Airbag

Toscane. Het dorpje is maar klein, zijn winkeltje bijpassend.

Hij vertelt dat het alweer twee jaar geleden was, dat het gebeurde.

Hij reed niet hard, zegt-ie. En dat terwijl hij toch een 'grossa' auto had waarmee je, vóór je het weet, heel hard gaat. Ik knik.

Hoe dan ook, hij zag hem wel komen, maar het ging te snel. Opeens was-ie er, dat wilde zwijn. Een grote. Groot genoeg althans voor de 'airbag': FLOP!! Niet groot genoeg voor de auto. Die reed door, maar niet op de weg. Want de airbag bleek niet alleen over een formidabele stootkracht te beschikken, tevens nam deze bezit van het stuur. En doordat de wagen zo van de weg raakte, dáárdoor maakte hij meer snelheid. Echt waar. Ik knik (2x).

Eén ding is zeker: aan het eind van dit dynamische tafereel wachtte een symbool van eeuwige rust, een Toscaanse cipres.

“Toch nog plezier van uw airbag.”

“Nee, want die was toen nèt weer leeg.”

Zo raakte hij bekneld tussen het stuur en de stoel. En hij had het al aan zijn rug. Dat krijg je, als je niet alleen in pyjama's, maar ook in gasflessen doet.

Zijn vrouw had dit alles zonder airbag doorstaan. Zij was - klassiek - door slechts de riemen gered. Althans, wat haar leven betreft. Gebroken pols, gebroken enkel en tien gebroken ribben, keurig volgens de diagonaal van de gordel.

Precies volgens diezelfde lijn bleek het ergste echter iets te zijn wat onbreekbaar is: een geplette linkerborst...

Ik knik niet. Nu doet hij het. Want ik, ik ben verbluft. Daar heb ik namelijk nog nooit bij stilgestaan. Hij ook niet. Tot aan die cipres.