Rijssen zwijgt het liefst over jarenlange ontucht

Al meer dan twee weken worden in het Sallandse dorp Rijssen de gemoederen beroerd door het schandaal van de godsdienstleraar die gedurende achttien jaar tientallen jongens onzedelijk zou hebben betast. Maandag werd ook een oud-decaan van de scholengemeenschap aangehouden.

RIJSSEN, 6 MAART. De sfeer doet denken aan een Siciliaans dorp na een mafiamoord. De vijandige blikken, de muur van stilte. Gefluisterde conversaties die afbreken zodra de buitenstaander in de buurt komt. “Daar weten we in Rijssen niets van”, zegt de jonge vrouw en duwt nijdig haar kinderwagen om de hoek van de kerk. Met een zestal andere huisvrouwen stond ze net nog uitgebreid bij de Beatrixboom over het 'gebeuren' te praten. Maar in een oogwenk is de groep opgelost.

Het is vijf uur 's middags. De klokken van de meer dan tien kerken die Rijssen (ruim 25.000 inwoners) rijk is beieren het dagritme aan de bewoners door: etenstijd. Achter sommige gordijnloze ramen zetten moeders hun dampende dekschalen op tafel. Vaders zegenen het avondmaal, en onder hun gezag wordt in stilte de maaltijd verorberd. De straten zijn leeg en een miezerige regen daalt neer op het dorp. Uiterlijk gaat alles zoals de Rijssense schrijver Belcampo in 1946 in zijn boek Het grote gebeuren beschreef: de rust en de orde vlak voordat 'vreemde beesten' en 'ongewone hemellichamen' zijn geboortedorp voor de dag van het Laatste Oordeel op zijn kop zette.

Toch is er spanning merkbaar in Rijssen. Al meer dan twee weken beroert het schandaal rond een godsdienstleraar van de Christelijke Scholengemeenschap Reggesteijn de gemoederen van het dorp. In achttien jaar tijd zou de 52-jarige leraar dertig jonge knapen 'onzedelijk hebben betast'. Eergisteren kwam daar de aanhouding van de 62-jarige oud-decaan van de school bij. Ook hij zou jarenlang aan jongens hebben gezeten. Van verkrachtingen of anaal verkeer door beide leraren is volgens de openbare aanklager nooit sprake geweest. Het gaat om tastende en aaiende vingers óp de gulp, en in een enkel geval ín de gulp. In één geval zou er sprake zijn geweest van 'wederzijdse bevrediging'.

Justitie is dan ook niet zozeer geschokt door de aard van de ontucht, alswel over de duurzaamheid ervan. Hoe is het mogelijk dat al deze handelingen in een Godvrezende gemeente als Rijssen zo lang onopgemerkt heeft kunnen doorgaan? “Ik begrijp dat de Heer daarboven het druk heeft”, zegt de openbare aanklager “maar ze zouden hier op aarde toch ook wel een beetje op elkaar kunnen letten?”

Al in 1985 had godsdienstleraar Piet V. in zijn eigen kerk voor enige opschudding gezorgd. De Noorse Broederschap is een fundamentalistisch protestantse geloofsgemeenschap die een grote preoccupatie heeft met het Kwaad. Vooral als het zich voordoet in de vorm van seks en lustgevoel dient de 'oorlog' aan het vlees te worden verklaard. “Sluit de luiken van uw ogen voordat de lust uw hart besmet. Verklaar de oorlog aan uw eigen leven. Doodt uw eigen vlees”, zijn zo wat versregels uit de belijdenis van de Broeders.

Op een jeugdweekend van de Broederschap kwam de voorkeur van V. voor puberjongens voor het eerst aan het licht. Voorganger J. Littooij van de Noorse Broeders vertelt dat “een aantal jongemannen tennaastebij even in het kruis werd aangeraakt”. Hij haast zich eraan toe te voegen dat het ging om de “de meest lichte graad van betasting”. De slachtoffers waren allemaal “gezonde, forse, en weerbare knapen” die onmiddellijk alarm hebben geslagen. Ook Littooij's eigen zoon was zo'n knaap.

De Broederschap besloot geen aangifte te doen, en de zaak binnen de gelederen te houden. Littooij had een gesprek met de leraar waarin deze hem bekende dat “het verlangen hem soms aanvloog, hoe hij er ook tegen vocht”. Er volgde een samenkomst waarop alleen de Broeders en geen Zusters aanwezig waren. Daar heeft de leraar zich “verootmoedigd” en om vergeving gevraagd: het zou nooit meer voorkomen.

Littooij zegt 'geschokt' te zijn nu blijkt dat V. op school gewoon verder is gegaan met dergelijke handelingen. Spijt dat hij de zaak binnenskamers heeft gehouden heeft hij echter niet. “Ik heb in mijn leven heel wat mensen gesproken die in dit soort problemen zaten. In de meeste gevallen worden de mensen geholpen doordat ze het evangelie hebben kunnen beleven als een kracht van God. We hebben de levende hoop dan men kan winnen in de strijd tegen de zonde.”

