Amerikaanse banken veroveren financiële wereld

Amerikaanse investerings- en handelsbanken hebben zich vorig jaar ontpopt als dé zwaargewichten op de financiële markten van de wereld. In de strijd met de internationale concurrentie komen Amerikaanse banken met de ene na de andere innovatie. Dat is mede mogelijk door de soepele nationale regelgeving. “In de VS kun je krediet van vrijwel iedere kwaliteit financieren.”

U wist alles al over de 'globalisering' van de financiële markt? Dat kunt u vergeten. Wat er feitelijk gaande is, is de Amerikanisering van de financiële markt. Kijkt u zelf maar:

Mondiaal gezien zijn zeven van de tien belangrijkste fusie-adviesbedrijven Amerikaans, en nog eens twee zijn voor een deel in Amerikaanse handen.

De grootste vier mondiale inschrijvers op aandelenemissies in de afgelopen vier jaar waren Amerkaanse firma's. Goldman, Sachs & Co, in 1995 de nummer één in internationale aandelenemissies, verwierf het co-coördinatorschap bij de privatisering van Deutsche Telekom AG - de grootste transactie in zijn soort ter wereld - en een leidende rol in de grootste effectenemissies uit de geschiedenis van Denemarken, Spanje, Zweden, Mexico en Singapore.

Hoechst AG, de Duitse chemiereus, wendde zich voor haar overname van Marion Merrell Dow voor 7,1 miljard dollar, vorig jaar de grootste transatlantische overname, tot J.P. Morgan & Co.

Toen Credito Italiano SpA vorig jaar met succes een vijandig bod deed op Credito Romagnolo SpA, trad J.P. Morgan als adviseur op voor de eerste, Goldman Sachs and Morgan Stanley Group Inc voor de tweede. In augustus 1995 werd Merrill Lynch & Co. de eerste niet-Zwitserse instelling die voor een Zwitserse onderneming, de cementkolos Holderbank Financière Glaris SA, de uitgifte van een obligatielening leidde.

Met de spierballen en het voetenwerk verkregen door de hectische concurrentie op 's werelds grootste financiële markt hebben Amerikaanse investerings- en handelsbanken zich vorig jaar gevestigd als dé internationale zwaargewichten. Ze zijn bedreven in het uitzetten van gigantische leningen, het begeleiden van aandelenemissies en het bekokstoven van internationale fusies. Ze maken gebruik van de meest geavanceerde technologie terwijl ze profiteren van de status van het Engels als de internationale financiële lingua franca bij uitstek.

Om te blijven concurreren stapelen Amerikaanse ondernemingen 'innovatie op innovatie' stelt Lowell Bryant, hoofd bank-consulting bij McKinsey & Co. in New York. “Of je het nu hebt over derivaten of om het even welke innovatieve grensoverschrijdende financiële deal, degenen die hebben ontdekt hoe je die dingen doet, zijn Amerikanen.” In andere landen zijn geldzaken “nog altijd een aangelegenheid tussen insiders waarbij het ging om zeer nauwe betrekkingen” tussen banken en hun cliënt-ondernemingen, aldus Bryant. “Op de Amerikaanse markt is dat al sinds de jaren zeventig niet meer zo.”

Waar het op neerkomt is dat de aantrekkingskracht van de Amerikaanse markt blijft groeien. “In de VS, zegt Joseph MacHale, eerste man op kredietverlening bij J.P. Morgan, “kun je krediet van vrijwel iedere kwaliteit financieren, anders dan op internationale markten, die eisen dat de kredietnemer door en door solide is.”

De regelgeving in de VS leent zich ongewoon goed voor innovatieve constructies; in veel landen zijn regelgevende instanties vooringenomen tegen kapitaalmarkten. In Amerika wordt innovatie alleen beteugeld door in de wet vastgelegde verboden. Maar in Frankrijk worden veel financiële innovaties als onwettig beschouwd tenzij ze met zoveel woorden zijn toegestaan. Asset-backed securities (aandelen op onderpand), bedacht door Amerikanen, konden in Frankrijk, Spanje en Italië pas worden geïntroduceerd nadat ze door de wet waren toegelaten.

