterdagmiddag muziek uitgevoerd op het hoofdorgel (1857), het noordbeukorgel (1873) en het koororgel (1770) Inl 015-2123015

In de 'Koninklijke Delftsch Aardewerkfabriek De Porceleyne Fles Anno 1653', aan de Rotterdamseweg 196, schilderen schilders in een 17de-eeuwse ruimte voorstellingen naar Vermeer op Delfts aardewerk. Ma t/m za 9-17u, vanaf 17 mrt ook op zo en feestdagen 10-16u. Toegang ƒ 3,50. Inl 015-2569214

Het boekje met de wandelroute 'In het voetspoor van Vermeer' kost ƒ 5 en is verkrijgbaar bij de VVV, Markt 83/85. Voor groepen zijn er ook rondleidingen met gidsen. Inl 015-2130100

Meer informatie is te lezen in 'Vermeer in Delft, een schilder en zijn stad' van Michel P. van Maarseveen, verschenen bij uitgeverij Bekking & Blitz in Amersfoort en in de catalogus bij de Vermeertentoonstelling in het Mauritshuis, (eenvoudig 'Johannes Vermeer' getiteld), die is verschenen bij uitgeverij Waanders in Zwolle (ƒ 85).