Bij Piet V. heeft het duidelijk niet gewerkt. “Mannen hebben in de broederschap altijd gelijk”, vertelde een uitgetreden aanhangster van de gemeenschap vorig jaar tegen Trouw. Het dagblad maakte melding van incestpraktijken, en van seksueel misbruik van een meisje in het conferentieoord van de Broederschap op de Veluwe. “Als het aan het licht komt en je vraagt om vergeving dan is de kous daarmee af en ga je gewoon verder met je praktijken”, zo beschreef de aanhangster de afwikkeling van dit incident.

Maatschappelijk werker M. Oppenhuizen, die ex-aanhangers van de geloofsgroep behandelt, beschrijft het mechanisme als volgt: “Het is als een bal waar permanent op gedrukt wordt. Je wordt geleerd altijd strijd te leveren met jezelf. Je moet je zonden “doden”. Vandaar dat vaders hun kinderen soms tot bloedens toe slaan.” Vandaar ook dat soms de bal uit elkaar spat. Het strenge taboe op de aantrekking van het andere geslacht kan homoseksueel misbruik in de hand werken. Zo gaf Piet V. les op een door jongens bevolkte LTS. “In die zwaar christelijke kringen leeft toch het diep ingebakken idee dat mannen met kinderen kunnen doen wat hen goeddunkt”, zegt prof. dr. J.E Doek, hoogleraar familierecht aan de VU. Kinderen zijn een soort “bezit”. Door de strenge autoriteitsverhouding zijn kinderen zelf ook vaak uitermate onzeker en gedwee.

Rijssen trekt zich intussen terug op zichzelf. Overal die mengeling van afweer en angst. “Een incident als dit wordt natuurlijk als een geweldige bedreiging van buitenaf ervaren”, verklaart 'import'-huisarts D. van der Leun. Hij woont 'pas' zestien jaar in Rijssen. De arts heeft niet het idee dat incest en seksueel misbruik in een reformatorisch bolwerk meer plaatsvindt dan elders. “Alleen de verontwaardiging van buitenaf is groter als zoiets op de bible belt gebeurt.” Ondanks de strenge leer is de bevolking van Rijssen “niets wat menselijk is vreemd”: meisjes komen om de pil. Mannen gaan naar de hoeren. Wel heeft het feit dat Piet V. de status van “verbreider van het geloof” had, ertoe bijgedragen dat het allemaal zo lang heeft kunnen doorgaan, denkt Van der Leun.

Langzaam wordt het donker. Het dorp is zo leeg als leeg maar kan zijn. Nergens klinkt het geluid van die televisie. “Die zitten in kastjes”, had de dokter verklaard “dan kijken ze stiekem zodat de buren het niet zien.” Plotseling, als een visioen, is er een teken van leven. Drie jongens zitten op de rand van de stilgelegde fontijn. Ze rollen shaggies, met stijve vingers van de kou. “We mogen er niet over praten”, grijnst de brutaalste in zijn te grote windjack. Al snel voeren ze het hoogste woord over de man die twee jaar lang hun godsdienstleraar was. “Lachen”, zeggen de jongens op de vraag hoe hij was. “Wil je geld verdienen? Doe bij Pietje je broek naar beneden”, gieren de jongens en wijzen met priemende vingers naar het huis waar de leraar woont.

Maar de lol is van korte duur. Een meisje komt in het donker aangefietst en grijpt de witte brommer die de jongens als een trofee voor zich hadden staan. “Die hebben jullie gestolen, hè, bij het station?” Schuldbewust geven ze toe. De bewakingsdienst komt erbij en ook de politie. “Jullie hadden vanavond beter daar kunnen zitten”, zegt de agent met een hoofdknik in de richting van de kerk. “Dan hadden jullie tenminste nog een goeie daad gedaan.”

Donkere schimmen gaan over het plein. Tientallen en nog eens tientallen mensen stromen op deze doordeweekse dag de kerk binnen. De mannen in donkere pakken. De vrouwen en meisjes in rokken tot over de knie, met rode witte en blauwe hoedjes op. Een galmend gekuch vult de ruimte. Het geritsel van honderden psalmboeken. “De Heer zal komen als een dief in de nacht. We moeten er klaar voor zijn, elke dag weer”, maant de dominee hoog op de kansel. Hij preekt over het Oordeel van de Dag des Heeren. “Nuchter zijn, en niet bedwelmd zijn door aards genot. Wij zijn kinderen van het daglicht. Het beste komt nog, het zalige op de Dag des Heeren zal ons niet ontgaan.” Na de collectes, het dankwoord en het gebed verdwijnt de dominee met zijn ouderlingen achter de eikenhouten deur. Later haast hij zich uit de zijingang. “Nee juffrouw, daarover spreken wij niet. Ga heen”, roept hij en fietst heel hard weg in de nacht.