'Uren- en jobcultuur' bij Philips splijt vakbonden

EINDHOVEN, 6 MAART. Voorzitter S. Braaksma van de Vereniging hoger personeel Philips (VHPP) zei het gisteren treffend. “We werken meer dan 40 uur per week, waarom zouden we dan kiezen voor een cao waarin we maar voor 36 uur betaald worden?” Het is ook de voornaamste oorzaak van de bres in het vakbondsfront. De onderhandelaars van de VHPP, die van alle vakbonden met 3.000 van de 12.000 hogere Nederlandse Philipswerknemers relatief de hoogste organisatiegraad kent, zal zoals het er nu naar uitziet de onderhandelingen over de nieuwe cao verder alleen voeren. Het is mogelijk om vervolgens zelfstandig een akkoord te sluiten voor het hoger personeel. Of de Unie zich bij de VHPP zal aansluiten wordt pas morgen bekend.

De eerste inzet van de VHPP is een loonsverhoging met 4 procent. De door Philips vorige week tijdens het eerste gesprek zo onverbiddelijk afgewezen eis van de Industriebonden FNV en CNV van een werkweek van gemiddeld 36 uur, zat niet in het eisenpakket van het hoger personeel.

Philipsonderhandelaar A. de Haas brak vorige week de onderhandelingen al na enkele uren af. Hij zei dat hij pas verder wil praten als de Industriebonden hun eis van 36-uur intrekken. Die eis, zo zei De Haas onlangs in de Philips Koerier, zou leiden tot een loonkostenstijging tussen 5 procent en 10 procent. “Philips wil in Nederland een werkgelegenheidsbeleid voeren dat hout snijdt. Naast scholing en werkgelegenheidsprojecten betekent dat ook ruimte voor economische groei. En daarin is geen plaats voor lapmiddelen zoals collectieve arbeidsduurverkorting”, aldus De Haas.

Het is de vraag of een voor morgen gepland overleg tussen de vertegenwoordigers van de vier bij de cao-onderhandelingen betrokken vakbonden na de opstelling van de VHPP nog door zal gaan. Dat overleg was bedoeld om gezamenlijk tot één strategie te komen.

FNV-onderhandelaar Hagen sprak gisteren van een “zwarte dag” in de vakbondshistorie en van een “historische fout”. Daarmee gaat hij echter voorbij aan de cao-onderhandelingen van 1986 toen de VHPP toen samen met de Unie, ook de cao-gesprekken voerde, omdat ook toen met de vakbonden voor het lagere personeel geen wilsovereenstemming kon worden bereikt over een algemene arbeidsduurverkorting tot 36 uur. Uiteindelijk kwam het toen toch tot wat werd genoemd een 'mantelovereenkomst', die uiteindelijk door alle partijen werd ondertekend.

“De collega's van de VHPP hebben zich door Philips laten dicteren”, zei Hagen. “Dit speelt Philips in de kaart.” Dat kon de eerste onderhandelaar namens de VHPP J. Hermus niet ontkennen. “Maar er is voor onze geen andere keus. De achterban”, aldus Hermus, “wil het zo en niet anders”. Angst dat het in de toekomst nooit meer goed komt met de andere bonden, had Hermus niet. “Die relatie is de afgelopen tijd goed geweest; wij willen haar in ieder geval niet verbreken”, aldus Hermus. Hij zei dat de VHPP tot haar opstelling is gekomen door de onverbiddelijkheid van de kant van het concern ten aanzien van de 36-uurseis. “Het scenario dat we met de andere bonden hadden willen volgen, kon toen niet meer worden gehandhaafd.”

Volgens Braaksma van de VHPP gaapt er tussen zijn vakbond en die van FNV en CNV en grote kloof. “De industriebonden kiezen een maatschappelijk uitgangspunt met hun uren-cultuur, wij kiezen voor de job-cultuur.”. Braaksma vindt dat het hoger personeel gezien haar inzet tijdens en na de operatie Centurion en gezien de sterk verbeterde resultaten best wat extra geld in het laatje mag krijgen als een soort smartegeld voor ondergaan leed. Philips heeft echter al laten weten 4 procent loonsverhoging te veel te vinden. De andere bonden eisen 3 procent meer loon.