Vakpers noemt opvolger van de oude Daf 66 een NepCar

GENÈVE, 6 MAART. Het neusje van de zalm van de Nederlandse auto-industrie en haar toeleveranciers had zich gistermiddag verzameld op de autosalon van Genève waar de ontwikkelingsafdeling van NedCar de Access onthulde. Een zuinige, milieuvriendelijke gezinsauto voor het jaar 2000. De 4,23 meter lange auto met een gewicht van 850 kilo, uitgerust met een aluminium-chassis en 1,7 liter motor die 155 pk levert, slurpt slechts een paar liter benzine op 100 kilometer. Niettemin is de opvolger van de DAF 66 - de laatste volledig in Nederland ontwikkelde en gebouwde auto - in de vakpers (Autovisie) al geafficheerd als de 'NepCar van NedCar'. Want dat de nieuwe Nederlandse auto ooit in produktie zal worden genomen wordt door velen betwijfeld. Zelfs door NedCar-bestuursvoorzitter ir. Frans Sevenstern, die de kans dat de Access ooit op de openbare weg zal rijden op “ongeveer vijf procent schat”.

De Access moet worden gezien als een soort dure subsidiëring van werkgelegenheid voor de 400 werknemers van de ontwikkelingsafdeling van NedCar, Product Designing & Engineering (PD&E) in Helmond. Een afdeling die nooit mee verhuisd is naar de fabriek in Born, omdat de verhuiskosten van de gevanceerde apparatuur te hoog bleken. PD&E werkt voornamelijk voor de autofabrikanten Mitsubishi en Volvo, die met de Nederlandse overheid ieder voor een derde in NedCar deelnemen. Nu de nieuwe Volvo-modellen (V40 en S40), die overigens zijn ontworpen door Volvo Design Center Europe en niet door PD&E, al zijn ontwikkeld tot ver na het jaar 2000, krijgt PD&E minder research-werk van Volvo en Mitsubishi.

Om die reden moet deze NedCar-afdeling op zoek naar werk van derden en vormt Access een adequate reclame-mogelijkheid voor PD&E om potentiële klanten te tonen waartoe het in staat is. “Je kunt een brochure voor je klanten uitgeven of zo'n auto hier showen. Van dat laatste gaat toch een effectiever en aardiger signaal uit”, zegt Frans Sevenstern.

Access is ondermeer gefinancierd door EZ en Brussel, via het project Eureka - een Europees ontwikkelingsfonds voor de autoindustrie - die beiden enkele miljoenen guldens aan het “enkele tientallen miljoenen kostende project” hebben bijgedragen.

De toeleveranciers die aan het Access-project hebben meegewerkt hopen op deze manier ook een entree te krijgen bij andere autofabrikanten dan NedCar. Toch zijn de innovatieve aspecten van het project beperkt. Zo heeft Bosal (uitlaten) op de Access een nieuwe katalysator uitgetest. “Maar dat kunnen we ook laten doen bij Volkswagen in Wolfsburg, een van onze belangrijkste klanten”, zegt een woordvoerder van de in België gevestigde Nederlandse uitlatenfabrikant.

Pagina 20

De rest van het geld komt van 20 toeleveranciers uit de autoindustrie. In Nederland zijn dat wat Access betreft Hoogovens, DSM, Reynolds Aluminium en het in Brasschaat gevestigde Bosal (uitlaat-systemen).

De internationale pers keek gisteren vreemd tegen het project aan. Want veel uitleg werd de talrijke buitenlandse journalisten niet verschaft. Er was zoveel haast de nieuwe Access te onthullen dat tijdens een haastig geïmproviseerde persconferentrie maar drie vragen mochten worden gesteld. En dat was een gemiste kans. Want als er zich al een 'koper' voor het Access-project zal aandienen dan zal die toch à la Fokker moeten komen uit het Verre Oosten, omdat 'moeder' NedCar zelf niets met het project kan. Zowel Volvo als Mitsubishi ontwikkelt zijn eigen auto's en zal de Access daarom niet in produktie nemen.

Het feit dat projectmanager Roger Deckers (NedCar) en Frank Rieck (manager voor de autoindustrie bij Hoogovens) de chef-ontwerpers van respectievelijk Renault en Mercedes-Benz bij het NedCar-paviljoen hadden zien rondsluipen moet derhalve meer te maken hebben gehad met beroepsnieuwsgierigheid dan met serieuze belangstelling van deze fabrikanten voor de Access, een zogeheten multi purpose vehicle, die iedere zichzelf respecterende autofabrikant al lang op de tekentafel heeft liggen of zelfs al heeft rijden (Renault).

Niettemin gelooft Frank Rieck heilig in de uitstralings-effecten van het project. Als voorbeeld kan het door Hoogovens ontwikkelde kunststof-aluminium dak van de Access dienen dat bij Fokker Special Products in Hoogeveen een speciale behandeling heeft ondergaan. “Bovendien werd ik net aangeschoten door de motoren-ontwerper van Mercedes-Benz”, licht Rieks toe. “Je rolt met zo'n project van het één in het ander. Dat moet ook voor een bedrijf als Hoogovens niet worden onderschat.”

Niettemin achtte een aantal sponsors de kosten van het project achteraf wat aan de hoge kant. Eén van hen heeft enkele maanden geleden serieus overwogen om die reden af te haken. Naast het ontwikkelen en het bouwen van de auto hebben de toeleveranciers ook de kosten van de tentoonstellingsruimte in Genève bekostigd. Een stand op een prestigieuze beurs als Genève kost een autofabrikant al snel een half miljoen tot een miljoen gulden.

Ook heeft de komst van Access tot verwarring geleid binnen NedCar zelf. “Ik heb een aantal ongeruste dealers van mij hals over kop moeten gerust stellen dat NedCar geen nieuwe auto uitbrengt”, zegt Rob Mellaart, woordvoerder van Volvo Nederland. “We zijn pas begonnen met de introductie van de nieuwe modellen S40 en V40. Om die reden veroorzaakte het persbericht dat NedCar met een nieuwe auto zou komen nog al wat verwarring bij onze klanten. Je zou daarom kunnen zeggen dat het tijdstip van de introductie van deze Access wat ongelukig gekozen is.”