'Vies luchtje' zet geloofwaardigheid Linschoten op het spel

DEN HAAG, 6 MAART. Het zaakje stinkt. Daar is iedereen het over eens. Het Tweede-Kamerlid J. Marijnissen (SP) vindt dat, P. Rosenmöller (GroenLinks) ook en bovendien de hoofdrolspeler zelf: staatssecretaris R. Linschoten (Sociale Zaken).

Het “vieze luchtje”, zoals deze bewindsman het zelf noemt, hangt rondom een kwestie die zich al in november voordeed. Zij speelde zich af ten tijde van het debat dat de Tweede Kamer voerde over de voorgenomen wijzigingen in de Ziektewet, een van de kernvoorstellen van het huidige kabinet. Het ging over de beschikbaarheid van rapporten die niet speciaal met het oog op dit debat waren gemaakt, maar die de Tweede Kamer toch graag wilde hebben. Ik heb ze niet, zei Linschoten tegen de Kamer. Dus u kunt ze ook niet krijgen, voegde hij eraan toe.

De kwestie is nu uitgegroeid tot een vraag van politiek levensbelang. De vraag namelijk of de staatssecretaris in de Tweede Kamer heeft staan liegen. Hetzij in november, hetzij (of opnieuw) afgelopen vrijdag. Liegen dus, niet per ongeluk een verkeerde weergave van de werkelijkheid geven. Dat dit laatste is gebeurd, heeft Linschoten inmiddels op één punt zelf toegegeven.

Cruciaal is een telefoongesprek dat de staatssecretaris in de loop van de ochtend op de 21ste november 1995 heeft gevoerd. Aan de andere kant van de lijn hangt een goede bekende. Het is D. van Leeuwen. Zij was voorzitter en Eerste-Kamerlid van de VVD van 1991 tot 1994, dus in een periode waarin Linschoten voor dezelfde partij in de Tweede Kamer zat.

Sinds 1 januari 1995 is Van Leeuwen voorzitter van het CTSV, het College van Toezicht Sociale Verzekeringen. Dat is een volledige baan die ze mede aan Linschoten te danken heeft. Hij heeft haar voor deze functie in het najaar van 1994 benaderd en voor benoeming bij het kabinet voorgedragen. Het CTSV is een zelfstandig toezichtsorgaan dat de uitvoering van de sociale verzekeringen controleert en daarover verantwoording schuldig is aan de staatssecretaris.

Het telefoongesprek gaat over drie rapporten die het CTSV op het punt staat uit te brengen en die vooral gaan over de ervaringen met de Ziektewet, sinds die twee jaar eerder al gedeeltelijk werd geprivatiseerd. Volgens de lezing die Linschoten later de Tweede Kamer zal geven, biedt Van Leeuwen hem de concept-rapporten aan, hoewel ze nog niet zijn goedgekeurd door het driekoppige bestuur. De staatssecretaris weigert naar eigen zeggen concepten te ontvangen, die (semi-)ambtenaren hebben laten uitlekken; hij wil alleen officiële rapporten met het stempel van het bestuur erop. In een geheim rapport dat ten behoeve van de Rijksrecherche is gemaakt, bevestigt het CTSV-bestuur de lezing die Linschoten van het telefoongesprek geeft.

Sommige Kamerleden, zoals Marijnissen, denken dat het gesprek anders is verlopen. Linschoten zou de rapporten niet hebben willen krijgen, omdat ze hem slecht uitkwamen in verband met het naderende Kamerdebat over de Ziektewet. In de rapporten wordt gewezen op het risico dat werknemers met gezondheidsproblemen als gevolg van een verdere privatisering van de Ziektewet veel moeilijker aan een baan zullen komen. Ook staat er dat de gedeeltelijke privatisering die twee jaar eerder werd doorgevoerd het ziekteverzuim al zoveel omlaag heeft gebracht dat een verdere daling nauwelijks is te verwachten. Kortom: munitie voor de tegenstanders van verdere privatisering, zoals vrijwel de volledige oppositie. En bovendien argumenten die de twijfel over het nut van deze operatie, die te beluisteren valt bij de de regeringsfracties van PvdA en D66, kunnen versterken.

Uit een intern overzicht dat het CTSV-personeel heeft opgesteld, valt op te maken dat op 20 november, één dag voor het telefoongesprek tussen Van Leeuwen en Linschoten, in een overleg tussen directie en bestuur het besluit is genomen de rapporten de 21ste november naar de staatssecretaris toe te zenden. Maar ze moeten op last van het bestuur wel eerst worden aangepast. De ochtend van de 21ste is het bestuur nog niet tevreden over alle aanpassingen, maar het streven blijft, aldus dit overzicht, de rapporten 's middags om twee uur bij Linschoten te bezorgen en dat Van Leeuwen hem dit telefonisch zal laten weten. Echter: “De sts”, zoals Linschoten in het overzicht wordt aangeduid, “wijst dit af.” Dezelfde middag besluit het bestuur de rapporten pas 1 december officieel vast te stellen. Dat wil zeggen: na het debat in de Tweede Kamer over de Ziektewet.

