Haasbroek liet creatieve jongens hun gang gaan

Eerste woorden, Laatste woorden is te bestellen door overmaking van ƒ 37,50 op gironummer 44.46.00 t.n.v. VPRO Publieksservice o.v.v. 'boek Jan Haasbroek'

Gezagsdrager: “Wilt u de schoenen van de bank doen en uw sigaret doven?”

Onderdaan: “Nee. Dan eet ik nog liever uw hoed op.”

Met deze dialoog typeert Jan Haasbroek in zijn boek Eerste woorden, Laatste woorden drie decennia VPRO-radio, waar hij van 1974 tot 1995 'hoofdconducteur' was. Wie de twee bij het boek behorende cd's beluistert, begrijpt wat Haasbroek bedoelt: de VPRO-radio blonk na de omwenteling in 1968 uit in het tarten van de gezagsdragers. Daarnaast werd veel kwajongensachtig, absurdistisch divertissement geboden - dat de autoriteiten en gezagsgetrouwe luisteraars eveneens vaak in het verkeerde keelgat schoot.

Vooral omstreeks de jaren zeventig werden bij de VPRO-radio veel programma's gemaakt die een staartje hadden. In Eerste woorden, Laatste woorden is een lijst opgenomen met honderd van die voorvallen: van een gefingeerd verslag van een revolutie in Amsterdam (1969) en een reportage over sabotage in het leger (1970) tot en met Gerrit Komrij die bij de eucharistieviering de hostie wil vervangen door plakjes abortus (1977) en het door Piet Grijs uitroepen van 'Wat is het toch een droplul' aan het adres van Hans Wiegel (1980). Haasbroeks boek is vooral interessant als documentaire over een snel veranderende mentaliteit, als meetlat voor de tenen van toenmalige autoriteiten.

Het pal staan voor de makers van omstreden programma's, het afpoeieren van de meest gekwetste belangenbehartigers en het vervolgens ruimte bieden voor weerwoord werd vrijwel een routinehandeling. “Dertig jaren in de frontlinie van de vrije meningsuiting hebben mij geleerd”, schrijft Jan Haasbroek, “dat je nooit te snel moet inbinden. Principieel niet, er moet veel gezegd kunnen worden. Zo blijft er leven in de brouwerij. Maar ook praktisch niet. Vrouwe Justitia blijkt niet pietluttig, de politiek is erger.” In het beschreven tijdvak is de VPRO-radio nooit door de rechter veroordeeld, wel een keer berispt - in 1970 door minister Klompé (CRM) wegens de sabotage-uitzending.

In zijn afscheidsboek spreekt Haasbroek op relativerende toon over zijn eigen 'radiobeslommeringen': “Schoot het wortel? Strekte het tot nut? Zette het zoden? Wie het weet, mag het zeggen.” Hij omschrijft zijn eigen inbreng als het de 'creatieve jongens' hun gang laten gaan, het schrijven van vrijblijvende nota's en het in de Hilversumse vergaderzalen aanhoren van weinig inspirerende collega-radiochefs. Een trein, dat was de VPRO-radio voor Haasbroek, waarvan hij niet van zins was de richting te bepalen. “Bevolkt door een sympathiek zootje ongeregeld, dat niet taalt naar het bereiken van een bestemming en dat maar liever wat onderweg blijft. Cultuur als oneindig verlangen. Je zult er hoofdconducteur zijn, op zo'n trein.”

Toch lag Haasbroek in eigen huis onder vuur, zodra hij standpunten in de vergadercircuits verdedigde waarvan werd gevreesd dat die de journalistieke vrijheid van de VPRO-radiomaker in het geding brachten. Dat werd hem soms zelfs publiekelijk ingepeperd. In het boek staat te lezen - en op de cd is te horen - hoe oud-VPRO-tv-directeur Arie Kleijwegt op Goede Vrijdag 1991 bij brekend glaswerk de radiobaas de oren wast. “...hele radio naar de kloten geholpen...” is ondermeer te horen, en “...Haasbroek lekker majorettes neuken...” Niet zonder ironie stelt Haasbroek vast: “Tekstschrijver, regisseur, eindredacteur en directeur van deze tirade zijn vandaag nog allen bij de VPRO in dienst.” Als een jaar later de radio-hoofden het NOS-Meerjarenplan hebben aangenomen, meldt VPRO-presentator Van Houcke dat de nieuwe VPRO-leden “vernaaid, verneukt en in de boot genomen zijn door Jan Haasbroek”.

De cd's bij Eerste woorden, Laatste woorden zijn te beluisteren als een langdurig, triomfantelijk en soms tamelijk bizar feestverslag bij het afscheid van de puntjes van de V.P.R.O. Het is een opeenvolging van persiflages op dominees, afzeikerig ondervragende reporters, ontboezemingen van 'gewone mensen', veel scabreuze teksten, ofwel, zoals dat in die tijd heette, verneukeratieve radio. Nuttig waren deze provocaties zeker, temeer daar de ontzuiling zich bij geen van de andere omroepen even spontaan aftekende. Maar nu zijn de favoriete fragmentjes van Jan Haasbroek niet meer in staat de hilariteit van weleer op te wekken en rest, buiten de context van de tijd, hoofdzakelijk de meligheid.

Dat er bij de VPRO-radio meer de moeite waard was - en in de prijzen viel - wordt in Haasbroeks boek weliswaar aangegeven (“Talloze documentaires, wetenschapsrubrieken, researchprogramma's, moeilijk toegankelijke concerten en onderbelichte aspecten...”), maar op de cd's is daar weinig van terug te vinden. Bijzondere radiovormen als het totaalprogramma, de veelvormige reisreportages en de vrijmoedige opbelprogramma's hebben bij de VPRO school gemaakt. Veel van wat 10, 15 of 20 jaar geleden in de radiovilla's aan de 's Gravelandseweg werd geboren, is nu óf alweer bijna uitgestorven óf door de tv overgenomen. De niet geringe opgave om 37.500 radio-uren in woord en geluid te vatten heeft Haasbroek vooral onderhoudend gestalte gegeven. De ware geschiedenis van drie decennia VPRO-radio moet nog worden geschreven.