Hof in Frankrijk overweegt proces Nazi-collaborateur

PARIJS, 6 MAART. Krijgt Frankrijk nog één proces om af te rekenen met het collaborerende Vichy-regime? Dat is de vraag die op het spel staat tijdens de vanmorgen begonnen driedaagse zitting achter gesloten deuren van de strafkamer van het gerechtshof in Bordeaux. Formeel moet het hof beslissen of er strafproces komt tegen de voormalige topambtenaar Maurice Papon.

Een uitspraak wordt niet verwacht vòòr mei, en daarna zal hoogst waarschijnlijk cassatie-beroep volgen, zodat Frankrijk pas volgend jaar weet of de sous-prefect van de Gironde tijdens de tweede wereldoorlog meer dan vijftig jaar na dato berecht zal worden wegens misdrijven tegen de menselijkheid.

De juridische affaire-Papon sleept al jaren, maar geen halve eeuw. Vanaf 1983 hebben nabestaanden van gedeporteerde joden een proces geëist nadat het weekblad Le Canard Enchaîné de oorlogs-rol van Maurice Papon had onthuld. Diens vermeende betrokkenheid bij de deportatie en dood in de Duitse kampen van honderden joden uit de regio Bordeaux kwam als een schok in het licht van Papons naoorlogse carrière. Opeenvolgende regeringen onder president Mitterrand hebben de rechtsgang getraineerd.

Papon was van 1958 tot 1967 prefect van politie in Parijs, een hoge functie in het politie-apparaat. Daarna werd hij parlementslid voor de neo-gaullisten en van 1978 tot 1981 minister van begrotingszaken tijdens het presidentschap van Valéry Giscard d'Estaing. Over zijn eventuele rol bij de Endlösung werd in die jaren niet gesproken. Papon gold als een voorbeeld van de Franse topambtenaar, dienaar van de staat in alle omstandigheden.

Dat is ook waar de nu 85-jarige Papon zich nog steeds op voorstaat en beroept. In een zeldzaam vraaggesprek, vandaag in Libération, definieert hij zijn administratieve rol bij de deportatie tussen 1942 en 1944 als ondergeschikt. Men wist dat de afgevoerde joden in het kamp Drancy bij Parijs terecht zouden komen. Over het doorgaande transport was niets bekend totdat Churchill daar bij het einde van de oorlohg melding van maakte, aldus Papon.

Het proces-Papon had tien jaar geleden, direct na het proces tegen kampbeul Klaus Barbie, moeten plaatsvinden, schreven de advocaten en drijvende krachten achter deze rechtsgang, Serge en Arno Klarsfeld onlangs in Le Monde. Toen had hij niet de enige verdachte hoeven zijn. Andere Franse mede- verantwoordelijken hadden tegelijk terecht kunnen staan: de inmiddels overleden Jean Leguay en Maurice Sabatier, en de in 1993 door een geesteszieke vermoorde René Bousquet. In 1994 kreeg de lang voortvluchtige Vichy-militiaman Paul Touvier levenslang.

De bespreekbaarheid van Papons mogelijke medeplichtigheid aan de fatale deportatie is vergroot doordat president Chirac vorig jaar voor het eerst de schuld van de Franse staat voor de medeplichtigheid van 'Vichy' heeft erkend. President Mitterrand, die nog jaren een krans op het graf van Vichy-leider maarschalk Pétain legde, had dat altijd geweigerd.

Papon juicht een definitief Vichy-proces toe, maar hij voegt er vanmorgen in Libération aan toe: “Ik zou niet willen dat dat proces over mijn hoofd wordt gevoerd. De secretaris-generaal van de préfecture van de Gironde bestuurde Frankrijk niet.”