Walter Gubert, J.P. Morgans topman voor Europa, het Midden-Oosten en Afrika, voegt hieraan toe dat in de VS de Securities and Exchange Commission (SEC, commissie van toezicht op het beurswezen, red.) door haar strenge controle en de sterke nadruk die ze legt op de belangen van de belegger 'de deelnemers aan de markt dwingt tot kwaliteit en discipline'.

Ook cultuur speelt een belangrijke rol. Het pioniers-elan van de Amerikanen, hun hang naar risico's, hun onverzettelijk optimisme en hun dromen van zelfverdiende rijkdom verklaren het Amerikaanse succes in de internationale haute finance. Amerikanen zijn van oorsprong immigranten en traditioneel ondernemend, stelt Frederic C. Rich, partner in Sullivan & Cromwell te New York: “Sociale mobiliteit is een van onze sterkste punten.”

Het feit dat het geld de maatschappelijke klasse heeft vervangen als toetssteen van sociale status wordt genoemd door Benjamin Appen, vice-president bij D.E. Shaw & Co., een investeringsbank in New York: “Je leest niet meer over Brooke Astor, je leest over Donald Trump en George Soros.” En hij vervolgt: “Geld is een zuiver speelveld, waar de spelers niets dan hun hersenen in te brengen hebben. Om die reden heeft het de beste en intelligentste koppen aangetrokken, die vroeger niet in financiën gingen omdat dat gold als grofstoffelijk of vulgair.”

Het buitenland laat dit niet zo maar op zich zitten. Europese banken als de Deutsche Bank, Swiss Bank Corp., de Zwitserse Union Bank, de Nederlandse ING Groep en de Britse National Westminster Bank hebben door middel van grote overnames en investeringen geprobeerd zich tot investeringsbanken op topniveau te ontwikkelen. En hoewel Japans grote banken en effectenkantoren zijn gefnuikt door een krachteloze economie, oninvorderbare leningen en het Daiwa Bank-schandaal, meent niemand dat ze met stille trom het financiële schouwtoneel zullen verlaten.

Maar marktaandeel terugwinnen zal buitenlandse banken niet gemakkelijk afgaan. Sommige bankiers vragen zich af hoe lang Europese banken nog zullen kunnen profiteren van lage renten op deposito's en passieve aandeelhouders. Anderen merken op hoeveel moeite expansie via acquisitie kost, vooral wanneer de fusie plaatsvindt over nationaal-culturele grenzen heen. En in Japan vormen bedrijfsvoering bij consensus en het gebruik topmanagers om de paar jaar te laten rouleren duidelijke hindernissen voor innovatie en hun vermogen om snel op veranderingen in te spelen.

Tad Rybczynski, gasthoogleraar aan de City University in Londen, voorspelt dat de Europeanen en Japanners de Amerikanen pas over vijf tot tien jaar zullen evenaren. Volgens hem moeten de grote universele banken in Europa - gecombineerde handels- en investeringsbanken - “nieuwe organisatiesctructuren opbouwen, nieuwe vaardigheden opdoen en nieuwe bedrijfsculturen in het leven roepen willen ze kunnen concurreren met de Amerikanen.” Hij voegt hieraan toe: “Amerikanen hebben ervaring opgedaan in alle windstreken van hun kapitaalmarkten. Het zijn mensen met een buitengewoon grote kennis op het gebied van aandelenemissies, financiële markten en vooral kapitaalmarkten. En omdat ze die kennis zeer innovatief weten toe te passen, hebben ze het investeringsbankbedrijf van het ouderwetse werven van fondsen voor handel en industrie veranderd in het agressief herstructureren van ondernemingen.”

Door hun vaardigheden naar andere landen te exporteren hebben Amerikaanse effectenkantoren, aldus Rybczynski, “slagvaardige vestigingen kunnen opzetten, met een zeer sterke kapitaalbasis en de bijbehorende organisatiestructuur gericht op mondiale concurrentie. De rest van de wereld heeft voorlopig het nakijken.”

Natuurlijk zullen niet alle grote Amerikaanse financiers de strijd om mondiaal marktaandeel overleven. Kidder, Peabody & Co. en Drexel Burnham Lambert Inc. zijn al afgevallen. Over Lehman Brothers Holdings Inc. doen hardnekkige overnamegeruchten de ronde, en Salomon Brothers Inc. heeft nog altijd last van het obligatie-schandaal in 1991. Sommige bankiers zeggen dat vooral Amerikaanse investeringsbanken te lijden hebben onder een alles-of-niet-mentaliteit en een onbestendige omzet, een combinatie die zelfs de beste bank in de armen van een van de kapitaalkrachtige Europese banken kan drijven.

