De geleerde Vermeer

Tentoonstelling: De wereld der geleerdheid rond Vermeer. Het Museum van het Boek/ Museum Meermanno-Westreenianum, Prinsessegracht 30, Den Haag. T/m 2 juni 1996, 9-18 u (zon- en feestdagen 12-17 u). Toegang ƒ 5,-. Catalogus ƒ 35,-.

Wie Johannes Vermeers schilderijen De astronoom (1668) en De geograaf (1669) bekijkt, ziet in een warm lichtschijnsel geleerden in werkkamers, geconcentreerd bezig met het uitoefenen van wetenschap. Ze zijn omgeven door globes, land- en zeekaarten, boeken en instrumenten. Zo houdt de geograaf een passer paraat en ligt op de werktafel van de astronoom een astrolabium om de hoogte van de sterren te bepalen. Ook op Vermeers overige schilderijen, dezer dagen grotendeels bijeengebracht op de overzichtstentoonstelling in het Mauritshuis, is voor globes en kaarten een prominente plaats ingeruimd.

Omdat Vermeer zo nauwgezet en gedetailleerd schilderde, valt in veel gevallen precies na te gaan om welke kaarten, globes, boeken of meetinstrumenten het ging. Voor het Haagse Museum van het Boek/ Museum Meermanno-Westreenianum reden om zoveel mogelijk van het materiaal dat op de interieurs staat afgebeeld te traceren en in een 'aansluitende expositie' bijeen te brengen. Het resultaat is 'De wereld der geleerdheid rond Vermeer', een fraaie tentoonstelling over zeventiende-eeuwse wetenschap door de ogen van de Delftse meester.

Vermeer was geen geleerde en al evenmin verkeerde hij in geleerde kringen. Zo is de hemelglobe op De astronoom door Jodocus Hondius al in 1618 op de markt gebracht (op de tentoonstelling staat een exemplaar van het Scheepvaartmuseum) en ook het leerboek van Metius is niet echt bij de tijd. Had Vermeer de wetenschap van nabij gevolgd, dan had hij zijn astronoom een telescoop in handen gegeven, het instrument waarmee Christiaan Huygens in 1656 de ringen van Saturnus had ontdekt. De astronoom en De geograaf zouden - niet ongebruikelijk in de zeventiende eeuw - weleens naar een hogere, hemelse werkelijkheid kunnen verwijzen. Klaas van Berkel in de catalogus: 'Vermeer toont ons een ideaalvoorstelling van de astronoom of filosoof, die aan de hand van een boek en wat instrumenten de kosmos niet alleen berekent en beschrijft, maar ook beschouwt en overdenkt.'

Wandkaarten

Cartografie te over bij Vermeer. Wandkaarten dienden ook ter decoratie, net als (in prijs vergelijkbare) schilderijen. Op De soldaat en het lachende meisje (1658) staat een precieze weergave van de kaart van Holland en West-Friesland, in 1620 ontworpen door Balthazar Florisz. van Berckenrode en uitgegeven door Willem Jansz. Blaeu. Een volledig ingelijst exemplaar van de eerste druk is door Meermanno-Westreenianum geleend van het Westfries Museum te Hoorn. Minder prominent komt deze kaart ook voor op Vermeers De brieflezende vrouw in het blauw (ca. 1663) en De liefdesbrief (1667). Ook andere pronkstukken zijn in Den Haag te zien, waaronder enkele exemplaren van de beroemde atlas van Blaeu.

Een andere kaart die Vermeer minstens tweemaal schilderde is Claes Jansz. Visschers wandkaart van de Zeventien Provinciën uit 1636. Op De schilderkunst (ca. 1664) is hij nadrukkelijk present en uit infraroodonderzoek is gebleken dat dezelfde kaart ook voorkwam op Vrouw met parelsnoer (ca. 1663). Het enige complete exemplaar werd in 1978 bij toeval ontdekt in een woonhuis in de buurt van Uppsala. Oorspronkelijk zou de kaart, die in zeer slechte conditie verkeert, voor de gelegenheid worden gerestaureerd en naar Den Haag komen. Maar omdat de eigenaren dit bij nader inzien niet aandurfden - later weer wel - moet Meermanno Westreenianum het doen met een model.

Perspectief is naast cartografie een tweede peiler onder de tentoonstelling. Aanwezig is een camera obscura, ideaal voor het maken van perspectivisch correcte afbeeldingen die vervolgens met een panthograaf werden vergroot. Ook met landmeetkundige instrumenten viel een goed resultaat te behalen. Overigens werkte Vermeer liever met spelden die hij in het gewenste vertepunt op het doek prikte en waaraan hij een touwtje vastknoopte om lijnen te construeren. In vijftien Vermeers zijn sporen aangetroffen van gaatjes die daar tot een laat stadium hebben gezeten. Met behulp van een perspectieftafeltje wordt deze techniek gereconstrueerd. Maar Vermeer kende ook zijn theorie, neergelegd in de boeken van Albrecht Dürer, Gérard Desargues en Hans Vredeman de Vries, alle op de Prinsessegracht aanwezig.

Vermeer was een buitenstaander, de theorie dat stadgenoot Antoni van Leeuwenhoek voor De astronoom en De geograaf zou hebben geposeerd, mist iedere grond. Voor zover bekend nam de Delftse schilder niet deel aan de intellectuele wereld van zijn tijd. Dat neemt niet weg dat zijn weergave van natuurwetenschap ons iets zegt over het denken in de zeventiende eeuw. Vaak wordt de 'mechanisering van het wereldbeeld' als karakteristiek voor die periode aangemerkt. Dit verhult dat ook andere ideaaltypen gangbaar waren, met name dat van 'het boek der natuur'. Van Berkel: 'Het werk van Vermeer is net zo goed een uitdrukking van de gedachte dat alles wat zich in de natuur voordoet een betekenis heeft en verwijst naar een hogere morele orde waarnaar de mens zich zou moeten richten'.