Anton Quintana krijgt prijs voor jeugdboek over drinkende en bazelende sjamaan op de steppen; 'Ik heb mijn vijftienjarige ik gehoorzaamd'

De schrijver Anton Quintana heeft vandaag de Libris Woutertje Pieterse prijs voor kinderliteratuur gekregen voor 'Het boek van Bod Pa'. “Ik heb zinnen en beelden gebruikt die ik al heel lang bij me draag.”

“Een boek om in te verdwalen, om spannende zoektochten in te maken en veel bijzondere ontdekkingen te doen”, zo verwoordde de jury van de Libris Woutertje Pieterse prijs vanmiddag in de Rode Hoed in Amsterdam haar keuze voor Het boek van Bod Pa van Anton Quintana, uitgegeven bij Querido. Quintana nam vanmiddag de prijs in ontvangst: een oorkonde en een geldbedrag van 25.000 gulden.

Anton Quintana (pseudoniem van Anton Kuyten, geboren in 1937) debuteerde als jeugdboekenschrijver in 1973 met Padjelanta, tien jaar later won hij de Gouden Griffel met De bavianenkoning. Het boek van Bod Pa beschouwt hij als het beste wat hij heeft geschreven. “Mooi dat ik er nu erkenning voor krijg. Ik ben een rancuneus en wrokkig man, maar dit doet me goed. Het manuscript heeft een tijd lang in de la van de vorige uitgever gelegen, en ik heb er een jaar aan geschaafd, tot ik niet meer wist wat voor en achter, onder en boven was.”

De Woutertje Pieterse, dit jaar voor de negende keer uitgereikt, is een van de belangrijkste Nederlandse prijzen voor kinderboeken. Momenteel wordt uitgekeken naar een nieuwe sponsor. Libris wil zich richten op andere activiteiten op het gebied van kinderboeken.

De jury, die bestond uit jeugdboekencriticus en docent Peter van den Hoven, recensent en essayist Cyrille Offermans en tekenaar Joost Swarte, koos Quintana's boek uit alle kinder- en jeugdboeken die in 1995 verschenen. Net als vorig jaar, toen de prijs naar Anne Provoosts Vallen ging, koos de jury met Het boek van Bod Pa voor een ongeïllustreerde roman voor de oudere jeugd. Zowel Vallen als Het boek van Bod Pa zijn ouderwets dikke leesboeken, maar waar de een een moderne, geëngageerde roman was, is de ander een mythisch, sprookjesachtig verhaal. Het gaat over een sjamaan, Bod Pa, die door een stamhoofd, een oude kennis, wordt uitgenodigd om zijn zoon te komen genezen. De zoon, Perregrin, heeft een gebroken been dat niet wil genezen. Het verhaal speelt zich af in een onbepaald verleden op de Aziatische steppen.

Quintana schreef Het boek van Bod Pa aan een stuk door zonder vooropgezet plan. Hij beschouwt zijn vorige boeken als typische jongensboeken, met een stevig concept. Dit is meer een 'stream of conciousness': “Ik heb eindelijk zinnen en beelden gebruikt die ik al heel lang bij me draag. Zoals de wolf van Bod Pa, die nooit dichtbij komt en dan ineens onder zijn jas blijkt te zitten, of het beeld van het begin: zo'n dwerg te paard op een kale vlakte. Het was alsof mijn 'vijftienjarige ik' me zei dat ik onze indianen- en ridderfantasieën eens moest gebruiken. Ik heb hem gehoorzaamd en niet zoals bij mijn eerdere werk de wetten van hoe je een boek hoort te schrijven. Ik ben uitgegaan van mijn creativiteit in plaats van de vorm, waardoor sommige dingen niet vlot lezen. Zo duurt de inzinking die Bod Pa krijgt, eindeloos lang.”

Bod Pa, de sjamaan, spreekt in raadsels. Hij is heel anders dan de jongen verwacht. Aan zijn riem bungelen geen muizenschedeltjes of andere zogenaamd magische voorwerpen en in plaats van te mediteren drinkt Bod Pa als een tempelier en maakt hij ruwe grappen. Door de jongen steeds, ook letterlijk, op het verkeerde been te zetten, laat Bod Pa hem beseffen wat hem eigenlijk mankeert. “De moraal van Bod Pa luidt 'gaan om te gaan',” aldus Quintana. “Die jongen durft niet op te groeien, hij wil geen man worden. Hij is bang voor de dood, dus ook voor het leven. Stilstand leidt tot niets, zegt Bod Pa. Je moet verder, ook al is dat niet per se leuk.”

Wie of wat de sjamaan precies is, wordt de jongen niet duidelijk. Bod Pa blijft onvoorspelbaar, bazelend in spreuken, raadsels en paradoxen. Aan het eind van het boek concludeert de jongen dat hij genezen is door een oplichter. “En dat klopt natuurlijk, want Bod Pa is alles tegelijk,” zegt de schrijver. “Bod Pa is heden, verleden en toekomst. Hij is onsterfelijk. Het is een gevallen engel, blind omdat hij God heeft gezien, een gewonde heler die anderen wel, maar zichzelf niet genezen kan. Een vampierachtige moordenaar, die er na een zwaardgevecht jonger uitziet, en tegelijk een wijs man. Hij is het tegenovergestelde van Perregrins vader, de mooie held.”

Hier raakt Quintana de kern van zijn schrijverschap, de tweeledigheid van alles en iedereen op deze wereld. Als helft van een tweeling lijkt hij geobsedeerd door het idee van tegenstellingen die onlosmakelijk bij elkaar horen, de thematiek van zijn jeugdboeken heeft daar altijd mee te maken. “De tweeling is eigenlijk aanstootgevend. Dualiteit hoort in één mens, niet in twee. Primitieve volkeren weten dat, die doden een van de twee kinderen, of allebei. God en Satan zijn een tweeling, en ying en yang natuurlijk.” Na de dood van zijn broer, de dichter André Kuyten die na hun jeugd een rivaal was gebleven, maar ook een goede vriend was geworden, kon Quintana jarenlang niet lezen en schrijven. “Hysterie,” zegt hij zelf. Zijn verhalen sprak hij in op een band. “Maar op een gegeven moment nam ik alleen nog vogel- en natuurgeluiden op. Toen begon ik haiku's te verzinnen en daarna kwam Bod Pa. En ik kon eindelijk weer zelf typen.”

In Het boek van Bod Pa heeft Quintana naar eigen zeggen een keuze gemaakt voor gekte: “Dat ben ik liever dan zogenaamd verstandig. Vijftien jaar lang heb ik geprobeerd om normaal te zijn. Mijn broer noemde dat het 'witte piano-syndroom.' Ik had alles voor elkaar: huisje, boompje, beestje. Zoals het hoort, maar op een nacht droomde ik dat er een monster zat te spelen aan mijn witte piano. Ik vond dat heel gewoon en het klonk best mooi, daar niet van, maar toch: een monster.”