Golvenhoge emoties blijven achter de tekst

Voorstelling: Een maan voor de misdeelden (A Moon for the Misbegotten) van Eugene O'Neill door Theater de Korre. Vertaling: Filip Vanluchene; regie: Bob de Moor; spelers: Bob de Moor, Pieter-Jan De Smet en Lies Pauwels. Gezien 6/3 Theater De Brakke Grond, Amsterdam. Te zien t/m 9/3 aldaar. Tournee t/m 24/4.

De maan uit de titel, Een maan voor de misdeelden, schijnt als het licht op een schilderij van Hopper op de personages neer. In Eugene O'Neills zwanezang uit 1943, geschreven tien jaar voor zijn dood, treffen we in het blauw-bleke schijnsel van die maan min of meer dezelfde personages aan als in Lange dagreis door de nacht: dromers, alcoholisten, najagers van het ongrijpbare geluk.

Het is niet O'Neill's sterkste stuk, Een maan voor de misdeelden. De plot is dun als een nacht ijs en kan de hevige emoties van de personages nauwelijks dragen. De Iers-Amerikaanse boerendochter Josie Hogan symboliseert de moeder-maagd; zij is een jonge vrouw als een bolrond fort, van wie O'Neill in de regie-aanwijzingen zelfs de maten en gewichten heeft gegeven. Haar vader, een arme pachter, wil haar via een list waarin geld en grond meespelen uithuwelijken aan hun pachtheer, James Tyrone. Deze man, door schuldgevoelens geteisterd, beschouwt zich ongeschikt voor haar. Hoewel ze de mare heeft verspreid dat ze alle mannen heeft 'binnengedaan', is ze nog maagd. Haar minnaar bekent haar in een pathetisch relaas dat hij tijdens een lange treinrit van west naar oost elke nacht dezelfde vrouw kocht. Dat had een reden: in de bagagewagon vooraan reed de kist met zijn dode moeder mee. Hij wilde haar vergeten met die 'plezierpop', maar ook door een bijna noodlottige hoeveelheid drank naar binnen te slaan.

In James Tyrone schetst O'Neill het pijnlijke en autobiografische relaas van zijn broer Jamie. En in Janie Hogan, de maagdelijke vrouw die zich voor hoer uitgeeft, schuilt iets van O'Neills tragische verhouding tot zijn vrouw Carlotta. Ooit, jong en gelukkig nog, brachten ze samen een tijd in een bordeel door, en de herinneringen daaraan werden de oude, door een zenuwziekte geteisterde toneelschrijver een kwelling. Deze hoogstpersoonlijke inzet geeft aan Een maan voor de misdeelden een merkwaardig en ook intrigerend overgewicht. De toeschouwer ervaart achter de tekst de golvenhoge emoties, maar het dramatische raamwerk schiet tekort. Goed beschouwd bestaat het stuk uit bekentenissen, die door O'Neill verdeeld zijn over dialogen terwijl het geëigende medium eerder de monoloog is.

Het maanlicht, nu eens zacht opgloeiend, helderder wordend en aan het eind van de nacht doezeliger, is visueel het aantrekkelijkst van de voorstelling. De kostumering is Amerikaans op z'n sjofelst: spijkerbroek, shirt, goedkope bloemetjesjurk. Een kale keukentafel met twee stoelen; een verandatrap zonder huis. Aan het begin en eind smartelijke blues. Verder geen enkele opsmuk. Wel een barokke en heel sensuele vertaling van Filip Vanluchene.

Broeierig is de uitvoering gelukkig niet. Dat is de laatste jaren met het toneelwerk van O'Neill en Tennessee Williams al zo vaak gedaan. Ze is sober, strak, cerebraal, op een bepaalde manier grof-boers, met alleen bij Janie (Lies Pauwels) af en toe een fraaie opflikkering van emoties. Zij speelt haar rol van telkens afgewezen meisje bekoorlijk, eenzaam en fel. Aan het slot snikt ze geluidloze tranen weg. Regisseur Bob de Lange als de houterige pachter wisselt onrechtmatig van stemmingen; hij begint als een tiran en eindigt weekhartig. Geleidelijk groeit hij in zijn rol van arme boer, dust in zijn haar. De dronkenschapsmonoloog over liefde en dood van Tyrone (Pieter-Jan De Smet), uitgesproken met zijn gezicht begraven in Janie's vertroostende boezem, neigde naar larmoyantie.

Alleen als een vorm van therapie voor de auteur kan ik Een maan voor de misdeelden begrijpen en waarderen. Hij moest van zich afschrijven, met ontkenning van vormbesef. Misschien is het daarom dat regisseur en spelers de uitvoering zo strak aan de leidsels houden, té strak. Ik had het graag uitbundiger gezien, duizelingwekkender, theatraler ook, zoals onlangs met Kat op een heet zinken dak door Theater Antigone. Ik keek naar een huis van steen waar binnen een haardvuur hoog oplaaiend brandt, maar de ramen en deuren zijn onwrikbaar afgesloten om iets van de gloed te voelen. En in de stukken van O'Neill mag alles juist in lichterlaaie staan: hij schrijft toneel voor het grote gebaar van de ziel.