Ongeveer een half uur later dringt het Tweede-Kamerlid A. Bijleveld-Schouten (CDA) bij het kabinet aan op toezending van de CTSV-rapporten nog op dezelfde dag, omdat ze begrepen heeft dat ze “dezer dagen” zullen verschijnen. Linschoten laat de volgende dag weten dat hij niet op dit verzoek kan ingaan. Hij zegt dat het CTSV een onafhankelijk orgaan is dat zelf beslist wanneer een rapport voor publicatie gereed is.

“Zoals ik u eerder meedeelde, heb ik het onderzoekrapport nog niet ontvangen”, schrijft de staatssecretaris deze 22ste november, één dag na het telefoongesprek. “Het is mogelijk dat er een ambtelijke concept-versie van de samenvatting van het onderzoekrapport circuleert. Een dergelijk stuk heeft echter geen enkele status, zolang het College zich daarover geen oordeel heeft gevormd. Daarom acht ik het niet mijn taak om een dergelijke niet-geautoriseerde samenvatting op te vragen en aan u toe te zenden.”

Op de avond van de 22ste november begint de Tweede Kamer aan de behandeling van het Ziektewetvoorstel, zonder over de CTSV-rapporten te beschikken. Maar de SGP'er B. van der Vlies wijst Linschoten erop dat de artsenorganisatie KNMG in een brief aan de Kamer al melding maakt van de belangrijkste conclusies uit deze rapporten.

Een van de conclusies is dat verdere privatisering van de Ziektewet weinig zin heeft, omdat de eerder genomen maatregelen, waarbij werkgevers de eerste twee of zes weken hun zieke werknemers al zelf moesten doorbetalen, effectief genoeg lijken. Een andere conclusie is dat een volledig eigen risico van een jaar werkgevers ervan zal weerhouden werknemers met gezondheidsproblemen, zoals voormalige WAO'ers, in dienst te nemen. De gevreesde risicoselectie dus. Linschoten houdt vol: “Ik heb helemaal geen inzicht in die conclusies”.

Daarover gaat intussen bij het CTSV het overleg tussen directie en bestuur voort. In een sfeer die dan al om te snijden is, want het bestuur en de directie liggen voortdurend met elkaar overhoop over allerlei competentiekwesties. Linschoten heeft via zijn ambtenaren laten weten dat het CTSV zich niet met toekomstverwachtingen dient bezig te houden. Dat hoort niet bij een onafhankelijk toezichtsorgaan, vindt de staatssecretaris. “Dan word je als college al gauw onderdeel van het politieke debat”, meent hij.

Linschoten zegt dat hij met deze boodschap aan het CTSV niet het oog had op de ziektewetrapportages. Feit is dat in de latere, door het bestuur vastgestelde rapportages passages over de toekomstverwachtingen zijn geschrapt. “Maar er is niet door mij geïntervenieerd”, zegt Linschoten. Als onafhankelijk college komt het CTSV-bestuur de bevoegdheid toe rapporten van medewerkers te veranderen. Maar een gegeven is ook dat de directie van het CTSV zich er over zal beklagen dat “de afstemming met de politieke opdrachtgever” van het bestuur niet deugt. Linschoten zal later tegen het bestuur zeggen, aldus een overzicht van de ondernemingsraad, dat “het CTSV te zeer gericht is op politieke beïnvloeding”.

Als de Tweede Kamer op 28 november de behandeling van de Ziektewetplannen voortzet, zwicht Linschoten toch voor de toenemende druk van fracties om de concept-rapporten toe te zenden. Hij stapt over zijn formele bezwaren heen. “Ik voelde aan mijn politieke theewater dat anders de behandeling van het wetsvoorstel in gevaar zou komen.” Nog dezelfde week zal de Tweede Kamer de privatisering van de Ziektewet met 88 stemmen voor en 44 tegen goedkeuren.

Al die tijd is de Kamer onwetend gebleven van het telefoongesprek tussen Linschoten en Van Leeuwen en dus van het feit dat de staatssecretaris al eerder over de concept-rapporten had kunnen beschikken. Dat blijkt pas uit een publicatie in Het Parool van 22 februari. Rosenmöller en Marijnissen stellen, onafhankelijk van elkaar, onmiddellijk schriftelijke vragen.

Afgelopen vrijdag leek Linschoten de Kamer te overtuigen van in elk geval zijn formele gelijk in de affaire. Door zich op één punt te vergissen, heeft de staatssecretaris nieuwe twijfel gezaaid. In deze vergadering zegt hij op 21 november wel kennis te hebben gehad van de conclusies van de CTSV-rapporten, maar dankzij krantenberichten. Dit blijkt onjuist: geen krant schreef er die dag over. Linschoten mag waarschijnlijk volgende week proberen de Tweede Kamer (opnieuw) van zijn oprechtheid te overtuigen.

Niet bekend