De Bankers Trust New York Corp. is verwikkeld in personele verschuivingen aan de top en in processen rondom de verkoop van derivaat-produkten. “Twee jaar geleden stond werd deze firma nog bij J.P. Morgan aangeschreven als de meest solide bank van de VS”, meldt Richard Watkins, president-directeur bij Latinvest Securities Ltd in Londen. Over de aanstaande fusie van de Chase Manhattan Bank en Chemical Banking Corp. (die zelf al Manufactueres Hanover Trust Co. heeft opgeslokt), zegt hij dat nog maar enkele jaren geleden “deze drie zichzelf beschouwden als organisaties van wereldklasse met een glanzende toekomst.”

De ironie wil dat een groot deel van het Amerikaanse internationale succes voortkomt uit de wet Glass-Steagall, die een scheiding aanbracht tussen handels- en investeringsbanken. Amerikaanse banken ijveren al sinds jaar en dag voor de intrekking van die wet, die echter intussen verhinderde dat Amerikaanse investeringsbanken hun activiteiten subsidieerden met consumentenbankzaken op grote schaal, zoals de Europese banken doen. “Dit dwong instellingen in de VS om harder voor hun geld te werken dan hun tegenhangers in andere landen”, aldus William Lewis, partner bij McKinsey in Washington.

De binnenlandse concurrentie verscherpt zich sinds twintig jaar. In 1975 werd de vaste commissie op effectentransacties afgeschaft. Begin jaren '80 werden in de VS zogenaamde shelf registrations geïntroduceerd, waarbij ondernemingen effecten kunnen registreren bij de SEC om ze dan op een gunstig moment in de verkoop te doen. En de wet Glass-Steagall werd onlangs nog verder uitgehold toen handelsbanken toestemming kregen om zich op het terrein van de investeringsbanken te begeven. Intussen moesten de handelsbanken in de VS scherper concurreren door de deregulering van de rentetarieven op banktegoeden. Voorts hebben zowel de investerings- als de handelsbanken te maken met de reuzengroei van financiële dienstverleners als General Electric Credit Corp. en de opkomst van grote beleggingsfondsen.

Hoe sterk die concurrentie is, moge blijken uit de kosten die firma's moeten maken en de tarieven die ze hun klanten berekenen. Voordat Morgan Stanley vorig jaar de fusieonderhandelingen met de S.G. Warburg Group PLC afbrak, was gebleken dat deze laatste, Britse, firma 80 procent hogere kosten maakte op transacties. En terwijl een doorsnee cliënt van een effectenmakelaar in de VS zes dollarcent per aandeel op een transactie van 50.000 dollar betaalt, zou zoiets in Japan 30 dollarcent kosten, volgens schattingen van McKinsey.

Anders dan voor Duitsers en Japanners was voor Amerikaanse firma's “innoveren noodzaak om hogere winsten te maken”, aldus William Lewis. Of zelfs om het hoofd boven water te houden. Het resultaat was en is een stortvloed van nieuwe ideeën, variërend van betere risicocalculaties tot het scheppen van ingenieuze waardepapieren en derivaten die veel meer mogelijkheden bieden dan de huis- tuin- en keukenlening.

“Op het internationale financiële platform vindt de handel thans plaats op secundaire markten en met gebruik van hoogwaardige technologie”, stelt Till Guldimann, topman bij Infinitiy Financial Technology Inc., gevestigd in Mountain View (Californië) en leverancier van financiële softwaresystemen. “Amerikanen zijn heel goed in technologie, en hoe hoger de omloopsnelheid op de markt, hoe beter Amerikanen worden. Ze houden van snelle veranderingen, experimenten en variatie.”

