Vermeend doorbreekt geheimhouding

Staatssecretaris Vermeend (Financiën) wil op een enkel punt de geheimhoudingsplicht voor notarissen doorbreken. Dat lukt hem aardig want in twee gevallen heeft de rechter een tegenstribbelende notaris gedwongen om gegevens als namen en rekeningnummers aan de fiscus door te geven. Het ging daarbij om gegevens van onroerend-goedtransacties. Volgens de Koninklijke Notariële Broederschap is op deze manier vertrouwelijke informatie ten onrechte in handen van de fiscus gekomen.

De Commissie-Van Traa heeft tot haar verontrusting dertien gevallen van verwijtbare betrokkenheid van notarissen bij criminele transacties geteld. Dat brengt volgens de commissie een politieke discussie over het verschoningsrecht van notarissen in zicht. Ook artsen, advocaten en predikanten hebben zo'n recht en plicht om geheim te houden wat ze bij hun werk te horen krijgen. De notaris kan daar niet buiten om onpartijdig en onafhankelijk zijn werk te kunnen doen. Een vervelend bijverschijnsel is dat criminelen onder de paraplu van dat verschoningsrecht met grote kapitalen misdaadgeld schuiven zonder dat de politie of de fiscus daar een vinger achter kan krijgen. Vaak valt de notaris overigens niets te verwijten; in zijn ambt is hij nu eenmaal erg kwetsbaar is voor zulke criminele opzetjes. De Koninklijke Notariële Broederschap houdt het beroepsgeheim graag buiten het debat over de criminaliteit. Trouwens ook de Commissie-Van Traa ziet geen aanleiding het voortbestaan van het verschoningsrecht in de politieke discussie te betrekken. Althans niet op dit moment, zo voegt ze er waarschuwend aan toe.

Intussen is voor staatssecretaris Vermeend het verschoningsrecht niet heilig. De belastingontvangers hebben daar namelijk hinder van als ze geldstromen van onroerend-goedtransacties willen naspeuren. Er zijn meestal wel andere manieren om zulke geldstromen te traceren, maar die zijn erg tijdrovend. Daardoor vist de fiscus gemakkelijk achter het net. Vermeend heeft dit jaar voor het eerst een ander wapen ingezet: het civielrechtelijk kort geding. In één geval bereikte hij daarmee dat een notaris de bankafrekeningen van een via hem verkocht huis aan de fiscus moet laten zien. In de tweede procedure, tegen de Amsterdamse notaris mr. Blank, eiste de belastingontvanger nog meer: hij wilde ook inzage in delen van de correspondentie van de notaris. Het draait allemaal om het pand Damrak 49 in Amsterdam, dat februari vorig jaar werd verkocht. Met die verkoop is volgens de Belastingdienst iets niet pluis. Van de verkopende BV en haar directeur heeft de fiscus meer dan een kwart miljoen gulden tegoed. Gelukkig lag er een bod van ruim 5 miljoen gulden op het pand terwijl de hypotheekschuld een miljoen lager was. Uit de overwaarde kon de vordering van de Belastingdienst worden betaald, ware het niet dat het pand ondanks het hogere bod van de hand werd gedaan voor ruim vier miljoen. Dat geld ging via de notaris meteen naar de hypotheekhouders, waaronder Frytail Anstalt in Liechtenstein en Ealing Investors Inc. in Panama. Volgens de ontvanger mogelijke dekmantels van de persoon waarvan hij nog zo veel geld van te vorderen heeft. Om dat te bewijzen zoekt de fiscus gegevens van de bij de transactie betrokkenen, zoals namen, telefoon- en faxnummers en bankrekeningnummers. Die informatie denkt de ontvanger te vinden in de correspondentie tussen de notaris en zijn cliënt. Deze brieven hield notaris Blank op advies van de Notariële Broederschap in zijn kluis, met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht. Dat beroep heeft de Amsterdamse rechter mr. J.R. Branbergen verworpen. Zowel de bankafschriften als de correspondentie die specifiek betrekking heeft op de afwikkeling van de hypotheek, moet de notaris aan de fiscus in handen geven.

Belastingadviseurs hebben geen beroepsgeheim. Dat kan ook niet zolang hun beroep niet wettelijk geregeld is. In de praktijk respecteert de fiscus evenwel de vertrouwelijkheid van de correspondentie tussen een belastingadviseur en zijn cliënt zolang het niet gaat om zware fraudegevallen. Het wel wettelijk beschermde beroepsgeheim van notarissen en advocaten is ruimer dan in de meeste Europese landen, maar ook weer niet alomvattend. Aangenomen wordt dat ze er zich bij het geven van fiscaal advies niet snel op kunnen beroepen. Een element van het verschoningsrecht is namelijk dat het gaat om informatie die hen is toevertrouwd in de functie van advocaat of notaris en niet in bijvoorbeeld hun functie als belastingadviseur. De scheidslijn is overigens onduidelijk. Een verdere voorwaarde die de Hoge Raad enkele jaren geleden heeft toegevoegd is dat het moet gaan om gegevens die voor derden verborgen moeten blijven. Daar valt de informatie die de fiscus in de korte gedingen had gevraagd volgens de rechter niet onder. Als die opvatting standhoudt zal de fiscus ook zijn terughoudendheid verliezen bij het opvragen van dergelijke gegevens uit de niet wettelijk beschermde dossiers van belastingadviseurs.

@@@