Retrospectief Marguerite Duras op tournee

Le cinéma de Marguerite Duras. Mini-retrospectief van zes films. In: Den Haag, Haags Filmhuis (t/m 13/3); Utrecht, 't Hoogt (21-27/3); Rotterdam, Lantaren/Venster (28/3 t/m 3/4).

Slechts enkele dagen na het overlijden van Marguerite Duras (1914-1996) begint een al eerder geplande, bescheiden Nederlandse tournee van zes films, die Duras regisseerde of, in één geval, schreef. Het zijn Engels ondertitelde films die in samenwerking met de Franse ambassade tijdelijk zijn geïmporteerd. Ook de nieuwe film van Paul Ruven, Sur place, die een hommage brengt aan Duras' speciale stijl, maakt het programma actueel. Ruven zei bij de première in het Rotterdamse festival dat hij zijn film misschien wel gemaakt had omdat Duras zelf niet meer filmde. Uit de nadruk in de necrologieën op Duras' literaire werk blijkt dat haar essentiële bijdrage aan de filmkunst ook zo goed als vergeten is.

Onvrede over de filmische vertalingen van haar werk - met name Peter Brooks Moderato cantabile - brachten Duras er in de loop van de jaren zestig toe zelf te gaan regisseren, al was ze wel te spreken over Alain Resnais' Hiroshima mon amour en de in het retrospectief opgenomen film van Henri Colpi Une aussi longue absence (1961).

Het zou onjuist zijn te stellen dat de taal in Duras' films belangrijker was dan het beeld. Ze weigerde echter om op traditionele wijze haar teksten te illustreren, zoals Jean-Jacques Annaud zou doen in de door haar verfoeide verfilming van haar bestseller L'amant (1992): beeld en woord moesten een gelijkwaardige, onderling zelfstandige rol spelen. Haar twee beroemdste films, India song (1975) en Le camion (1977), vormen de kern van het mini-retrospectief. Op beide films drukt Duras' fysieke aanwezigheid een zwaar stempel: de stem van de auteur spreekt de melancholieke, de herinnering aan de belofte van een grote liefde uitdrukkende teksten in India Song uit, terwijl Delphine Seyrig en Matthieu Carrière op een feest in het Franse gezantschap te Calcutta een tango dansen. In Le camion verschijnt Duras zelfs in beeld en bespreekt met Gérard Depardieu de film die ze zouden kunnen maken. De beelden van dat verhaal moet de kijker zelf verzinnen in deze virtuele film. De toekomstig verleden tijd is de typerende modus van Duras' films: zij zou gelukkig kunnen zijn, als hij weer zou verschijnen. Nog extremer vormen neemt dit voorwaardelijke karakter aan in Agatha et les lectures illimitées (1981) over een niet in beelden uit te drukken, potentiële liefdesgeschiedenis, en L'homme Atlantique (1982), waarin een ander verhaal restmateriaal van Agatha en lange stukken zwartfilm mogelijke betekenis geeft.

De zesde film, Duras' laatste uit 1985, is atypisch. Een al eerder door Jean-Marie Straub verfilmd kinderverhaal van Duras groeit in Les enfants uit tot een absurde komedie over een jongen die weigert naar school te gaan 'om dingen te leren die hij niet weet'. Het resultaat is een curiosum, dat deed terugverlangen naar de 'echte' Duras, de zachtmoedige dwingeland van taal en tijd, die haar verhalen, herinneringen en verlangens geen banale concretisering gunde. Duras schonk de filmkunst een idioom, dat maatgevend zou hebben kunnen zijn voor de bevrijding uit een 19de-eeuws naturalistisch keurslijf. Je hoefde niet belezen of snobistisch te zijn om je aan haar hand mee te laten voeren naar tropische beloftes van een vervulde liefde. De film zou zich hebben kunnen losmaken van zijn prozaïsch-literaire oorsprong en een eigen taal kunnen spreken. Maar de Annauds van deze wereld, die platweg een jong meisje in Indo-China in soft-focus laten verleiden en vervolgens doen verlaten door een oudere Chinees, bleken machtiger.