Toen Continental AG, de grote Duitse bandenfabrikant, het aandeel van zijn werknemers in het bedrijf wilde vergroten van 0,5 tot 5% procent, moest eerst de traditionele Duitse angst voor aandelen worden overwonnen. In samenwerking met de Dresdner Bank, die de administratieve, juridische en fiscale kwesties regelde, kwam J.P. Morgan met een plan: werknemers bij Continental die aandelen kopen, betalen 20 procent van de prijs, lenen de overige 80 procent renteloos en incasseren alle dividend. Door gebruik te maken van opties die Continental betaalt, kunnen de werknemers zich voorts twee jaar lang indekken tegen daling van de aandeelprijzen, terwijl ze ten volle meeprofiteren van prijsstijgingen. “Morgan bood een produkt dat andere Duitse banken niet hadden”, aldus Gregor Schög, financieel directeur bij Continental.

In tegenstellig tot Amerikaanse topondernemingen beperkten Europese en Japanse rivalen zich tot voor kort in meerderheid tot vertrouwde ideeën en produkten. Ondanks hun sterke financiële positie zijn nog maar weinig Europese banken bereid de risico's te dragen die bedrijven nu eenmaal lopen als ze een stevige voet aan de grond willen krijgen op de Amerikaanse markt. Zelfs binnen het eigen land zijn ze wars van risico.

Een voorbeeld: afgelopen oktober schreef de Britse bank Abbey National PLC een lening van 300 miljoen pond uit in obligaties converteerbaar in preferente aandelen. Merrill Lynch deed wat geen Europese bank zou doen: ze kocht het hele pakket op en verkocht het door aan eigen cliënten. Soortgelijke transacties in het Verenigd Koninkrijk worden afgehandeld volgens het best efforts principe: de bank probeert wel de emissie te verkopen, maar riskeert niet haar eigen kapitaal.

Nog een soortgelijk voorbeeld van een Amerikaanse onderneming die bereid is eigen kapitaal te riskeren: Goldman Sachs heeft 80 procent van de Britse kabel-tv-aanbieder Diamond Cable Communications PLC gekocht, en de aankoop gefinancierd met 75 miljoen dollar in aandelen en 400 miljoen dollar geleend geld. In oktober bracht Goldman Diamond in Amerika naar de beurs.

“Europeanen besteden te veel tijd aan nadenken, plannen maken, strategieën opstellen”, stelt Watkins van Latinvest. “Daardoor kweken we afdelingen die te veel ouderwetse produkten verkopen.”

Soms treden Amerikaanse firma's op waar buitenlanders zijn afgegaan. Drie jaar geleden trad het Japanse Nomura Securities Co. op als mondiaal coördinator van een aandelenemissie van een miljard dollar door de Ierse kolos in vliegtuigleasing, GPA Group PLC. De emissie werd gelanceerd tijdens een periode van slapte in de luchtvaart en faalde; GPA moest hals over kop terug naar zijn banken om uitstel van aflossing op zijn leningen te bedingen. Een half jaar geleden bedacht Morgan Stanley een duurzame oplossing voor GPA's liquiditeitsproblemen - een complexe herstructurering ter waarde van 4 miljard dollar, waarbij bankschulden zouden worden omgezet in verhandelbare effecten, met 230 vliegtuigen van GPA als onderpand.

Ook op het gebied van normale handelsbank-activiteiten plegen Amerikaanse banken zulke coups. Het afgelopen najaar organiseerde J.P. Morgan samen met de Deutsche Bank een lening van vier miljard D-mark aan Volkswagen AG. Enkele dagen later elleboogde Morgan de Duitse bank opzij en regelde eigenhandig een banksyndicaat voor een lening van twee miljard dollar aan Siemens AG.

Aanvankelijk verzetten sommige Europeanen zich tegen de 'barbarij' van de spartaanse Amerikaanse bedrijfsculturen, die onder meer een 'power-ontbijt' en een alcoholverbod voor de lunch omvatte. Toen een Amerikaanse effectenmakelaar een Franse collega voorstelde een zakenontbijt te houden, antwoordde de Fransman: “Als u nu een half uurtje eerder komt, kunnen we samen douchen.”

Maar deze mentaliteit begint wellicht al te veranderen. Toen O'Connor & Associates, een optie-kantoor in Chicago, begin jaren '90 ging samenwerken met de Swiss Bank Corp., zo vertelt Leslie Grant, manager bij de SBC-vestiging in Warburg, “waren het altijd de mensen van O'Connor die achter de beeldschermen zaten, of je nu om 7 uur 's ochtends of om 7 uur 's avonds keek. Nu werkt iedereen even hard.”