België kritiseert Franse "agressie' in drugsbeleid

DEN HAAG, 7 MAART. De Belgische premier Dehaene heeft de Nederlandse regering vanochtend de hand toegestoken inzake het drugsbeleid. Dehaene, geen voorstander van het liberale Nederlandse beleid, noemde de Franse aanpak van de drugsproblematiek “veel te agressief”. De Franse president Chirac grijpt volgens Dehaene terug naar methoden “die ons verder afbrengen van de oplossing”.

De Belgische premier zei voor de Nederlandse radio dat hij de conflicten tussen de landen van het Verdrag van Schengen wil uitpraten “om op die manier geleidelijk naar elkaar toe te groeien”. Oorspronkelijk was vandaag in Den Haag een overleg gepland tussen de regeringsleiders van Frankrijk, Duitsland en de drie Benelux-landen. Die werd vorige maand uitgesteld wegens de meningsverschillen tussen Frankrijk en Nederland. De Fransen eisen dat Nederland het gedoogbeleid laat varen. Gebeurt dat niet, dan wil Frankrijk het Verdrag van Schengen, de afschaffing van grenscontroles, niet volledig uitvoeren.

Dehaene zei te betreuren dat de bijeenkomst geen doorgang kon vinden. “Ik denk dat het de basis had kunnen leggen voor een consensus-aanpak en onderlinge afspraken”, aldus de Belgische premier. Hij voegde eraan toe alle begrip te hebben voor de houding van de Nederlandse regering. “Ik begrijp perfect dat minister-president Kok niet kon aanvaarden dat er een top zou zijn waarbij men zou proberen hem dingen op te leggen, als een soort tussenkomst in binnenlandse aangelegenheden. Dat is niet de manier waarop men moet werken.”

Volgens Dehaene, die vanmiddag in Wassenaar was voor een Benelux-overleg, moeten de landen in Europa proberen het beleid inzake veiligheid, drugs en grensoverschrijdende criminaliteit te harmoniseren. “Maar ik denk dat je daar niet toe komt door frontale aanvallen zoals men dit vanuit Frankrijk doet”, zo zei Dehaene. Hij zei verder dat “wij in de huidige context zeker niet van Nederland kunnen eisen” dat de verkoop van softdrugs wordt beëindigd. Andere landen hebben wel “het recht een enigszins ander beleid te voeren”.

Minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) zei gisteren tegen buitenlandse journalisten dat Nederland de plicht heeft de negatieve effecten van het drugsbeleid voor het buitenland te beperken. “Wij beseffen dat er veel kan worden verbeterd”, aldus Van Mierlo. “Ik zeg niet dat wij ons drugsbeleid absoluut niet willen opgeven, maar ik wil het niet opgeven voor een slechtere regeling”, zei hij. De Duitse parlementair staatssecretaris voor drugszaken, Lintner, leverde gisteren opnieuw kritiek op het Nederlandse drugsbeleid. Hij wijt de annulering van de drugstop aan de Nederlandse regering.

Pagina 3: Duitsland vooral tegen coffeeshops

In zijn ogen doet de Nederlandse regering te weinig tegen de drugshandel. Voor de Duitse radio hekelde Lintner vooral de coffeeshops, waar drugs volgens hem veel te gemakkelijk verkrijgbaar zijn.

Lintner vond het Nederlandse voorstel de verkoop van softdrugs te beperken van maximaal dertig tot maximaal vijf gram ontoereikend. Als Nederland softdrugs zo gemakkelijk beschikbaar stelt moet men er rekening mee houden dat de de drugsconsumptie meer dan gemiddeld is, aldus Lintner. Hij wees op de harde aanpak in Zweden waar de consumptie volgens hem beduidend lager is dan in andere landen.

Minister Van Mierlo onderstreepte tegenover de pers nog eens dat Nederland een eigen visie moet kunnen hebben op de aanpak drugsproblematiek. “Het Verdrag van Schengen geeft ons het recht ons eigen beleid te voeren. We hebben niet alleen het recht, maar ook de plicht om het beste beleid voor onze eigen burgers te voeren.” Van Mierlo zei dat het drugsbeleid effectief is gebleken omdat Nederland relatief minder drugsverslaafden en -doden telt dan de omringende landen.

Volgens de vice-premier bevatten de kabinetsvoorstellen in de vorig jaar september gepresenteerde drugsnota veel maatregelen waar de Fransen om vragen. Het Nederlandse kabinet wil de overlast rondom coffeeshops aanpakken. Verder kondigde het kabinet een verharding aan in de bestrijding van de handel in harddrugs en de grootschalige handel en produktie van softdrugs. De kleinschalige "huisteelt' van nederwiet zegt het kabinet in de praktijk nauwelijks te kunnen aanpakken.

Afgelopen weekeinde laaide de discussie over de Nederlandse positie in Europa weer op door uitspraken van Europees Commissaris H. van den Broek, die vindt dat de Nederlandse regering zich de kritiek uit het buitenland moet aantrekken.

Minister Sorgdrager (Justitie) zei in een reactie op de uitlatingen van de oud-minister van Buitenlandse Zaken dat zij “een beetje moe” werd van alle ongefundeerde kritiek op het Nederlandse drugsbeleid. Zij verweet de critici in het buitenland dat zij hun aanvallen op het Nederlandse beleid te weinig op feiten baseren.

Over twee weken bespreekt de Tweede Kamer de drugsnota van de ministers Borst (Volksgezondheid) en Sorgdrager, en staatssecretaris Kohnstamm (Binnenlandse Zaken).