Onderzoek: tekort verplegers en verzorgers stijgt

DEVENTER, 6 MAART. Het aantal verpleegkundigen en verzorgenden daalt drastisch. Behaalden in 1980 nog 15.000 studenten hun diploma, dit jaar zullen het er negenduizend zijn. Als deze trend doorzet, komen er in 1999 slechts 4.600 verpleegkundigen op de arbeidsmarkt. Daardoor kan 13 procent van de vacatures niet meer worden vervuld. Deze ontwikkeling is vooral zorgwekkend omdat de Nederlandse bevolking steeds verder vergrijst.

Dit blijkt uit onderzoek van P. Foole, werkzaam bij het Instituut voor zorgonderzoek (IZO) in Deventer. Foole zegt zich “dood te zijn geschrokken” van de uitkomsten van zijn onderzoek, omdat er een enorme behoefte zal ontstaan aan verzorgend en verplegend personeel.

De tanende belangstelling voor verzorgende beroepen is, volgens Foole, deels te verklaren door onzekerheid over de toekomst van het zorgonderwijs. Over twee jaar gaat men over op een nieuw systeem. Dan verdwijnen de interne opleidingen, waarvoor een combinatie van leren en werken in de plaats komt. Het probleem is dat niemand precies weet hoe deze combinatie er uit zal zien. Interne opleidingen in ziekenhuizen nemen nu al minder mensen aan, omdat ze hun leerlingen geen baan kunnen garanderen. De MBO- en HBO-studies blijven wel bestaan, maar mensen die voor een interne opleiding zouden kiezen, blijven weg.

Bovendien is het imago van verpleegkundige niet positief, zo oordeelt Foole. Dat komt door onregelmatige werktijden, lage lonen voor zwaar werk en de schommelingen op de arbeidsmarkt. In de jaren tachtig was er een groot tekort aan verpleegkundigen. Veel jongeren kozen, aangemoedigd door campagnes van overheid en werkgevers, voor een verzorgend beroep. Maar in diezelfde tijd daalde ook het ziekteverzuim in deze beroepsgroep, waardoor er minder vacatures kwamen. Een overschot was het gevolg. Twee jaar geleden nog deed zich een soortgelijke schommeling voor. Toen hadden ziekenhuizen een overschot aan leerling-verpleegkundigen. Er vielen ontslagen.

Foole meent dat de oplossing in handen ligt van de onderwijsinstellingen. “Of de opleidingen laten het erbij zitten, of ze gaan alsnog beleid voeren. En geen korte-termijn beleid zoals nu. Ik denk dat ze er wat meer hun schouders onder moeten zetten, meer aan het imago moeten werken. Het zou al veel schelen als de instellingen meer duidelijkheid gaven over de nieuwe structuur van het verplegend en verzorgend onderwijs, zodat geïnteresseerden niet wegblijven omdat ze niet weten waar ze aan toe zijn.”

Foole denkt daarnaast aan regionale samenwerking. Het aanbod kan worden aangepast als zorginstellingen per regio aangeven hoeveel en welk personeel nodig is.

De Nederlandse Zorgfederatie (NZf) weet niet of het zon vaart zal lopen met het tekort aan personeel. Volgens A. Röling, medewerkster van de NZf, zijn er meerdere onderzoeken naar de toekomst van de gezondheidszorg, met verschillende scenarios. “Of het echt zo is dat rond de eeuwwisseling dertien procent van de vacatures niet meer kan worden vervuld, durf ik niet te zeggen. Een voorspelling op zon lange termijn is moeilijk te maken. Andere onderzoeken hebben een andere uitkomst.”

De NZf erkent wel dat er een probleem is en dat er over enkele jaren tekorten ontstaan. Maar ze vindt het geen oplossing om nu meer mensen op te leiden. Thans is er nog geen tekort aan verpleegkundig personeel; het aantal vacatures loopt zelfs terug, mede door lager ziekteverzuim en arbeidsdifferentiatie. Als er nu veel meer verpleegkundigen afstuderen, leidt dat tot ontslagen.

Overigens zegt de NZf heel verbaasd te zijn over de conclusie van Foole dat de gezondheidszorg een negatieve imago heeft. Volgens Röling is het imago de laatste jaren sterk verbeterd.