Het kind van de rekening; Overheidskosten aan onderwijs per kind per jaar (in guldens)

Het speciaal onderwijs is het zorgenkindje van minister Ritzen. Het kost de overheid jaarlijks 16.700 gulden per leerling. Het basisonderwijs is met 5.700 gulden per leerling aanzienlijk goedkoper. De kosten voor het ministerie van onderwijs bestaan uit studiefinanciering, salaris- en huisvestingskosten. De kosten van kinderbijslag zijn niet in de cijfers opgenomen.

Ritzen wil de instroom van scholieren in het speciaal onderwijs afremmen, wegens de snelle kostenstijging. De kosten per leerling zijn hoger, omdat de klassen kleiner zijn dan bij andere typen onderwijs. In het basisonderwijs geeft een docent gemiddeld aan 19 leerlingen les. In het speciaal onderwijs is er per zes leerlingen één personeelslid.

In het leerlingwezen gaat de scholier één dag in de week naar school. Omdat de leerling vier dagen per week werkt, zijn de kosten voor de overheid laag.

De kosten voor een studie aan de universiteit zijn bijna 15.000 gulden per jaar. De MBO-, HBO- en WO-studies zijn duurder vanwege de hoge uitgaven aan studiefinanciering, die niet voor de andere opleidingen gelden.

De cijfers van het ministerie lijken de indruk te wekken dat HBO- en WO-studies bijna evenveel kosten. Dat verschil wordt echter veroorzaakt doordat universiteiten de inkomsten die zij voor onderzoek ontvangen, gebruiken ter dekking van de onderwijskosten.