Coalitie in Turkije

EINDELIJK HEEFT TURKIJE dan toch weer een regering, een half jaar nadat de coalitie van de conservatieve premier Tansu Çiller ineenzakte. Puur persoonlijke animositeit tussen haar en Mesut Yilmaz, de leider van de andere grote conservatieve partij in Turkije, heeft het land - een groot strategisch gelegen land met ruim 60 miljoen inwoners - zo lang zonder effectief bestuur gehouden. Pas toen de kans tastbaar werd dat de moslim-fundamentalistische Welvaartspartij, die als grootste partij uit de verkiezingen van december vorig jaar kwam, dreigde te gaan regeren en het leger zich begon te roeren, kwamen beiden tot bezinning. Intussen was zelfs een bijna-oorlog met Griekenland gepasseerd.

Het is niet voor niets dat de moslim-fundamentalisten - overigens een zeer gematigde versie van de extremisten die het Israelisch-Palestijnse vredesproces proberen te laten exploderen - de verkiezingen van 24 december wonnen. De Turkse economie is er zeer slecht aan toe. Gezien de hoge inflatie, grote werkloosheid, aanzienlijke corruptie en slechte huisvesting is het eerder de vraag waarom de fundamentalisten niet méér dan 21 procent van de stemmen kregen. WEGENS DE geld-verslindende oorlog met de separatistische Koerdische Arbeiderspartij (PKK) in het zuidoosten van het land en ook wegens haar onvermogen werkelijke hervormingen door te voeren, is premier Tansu Çiller er de afgelopen jaren niet in geslaagd de weg uit het economische dal te vinden. Als de nieuwe rechtse coalitie - het eerste jaar onder Yilmaz en dan weer onder Çiller - de fundamentalisten in hun opmars wil stuiten, zal zij de economie eindelijk in haar greep moeten krijgen. Maar het feit dat de coalitie slechts op een minderheid in het parlement kan rekenen en voor haar overleven van de gedoogsteun van de sociaal-democraat Ecevit afhankelijk is, belooft dienaangaande weinig goeds. Privatisering bijvoorbeeld, daarvan is Ecevit geen voorstander. EVENMIN IS er een oplossing in het zicht - althans, het regeringsprotocol rept er niet van - voor de doorvretende oorlog in het zuidoosten, die niet alleen de schatkist maar ook, erger, de al kwakkelende democratie ondermijnt. Het Turkse leger bepaalt wat er gebeurt in het oorlogsgebied: dorpen worden ontruimd en platgebrand om steun voor de PKK af te straffen of om de PKK steunpunten te ontzeggen. Honderdduizenden Koerden zijn de afgelopen jaren op die wijze al ontheemd geraakt. Tegelijk heeft de oorlog de vrijheid van meningsuiting in Turkije ernstig aangetast. Daarvan kunnen talrijke journalisten en schrijvers vanuit de gevangenis getuigen. HET EUROPESE parlement heeft vorig jaar in ruil voor goedkeuring van de douane-unie met Turkije een halfslachtige poging gewaagd democratisering af te dwingen. Maar het bezweek voor druk van de Europese regeringsleiders die geloof hechtten aan Çillers argument dat opschorting van de douane-unie de Turkse fundamentalisten in de kaart zou spelen. De fundamentalisten wonnen de verkiezingen toch. En zij zullen blijven winnen als de nieuwe rechtse coalitie in Ankara het bij het oude laat. Çiller is van plan voor de duur van Yilmaz' premierschap veel tijd in Europa te besteden. Misschien kunnen haar Europese vrienden haar ertoe bewegen een nieuwe koers in te slaan.