Gêne over een heilige eik

In de kapel van Onze Lieve Vrouwe ten Heiligen Eik, in het Brabantse plaatsje Meerveldhoven, staat een bijzondere boom. Een heilige. Tussen de takken staat een Mariabeeld en aan de twijgjes hangen allerlei versierselen. “Altijd zijn er mensen in de kerk die bij de eik komen bidden (...) De eik werd geacht met name kreupelen te genezen”, schrijft de Utrechtse historica J. Schuyf in haar onlangs uitgekomen boek Heidens Nederland.

De boom is een restant van het heidense verleden in Nederland, waarover Schuyf haar boek schreef. In het hele land trof zij plaatsen, waar tijdens de kerstening in de vroege Middeleeuwen heidense objecten en gebruiken werden overgenomen en gehandhaafd bleven.

Het heidense verleden van Nederland mag zich volgens Schuyf verheugen in een groeiende belangstelling. Toeristen houden zich steeds meer bezig met het nationale heidendom op plaatsen met namen als de Runxput te Oesdom, de spijkerboom van Yde, de Plechelmuskerk van Oldenzaal, de Lebbe Stoak, het Solsche Gat bij Stroe en de Mythstee te Nunspeet.

Schuyf is onderzoekster bij de faculteit voor sociale wetenschappen van de Universiteit Utrecht. Vijftien jaar geleden onderzocht ze in opdracht van het universitaire Geografisch Instituut door mensenhanden vervaardigde elementen in het landschap. Tientallen stenen, bomen, heuvels en bronnen bleken onderwerp van legenden, die Schuyf niet zuiver wetenschappelijk kon duiden.

Het verbaast haar in Nederland nog zoveel tastbare overblijfselen van een pre-christelijk tijdperk tegen te komen, omdat bijna elke meter Nederlandse bodem al wel eens op de schop is geweest. Opvallender nog vindt Schuyf dat er bij veel historici gêne bestaat over studies naar deze onverklaarde voorwerpen. Veel archeologen vonden de vaak Germaanse heiligdommen 'zweverig'. Volgens Schuyf is de Blut-und-Bodenarcheologie in de Tweede Wereldoorlog daarvan de oorzaak. “Het Germaanse verleden van ons land was impopulair geworden. Daarnaast prefereerden archeologen altijd rationele boven religieuze verklaringen.”

Diep in de Veluwse bossen ligt het door gletsjers uitgesleten Solsche Gat, een sleuf van tientallen meters diep en breed. Het gat zou zijn ontstaan toen de duivel de bosgrond onder een klooster open trok. Het klooster verdween in de aarde en wat overbleef was het Solsche Gat. Tot in deze eeuw zeiden wandelaars in nachtelijke uren mysterieuze processies tegen te komen in het bos. In de naburige dorpjes Speuld, Drie en Stroe gaat het gerucht dat in de zompige bodem van het Gat een schat ligt begraven, dat in de bomen rond het gat een spinnende juffer huist en dat het ontzielde lichaam van een ter plaatse vermoorde herder nog immer rondwaart in de bossen.

Het Solsche Gat is inmiddels redelijk gecultiveerd. Houten hekjes markeren de wandelpaden, trappen leiden naar de bodem van de kuil en een kilometer verderop is een parkeerplaats naar het gat vernoemd. Volgens Schuyf is die toeristische aandacht zeldzaam: “Marktplein, kerk en raadhuis staan wel in de folders, maar plaatselijke VVV's, gemeenten en toeristische ondernemingen weten zelden wat ze in de omgeving aan heidense restanten hebben”, vertelt Schuyf. Meestal weet alleen de oudere lokale bevolking de plaatsen te vinden en te duiden. De vaak honderden jaren oude heilige bomen op het platteland zijn voor de lokale bevolking zo markant dat er nooit een bijl in is geslagen. “En de heilige zwerfstenen zijn simpelweg te zwaar om weg te tillen”, zegt Schuyf.

Slechts een enkele uitspanning grijpt terug op het heidens verleden, veelal in naamgeving. Een goed voorbeeld daarvan is de kunstmatig aangelegde Tafelberg in Blaricum, aan de rand van de heide. Een nabijgelegen restaurantje ontleent haar naam aan de kegelvormige berg met afgevlakte top. De Tafelberg ontbreekt in de meeste folders over de Gooise heide. Schuyf schrijft dat de Tafelbergen, vooral voorkomend in het Gooi en op de oostelijke Veluwe, al omstreeks het jaar 900 worden vermeld in documenten. De heuvels zouden hebben gediend als offerplaats en feestterrein.

Vrijwel alle in Heidens Nederland genoemde objecten zijn idyllisch gelegen en ademen een serene rust. De riten op de heilige plaats werden vaak zwijgend uitgevoerd. De meeste heilige bomen, stenen en bergen bevinden zich in de dunbevolkte gebieden van Nederland en slechts een enkele stad herbergt een heidens object. Zo ligt in Utrecht op een straathoek de 'gesloten steen', een grote kei die ooit door de bevolking met een ketting aan een hoekhuis werd vastgeklonken, om te voorkomen dat de duivel en zijn maat de steen elkaar over de daken toewierpen.

Schuyf heeft slechts één heilige plaats, die in oude documenten wel wordt genoemd, nooit kunnen vinden. Op zoek naar de Bisschopsberg bij Havelte werd zij door de lokale bevolking steeds een andere kant op gewezen. Ze heeft de gehele omgeving uitgekamd, op een afgesloten militair terrein na. Of de Bisschopsberg daar ligt, blijft een mysterie dat ook in het boek niet wordt opgelost.