College van Toezicht

De crie de coeur van Wallage, fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer, gepubliceerd in een PvdA-Vlugschrift doet wat huichelachtig aan. Wallage stelt dat hij zich heeft 'verbaasd over de hoogte van de salarissen van de drie bestuursleden van het College van Toezicht Sociale Verzekeringen'. (24 februari)

Komt dit nu echt als een verrassing voor deze raspoliticus, die bovendien in het vorige kabinet een periode de portefeuille Sociale Zekerheid beheerde? Weet hij dan niet van de bestaande praktijk, waarbij dit soort posten wordt toebedeeld aan collegae politici (meestal uit de regeringspartijen), die om een of andere reden om een baan verlegen zitten? Ernstiger dan deze gespeelde naïviteit is naar mijn idee het signaal dat van dit incident uitgaat, namelijk de prangende vraag of de herzieningen die naar aanleiding van de parlementaire enquête over de uitvoering van de sociale zekerheid in gang zijn gebracht, ook het gewenste effect hebben. Het rapport van deze enquêtecommissie, met als voorzitter het Tweede-Kamerlid van de PvdA, Buurmeijer, loog er niet om. Het rondpompen van premie- en belastinggeld was onnodig duur en leidde tot moeilijk te controleren excessen in de uitgavesfeer. Een nieuwe structuur moest verbetering brengen - zo was het idee achter de hervormingen - met het CTSV als onafhankelijk toezichthouder en het TICA als organisatie om 'het veranderingsproces te begeleiden'. Buurmeijer werd zelf directeur van het TICA.

Waarom is er zo een semi-overheidsdienst als het TICA in het leven geroepen? Waarom niet - zoals elk bedrijf dat moet innoveren doet - op tijdelijke basis deskundigheid van buitenaf ingehuurd? Relevanter dan de hoogte van de salarissen is het gebrek aan openheid van de benoemingsprocedure voor de aan te trekken 'onafhankelijke deskundigen' voor het CTSV. Wallage maakt deel uit van de Nomenklatoera (de typering is ontleend aan de column van Geert Mak over deze affaire), die uitmaakt wie op deze topposities terecht komt.

Als de ondernemingsraad van de CTSV niet had dwars gelegen, was de hele geschiedenis niet naar buiten gekomen en was deze praktijk ongestoord voortgegaan. Nu is het van belang om dit niet als incident af te doen maar grondig na te gaan of achter de façade van de reorganisatie van de sociale zekerheid dezelfde mechanismen zijn blijven bestaan. Anders blijft zoiets knagen aan de geloofwaardigheid van de politiek en dat is pas echt schadelijk.