De smaak van waarden (2)

Het pleidooi van de filosoof Bart Voorzanger voor moreel relativisme spreekt mij totaal niet aan. Deze leer werkt door haar uitzichtloosheid verstikkend op mijn verbeeldingskracht, die wordt gevoed door de evolutieleer. Wat dat betreft, ben ik ervan overtuigd dat de ontwikkeling van normen en waarden gezien moet worden als een evolutionair gebeuren.

Een autonoom moreel proces 'ten goede', dat - alle moord en doodslag ten spijt - uiteindelijk zal resulteren in de creatie van een absolute of universele moraal. In tegenstelling tot wat Voorzanger denkt, zal deze de mensheid niet splijten, maar juist verenigen tot een ware Family of Men.

Wel beschouwd, hebben wij - als 'mensheid' - dit eindpunt in de morele evolutie al zo'n vijftig jaar geleden bereikt bij de proclamatie op 10 december 1948 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Voor de effectuering daarvan zijn met name regeringen, door hun VN-lidmaatschap, geroepen. Vandaar dat minister Pronk van Ontwikkelingssamenwerking niet alleen de morele plicht, maar ook het morele recht heeft om 'in het belang van het algemeen' op te komen voor homo's in zowel Nederland als Afrika, voor onderdrukten zowel hier als elders.

Door hem - onder het mom van persoonlijke voorkeur - dit morele/universele recht met betrekking tot Afrikaanse homo's te ontzeggen, doorziet Voorzanger niet dat 'morele rechten', 'esthetische of culinaire rechten' in tijd en ruimte overstijgen. Door deze kortzichtigheid ontgaat het hem tevens dat het moreel relativisme - wat de mensenrechtenproblematiek betreft - met een dubbele moraal werkt. Over het maatschappelijk nut van deze filosofische leer kan dan ook geen onduidelijkheid bestaan.