Harde roebel vergroot neiging tot protectie

MOSKOU, 6 MAART. Het is verleidelijk Russische beschermingsmaatregelen tegen Amerikaans pluimvee of Europees textiel in verband te brengen met toenemend nationalisme of terugkerend communisme. Maar er is ook een 'gewone' economische verklaring voor de protectionistische geluiden die recentelijk uit Moskou komen: de sterke roebel.

De Russische regering kondigde vorige week donderdag aan dat importtarieven met gemiddeld twintig procent zullen worden verhoogd. Daags daarvoor had Moskou al gedreigd de import van bevoren kippevlees uit de Verenigde Staten op 'hygiënische gronden' stop te zetten. Ook de invoer van Europees textiel zou met quota worden afgeremd.

Vice-president Al Gore heeft gisteren een brief geschreven aan de Russische premier Tsjernomyrdin waarin hij opheldering vraagt. Tsjernomyrdin heeft inmiddels laten weten dat het niet zo'n vaart zal lopen. Europees Commissaris Hans van den Broek wil de voorgenomen handelsbeperkingen tijdens een bezoek aan Moskou later deze maand aan de orde stellen. In de internationale zakenkrant The Financial Times viel zelfs al het woord handelsoorlog.

Economen in Moskou kunnen echter wel begrip opbrengen voor nakend Russisch protectionisme of althans voor één reden die eraan ten grondslag ligt: de sterke roebel. “De werkelijke waarde van de roebel is op dit moment hoger dan ooit sinds het begin van de economische hervormingen”, schreef analist Geoff Winestock gisteren in The Moscow Times. “Het gevolg is een toename van de import.”

Het lijkt een innerlijke tegenspraak, 'sterke roebel', na jaren waarin de Russische munt in waarde tegenover buitenlandse valuta heeft verloren. Ook het afgelopen jaar is de koers gedaald van ongeveer 4000 roebel tegen één dollar tot 4700 roebel tegen één dollar. Maar terwijl de prijs van één dollar dus met een kleine twintig procent steeg, stegen andere prijzen in Rusland in datzelfde jaar met ongeveer 100 procent.

De prijs van arbeid bijvoorbeeld was in januari vorig jaar gemiddeld 302.000 roebel per man per maand, oftewel 75 dollar tegen de toenmalige koers. Nu is het gemiddelde maandloon gestegen tot 710.000 roebel, oftewel 150 dollar tegen de huidige koers. De arbeidskosten voor een Russische ondernemer zijn in dollartermen zo ongeveer verdubbeld.

De groeiende kracht van de roebel mag worden opgevat als een teken van vertrouwen in de Russische economie en als een compliment voor het financiële beleid van de regering. Die introduceerde vorig jaar de zogeheten roebelcorridor, een bandbreedte waarbinnen zij de koers van de munt tegenover de dollar sindsdien met succes beschermt. Sindsdien verliest de roebel heel geleidelijk elke week een paar punten, maar niet méér.

De keerzijde is dat de prijs van een kilo Russisch kippevlees in één jaar in dollartermen is verdubbeld, terwijl de prijs van Amerikaanse import gelijk is gebleven. Een flesje slecht houdbaar Russisch bier kost inmiddels evenveel als een blikje Heineken: ongeveer twee gulden. Volgens officiële cijfers importeerde Rusland in 1995 voor 46,4 miljard dollar aan consumptiegoederen, tegen 38,6 miljard dollar in 1994. Voor dit jaar wordt een verdere stijging verwacht.

Dit alles laat onverlet dat het nog zeer de vraag is of hogere importheffingen de nationale industrie wel zullen helpen. De kwaliteit van de Russische produkten wordt er niet beter van. Maar belangrijker is dat de Russische regering zelf de hand licht met de nu al forse importheffingen. Toevallig werd ook dat de afgelopen dagen duidelijk, toen IBM aankondigde met de lokale produktie van computers te stoppen.

IBM had sinds 1993 een overeenkomst met de Kvant-computerfabriek bij Moskou om uit Amerikaanse onderdelen Russische IBM-computers te bouwen. Hoewel de importheffingen op computers in totaal 30 procent bedragen, is de combinatie Kvant-IBM er toch niet in geslaagd goedkoper te leveren dan sommige importeurs. Om de eenvoudige reden, zo zei Aleksej Jelisejev die het IBM-project leidde, dat “sommige organisaties zijn vrijgesteld van importheffingen”.

Jelisejev doelde op verscheidene liefdadigheidsinstellingen en sportstichtingen die in 1993 door president Jeltsin per decreet zijn vrijgesteld van importheffingen. De officiële reden destijds was dat deze organisaties, waarvan de Nationale Sport Stichting de bekendste is, sportverenigingen, sporters en competities moesten helpen voortbestaan, een moeilijke taak in een tijd van pijnlijke economische hervormingen en slinkende overheidssubsidies.

De vrijstelling die primair bedoeld leek om kantines van consumpties en sporters van uitrusting te voorzien, blijkt bijna onbeperkt te kunnen worden gebruikt om importheffingen te ontwijken. Zowel Russische als buitenlandse bedrijven hebben de afgelopen jaren met dat doel contact gezocht met één of meer stichtingen. Zo zijn officiële importtarieven van 30 procent op computers, 300 procent op bier en 500 procent op wodka een farce geworden.

Het gaat hier niet om kleine smokkeloperaties. Maar liefst 98 procent van alle geïmporteerde sterke drank en 90 procent van alle sigaretten worden het land binnen gebracht via de Nationale Sport Stichting, zo rekende vice-premier Anatoli Tsjoebais eind vorig jaar voor. Het bedrag dat de overheid hierdoor misloopt aan accijnzen beloopt 1,3 miljard dollar per jaar, in de woorden van de vice-premier “een duizelingswekkend bedrag”. Om nog maar niet te spreken van de gevolgen voor lokale producenten, zoals de de Moskouse wodkafabriek Kristal of, inderdaad, de combinatie IBM-Kvant. Die ondervinden van de goedkoop geïmporteerde buitenlandse merken zware concurrentie.

Ondanks herhaaldelijke pogingen is Tsjoebais er niet in geslaagd een eind te maken aan de privileges van de 'non-profit' organisaties. Ze zouden vorig jaar in januari worden afgeschaft, toen in maart en daarna in juli. Tsjoebais werd er zo wanhopig van dat hij in een vraaggesprek met Izvestija in september uitriep: “Of de privileges verdwijnen of ik verdwijn.” Toen zou het oktober worden, vervolgens december en daarna is er niets meer over vernomen. Behalve dat de hervormingsgezinde vice-premier op last van president Jeltsin heeft moeten vertrekken.

In Rusland blijken politieke en persoonlijke overwegingen soms toch zwaarder te wegen dan economische. De voorzitter van de Nationale Sport Stichting, Sjamil Tarpisjev, is de tennisleraar en een persoonlijke vriend van Boris Jeltsin. Hem wordt eenzelfde soort invloed toegedicht als Jeltsins omstreden lijfwacht, Aleksandr Korzjakov, zij het in geringere mate en op een specifieker terrein: tennis en tarieven. Als de vorige week aangekondigde importbeperkingen werkelijk doorgaan en buitenlandse exporteurs in de problemen brengen, dan weten ze wie ze moeten bellen.