Rwanda: Radicalen aan de macht

Hebben de hardliners in Rwanda het pleit gewonnen? Dat is de vraag die zich opdringt na de moordaanslag, vorige week in de Keniaanse hoofdstad Nairobi, op de voormalige minister van justitie, Seth Sendashonga. Voor Sendashonga zelf, die bij de aanslag slechts licht gewond raakte, bestaat er geen twijfel over de verantwoordelijkheid van het bewind in Kigali: vanaf zijn ziekbed liet hij weten er zeker van te zijn dat zijn aanvallers lid zijn van het vrijwel geheel uit Tutsi's bestaande Rwandese Patriottische Front (RPF), waarvan de leider, Paul Kagame, het huidige bewind in Kigali domineert. En ook de Keniaanse politie heeft haar twijfels. Zij heeft inmiddels een medewerker van de Rwandese ambassade in Nairobi gearresteerd en heeft al aangekondigd deze, ondanks officiële protesten van de regering in Kigali, voorlopig vast te houden.

Vast staat dat de aanslag het bewind in Kigali bijzonder goed uit kwam: zij verhinderde dat Sendashonga naar Brussel vertrok om daar een besloten conferentie toe te spreken over de toekomst van Rwanda. Andere prominente gast op dit overleg was de voormalige Rwandese premier, Faustin Twagiramungu, evenals Sendashonga een Hutu. Ook hij stapte vorig jaar uit de Rwandese regering. Beiden vonden dat het Rwandese Patriottische Front (RPF) niet genoeg deed om wraakacties van Tutsi's tegen Hutu's tegen te gaan. Wat hen zo gevaarlijk maakt voor het huidige bewind in Kigali is dat beiden zeer hoog aangeschreven staan bij de donoren van Rwanda en kunnen er niet van verdacht worden betrokken te zijn geweest bij de slachtpartijen onder Tutsi's en gematigde Hutu's na de moord, in april 1994, op de Rwandese president Habyarimana.

Uit de rede die Sendashonga in Brussel had willen houden, blijkt hoezeer de verhoudingen binnen Rwanda zijn verhard. De nationale verzoening die het RPF zei voor te staan, lijkt definitief voorbij. In zijn toespraak beschuldigt de voormalige minister het Patriottische Front van slachtpartijen onder Hutu's “die de omvang van een genocide hebben bereikt”. De voormalige minister roept de internationale gemeenschap op tot een “boycot” van het regime in Kigali en is groot voorstander van het oprichten van een nieuwe politieke beweging.

Dat vergeven en vergeten niet het sterkste punt van het RPF is, bleek ook uit een onderzoek waarvan de resultaten vorige week in de Franse krant Libération werden gepubliceerd. Op basis van eigen onderzoek rekende de auteur van het artikel voor dat ten minste 100.000 Rwandese Hutu's de dood gevonden hebben bij wraakacties. Deze zouden op zijn minst getolereerd zijn door het Front en misschien zelfs wel georganiseerd. De slachtpartijen hadden, aldus de auteur, niet alleen plaats tijdens de strijd van het RPF tegen het voormalige regeringsleger, ook vorig jaar februari werden er, aldus Libération, nog Hutu's in koelen bloede afgeslacht. Een groot aantal dorpen wordt inmiddels afgeschermd door soldaten van het RPF waardoor contacten van de plaatselijke bevolking met hulpverleners en journalisten vrijwel onmogelijk zijn geworden. In gebieden waar die contacten nog wel mogelijk zijn, verlopen ze steeds moeizamer omdat Rwandezen nauwelijks meer met buitenstaanders zouden durven te praten.

Voor enkele landen, waaronder Nederland, zouden de ontwikkelingen inmiddels ernstig genoeg zijn om het beleid ten opzichte van het bewind in Kigali te heroverwegen. Toen het RPF aan de macht kwam en zijn beloften van vrijheid, gelijkheid en broederschap deed, was een groot aantal Westerse landen bereid om het Front althans het voordeel van de twijfel te geven. Ironisch genoeg speelde het gezag dat mensen als Twagiramungu en Sendashonga zich wisten te verwerven, een grote rol. Nu dezen het bewind in Kigali er van beschuldigen 'fascistoïde' trekken aan te nemen, lijkt een herijking van het beleid niet ver meer weg. Zo zou de Nederlandse minister van ontwikkelingssamenwerking, Jan Pronk, die eerder vooraan stond bij de steun aan het Rwandese regime, nu in het diepste geheim werken aan een agonising reappraisal.

Door de radicalisering van het regime in Kigali lijkt de terugkeer van de meer dan een half miljoen Hutu-vluchtelingen in Zaïre verder weg dan ooit. In een vraaggesprek pleitte de Rwandese minister van buitenlandse zaken er dit weekeinde voor om dan toch maar geweld te gebruiken om de vluchtelingen terug te krijgen naar Rwanda. De Zaïrese regering heeft inmiddels schoon genoeg van de vluchtelingen en zou ze nog liever vandaag dan morgen zien vertrekken, temeer daar de vluchtelingenkampen in Oost-Zaïre langzamerhand tot permanente steden worden, compleet met kapsalons, bioscopen en café's. Maar de Hutu's zelf, van wie velen deelgenomen hebben aan de slachtpartijen in 1994, grijpen ieder teken van instabiliteit aan om hun terugkeer naar Rwanda uit te stellen. Velen hebben inmiddels al besloten om maar in Zaïre te blijven en zijn begonnen aan pogingen om grond van de plaatselijke bevolking over te nemen. Een definitieve machtsovername van de hardliners in Kigali zal hen slechts in hun besluit sterken om in Zaïre te blijven.