Klaus Harpprecht over de schaduwzijden van de schrijver van Buddenbrooks en De Toverberg; Mann wilde Goethe zijn, maar miste diens warmte

Tien jaar werkte Klaus Harpprecht aan zijn baksteendikke biografie van Thomas Mann. De grote schrijver is hem daarbij niet nader komen te staan, zegt hij. Mann had een kille natuur en hield er bedenkelijke politieke denkbeelden op na.

Klaus Harpprecht: Thomas Mann, eine Biographie. Uitg. Rowohlt, 2250 blz. Prijs ƒ 124,45.

Zat de literaire wereld te wachten op een 2200 bladzijden dikke biografie van Thomas Mann, over wie Erich Heller, Peter de Mendelssohn en een hele rij andere auteurs al uitvoerig hadden geschreven? Klaus Harpprecht, de auteur van deze papieren baksteen, is zelf beschaamd over de omvang van zijn boek. “Wie het uitleest verdient bewondering,” zei hij gisteren in een restaurant in Amsterdam, waar hij 's avonds in het Goethe-Instituut voorlas uit zijn boek. Maar zijn gêne betekent niet dat hij vindt het slachtoffer te zijn geworden van de oeverloosheid die zijn onderwerp soms in de greep had. Zijn ambitie een omvattende kritische biografie van de laatste Duitse 'dichtervorst' te schrijven kon in zijn ogen niet in compactere vorm worden verwezenlijkt.

De in 1927 geboren, uit Zwaben afkomstige schrijver Harpprecht schreef ook geen strikt literaire biografie. Zijn eigen zeer gevarieerde achtergrond als oud-televisiecorrespondent in Washington, directeur van de S.Fischer-uitgeverij, hoofdredacteur van Der Monat, adviseur en belangrijkste schrijver van speeches van Willy Brandt toen deze bondskanselier was, rustte hem uit met een intellectueel en politiek instrumentarium waarmee hij Thomas Mann ook als historische figuur, als anti-nazi pamflettist, als zelfgeschapen symbool van de verloren gegane Duitse eenheid kon schilderen. Hierdoor werd zijn dikke boek ook het portret van een tijdperk, waarin de hele 'amazing family' Mann aan bod komt.

Tien jaar heeft Harpprecht aan zijn biografie gewerkt. Thomas Mann, wiens Buddenbrooks hij als jonge man mateloos bewonderde, is hem daarbij niet nader komen te staan. Zijn boek beoogt niet het nationale literaire standbeeld Thomas Mann omver te halen, maar hij geeft toe dat kritische tonen overal doorklinken. Deze tonen zijn vaak gegoten in de vorm van vragen. Ook een afgesloten leven is in Harpprechts ogen nooit een afgerond geheel. Vele losse einden en onduidelijkheden blijven over. Om die aan te spreken in vragende vorm ziet hij zelf als een teken van respect. Waarom bijvoorbeeld liet Thomas Mann, die zo geobsedeerd was door het denkbeeld 'grootheid' en zich graag wilde meten met 'genieën' als Goethe, dagboeken na waarin hij met notities over zijn hypochondrie, masturbeergewoontes, liefdeloosheid tegenover zijn omgeving enz. elke gedachte aan menselijke grootheid in rook liet opgaan? Harpprecht heeft er geen verklaring voor. Stelt in zijn boek alleen een paar vragen.

Op een aantal punten stelt Harpprecht geen vragen, maar is hij ronduit kritisch. Thomas was zozeer een produkt van het Wilhelminische denken dat hij geen echte democraat werd, zegt hij. Het is toch opvallend dat Mann nooit zijn Betrachtungen eines Unpolitischen, 'een nationalistisch, anti-westers, gruwelijk boek', herriep of zich er definitief van distantieerde. Wel zag hij vroeger dan de meesten de rampzalige wending die de nazi's aan de Duitse geschiedenis gaven, maar echt benul van het functioneren van een democratische samenleving had hij niet. Anders had hij ook beter begrepen hoe de Amerikaanse democratie werkte, had hij niet geloofd dat het McCarthyisme, waarvan hij de opkomst in Californië meemaakte, de Verenigde Staten in een fascistische afgrond zou gaan slepen. Dan had hij ook gezien dat het Sovjet-communisme de grote vijand van vrijheid en democratie was.

Hoogst dubieus vindt Harpprecht dat Thomas Mann, bijna als enige westelijke schrijver, royalties uit de Sovjetunie en de DDR in westerse valuta ontving en tegelijkertijd zich onthield van enige kritiek in het openbaar op het onrecht en de misdaden waaraan de bevolking in Oost-Europa bloot stond. In mijn boek noem ik hem geen 'fellow traveler', zegt hij, maar hij was op het randje. Hij sloot zijn ogen voor de werkelijkheid van het leven onder het communisme en uitte zich steeds weer diep verontrust over zogenaamde fascistoïde tendensen in het Westen en in het door hem gehate 'Adenauer-Duitsland'. Dat de patriarchale, eerder autoritaire Adenauer geen model-democratie opbouwde, maar de Bondsrepubliek wel hecht verankerde in het democratische Europa, doorzag Thomas Mann absoluut niet.

Harpprecht noemt zichzelf nog steeds een bewonderaar van romans als de Buddenbrooks, Der Zauberberg en novellen als Der Tod in Venedig. Zolang Duitse literatuur gelezen zal worden zullen deze meesterwerken overleven, denkt hij. Dat geldt niet voor Doktor Faustus, de roman waarin Thomas Mann de Duitse nazi-tragedie transponeert naar een biografie van de Duitse componist Levenkühn die een pact sluit met de duivel. Een volstrekt mislukt, gevaarlijk boek, noemt Harpprecht het, omdat het idee van een pact met de duivel suggereert dat het Duitse volk na beëindiging van dit pact er schuldeloos bijstaat, een opvatting die hij overigens pas na recente herlezing is gaan koesteren. Toen hij het boek in de jaren vijftig las was hij er diep van onder de indruk.

Twee leidende gedachten hebben hem bij het schrijven van zijn biografie beheerst. In de eerste plaats dat Thomas Mann door zijn schepper niet was uitgerust met een genereuze, levenslustige, warme natuur, zoals Goethe. Hij schonk zijn omgeving geen liefde (misschien met uitzondering van zijn oudste dochter Erika), had alleen maar homo-erotische bevliegingen waarbij hem de moed ontbrak zijn homoseksualiteit ook echt te beleven, gebruikte ijskoud elke ervaring, elke emotie uit zijn omgeving voor zijn literaire werk. Zijn zes kinderen leden er allemaal onder. Zijn verbluffende literaire prestatie, die hij zijn karig gestoffeerde menselijke aanleg wist af te dwingen, wekt dan ook geen liefde bij de lezer, alleen bewondering, aldus Harpprecht.

Tenslotte: Thomas Manns streven naar 'grootheid' als morele categorie, waaraan alles mocht worden opgeofferd, sloot een tijdperk af in de Duitse culturele gschiedenis, waarin de uit de achttiende eeuw stammende cultus van het geniale centraal stond. Harpprecht is er niet rouwig om. Uitzonderlijke mensen zullen er altijd zijn, zegt hij, maar de verering voor grote mannen heeft de mensheid voornamelijk ellende bezorgd.