Londen wil versterking buitenlands beleid EU

BRUSSEL, 6 MAART. Groot-Brittannië stemt in met praktische maatregelen om het buitenlandse beleid van de Europese Unie te versterken. Londen steunt de oprichting van een gezamenlijke planning-eenheid van de vijftien lidstaten in Brussel.

Dat blijkt uit een toespraak die de Britse minister van buitenlandse zaken, Malcolm Rifkind, gisteren heeft gehouden in Parijs. De toegeeflijkheid gaat echter niet zover dat de Britse regering haar verzet tegen meerderheidsbesluitvorming opgeeft. Een effectiever buitenlands optreden van de EU juicht Londen toe, maar niet als dat een inperking van het vetorecht betekent.

Rifkind zei dat alle lidstaten er voordeel van hebben indien de EU met “één stem” spreekt en gebruik kan maken van haar volledige “collectieve gewicht”. Maar tegelijkertijd moet volgens de bewindsman worden erkend dat er onderwerpen zijn waarbij de lidstaten uiteenlopende belangen verdedigen, en zij dus een verschillende politiek voeren. In die gevallen zal “een vals vertoon van eenheid niemand overtuigen”, en zeker niet die lidstaten “die kunnen proeven van de uitoefening van echte macht”.

Rifkinds opmerkingen komen aan de vooravond van de IGC, de intergouvermentele conferentie over herziening van het Verdrag van Maastricht. Belangrijke thema's op die conferentie, die op 29 maart in Turijn begint, zijn het gemeenschappelijke buitenlandse en defensiebeleid en institutionele vernieuwingen.

Frankrijk deelt de Britse afkeer tegen het inleveren van nationale soevereiniteit bij het formuleren en uitvoeren van gezamenlijk buitenlands beleid. Ook Parijs voelt er niets voor het risico te lopen overstemd te worden indien beslissingen in de Europese ministerraad voortaan met gekwalificeerde meerderheid genomen zouden worden. Vorige week kwam de Europese Commissie met het voorstel om meerderheidsbesluitvorming tot “regel” te maken, omdat het huidige unanimiteitsbeginsel de besluitvorming zou “verlammen”. Duitsland is dezelfde mening toegedaan.

De Duits-Franse tegenstellingen werden vorige week na afloop van een ontmoeting tussen de Duitse minister Kinkel en zijn Franse collega De Charette toegedekt met een compromistekst over onder andere de mogelijkheden van de EU om - eventueel via de Westeuropese Unie (WEU) - in de toekomst crisisbeheersingsinterventies te ondernemen.

Pagina 5: Londen tegen voorstel van Parijs en Bonn

Frankrijk en Duitsland vinden dat individuele EU-lidstaten het recht moeten hebben om in bepaalde gevallen niet mee te doen aan dergelijke politieke of militaire acties. Maar ze moeten zich dan wel onthouden van politieke obstructie en kunnen de overige landen dus niet tegenhouden om, met financiële middelen van de EU, in actie te komen.

Rifkind liet gisteren evenwel blijken dat Engeland niet kan instemmen met zo'n formule van 'constructieve onthouding'. “Het is een misvatting te geloven dat op die manier wezenlijke meningsverschillen kunnen worden opgelost”, zei hij, verwijzend naar onder andere het verzet dat binnen de EU is gerezen tegen de Franse kernproeven. “Van de andersdenkenden kan niet worden verwacht dat zij politieke of financiële steun zullen geven aan een beleid waarmee ze niet instemmen”.

Rifkind herhaalde gisteren eerdere verklaringen van premier Major dat Engeland voorstander is van nauwere samenwerking tussen de EU en de WEU, maar dat het niet voelt voor een opgaan van de WEU in de EU. Praktisch gezien zou zo'n integratie problemen opleveren gezien de 'neutraliteit' die vier EU-lidstaten voorstaan. Bovendien, aldus Rifkind, kan een institutionele verandering in de relatie tussen de EU en de WEU negatieve gevolgen hebben voor de houding van Rusland.

Om het buitenlandse beleid van de Unie op een praktische manier slagvaardiger te maken, stelt Rifkind onder andere de oprichting voor van een gemeenschappelijk “team” voor beleidsanalyse en -voorbereiding. De mankracht en kennis daarvoor zouden moeten worden geleverd door de hoofdsteden en door het secretariaat van de Europese ministerraad. Op het eerste gezicht lijkt die suggestie overeen te komen met de voorstellen die de Europese Commissie daarover vorige week lanceerde. Maar tussen de opvattingen van de Commissie (en onder andere Nederland en oorspronkelijk Duitsland) enerzijds, en Groot-Brittannië (en Frankrijk) anderszijds bestaat een belangrijk verschil. Londen ziet de planning-eenheid louter als ondersteuning van de Europese ministerraad, terwijl de Commissie de ze wil opwaarderen tot een echt gemeenschappelijk instituut, waarin zowel Commissie als lidstaten zijn vertegenwoordigd.