Onzekerheid beheerst renteverloop geldmarkt

AmSTERDAM, 6 MAART. Bij een onveranderde daggeldrente van 3,18 procent namen in de verslagweek de termijntarieven op de geldmarkt af, mede onder invloed van de gedaalde rente op de kapitaalmarkt. De lange looptijden het meest. Wat op korte termijn de ontwikkeling van de kapitaalmarktrente bepaalt, is niet altijd duidelijk. Deze onzekerheid werkt door op de geldmarkt waar de ogen thans zijn gericht op de Bundesbank. Toen die afgelopen donderdag niet overging tot tariefsverlaging, was dit, nadat de vrees voor een te snelle geldgroei in januari inmiddels was weggenomen, enigszins tegen de verwachting in. Daarnaast maakte de Duitse overheid vrijdag bekend dat in het westen de prijsindex van de gezinsconsumptie in februari met maar 1,4 procent op jaarbasis was toegenomen en zich dus op een laag niveau stabiliseert. Wanneer hierbij de zwakke conjuncturele ontwikkeling die zich voor dit jaar begint af te tekenen, in aanmerking wordt genomen, lijken alle condities aanwezig voor een verlaging van de officiële tarieven. Maar om beleidsbeslissingen met een sfeer van onzekerheid te omhullen, willen uitspraken van Bundesbankfunctionarissen over de op korte termijn te volgen koers nog wel eens tegen elkaar ingaan en blijft een belangrijke faktor voor de rente-ontwikkeling op de geldmarkt dus onzeker.

Het tekort op de geldmarkt, gemeten aan de voorschotten in rekening courant, was op de verslagdatum ruim 1 miljard gulden kleiner dan een week daarvoor. In het begin van de week lag het beroep echter onder invloed van de maandultimo boven het gemiddeld toelaatbare. De contingentsbesparing, die vorige week 3,8 procentpunt bedroeg, was na de verslagweek, toen ruim de helft van de contingenstperiode was verstreken, niet veranderd. Een forse verkrapping van de geldmarkt ging uit van 's Rijks schatkist, waarvan het saldo met 11,2 miljard gulden toenam. Daaraan waren de belastingafdrachten van februari en de storting op de staatslening van 5,5 miljard gulden per 1 maart debet. In anticipatie op die verkrapping had DNB per ultimo februari de kasreserve tot nihil teruggebracht, hetgeen de banken voor 9,8 miljard gulden soelaas bezorgde. Verder werd nog enige ruimte geschapen doordat de hoeveelheid uitstaande NBC 's met 232 miljoen gulden afnam. Hiertegenover stond een verkrappende invloed van een toename van de bankbiljettencirculatie met 157 miljoen gulden. De banken werden verder tegemoet gekomen door een verruiming van de kredieten uit hoofde van speciale beleningen met 2,7 miljard gulden.

De komende week wordt vanuit de schatkist geen verruiming van de geldmarkt voorzien. Omdat gisteren de storting plaats vond op nog een staatslening (3,2 miljard gulden), zal de krappe geldmarkt aanhouden.

In samenhang hiermee heeft DNB de verplichte kasreserve voor de periode van 8 tot 19 maart op de laagst mogelijke stand (nihil) gehandhaafd. Bron: Economisch Bureau ING Groep